De Limburger, 13 april 2025
Zonder radicalen geen vooruitgang, schreef ik acht jaar geleden in een column. Radicale opvattingen zijn nodig om veranderingen te bespoedigen. Zie #MeToo voor de aandacht voor geweld tegen vrouwen, de Urgenda-zaak voor de urgentie van het klimaat, Kick Out Zwarte Piet voor verborgen racisme, de Partij voor de Dieren voor dierenwelzijn, en de PVV voor onderwerpen die de gevestigde politiek in haar bubbel niet ziet.
Nu is radicaliteit doorgeschoten. Kijk naar een Kamerdebat en je wordt weggeblazen door woedende Kamerleden. Kijk naar de straat en je ziet van haat vertrokken gezichten van demonstranten, en erger. Werp een blik op het digitale universum en je vraagt je af of er nog mensen níét laaiend zijn. En, natuurlijk: het dagelijks terugkerende ritueel van het wangedrag van machthebbers, figuren die een voorbeeldrol zouden moeten vervullen.
Woede, minachting, rancune, vernedering – dat wordt ons nu voorgeleefd door radicale leiders die een samenleving voorstaan waar het recht van de sterkste geldt, waar het je zin doordrijven, met minachting van de ander, een blijk van kracht is, van overwinning. Niet zo vreemd dus dat verhitte volwassenen zich gelegitimeerd voelen om met flessen en vuurwerk te gooien tegen asielopvang. Dat er steeds meer geweldsdreiging uitgaat van tieners van 13, 14, 15 jaar. Door een giftige cocktail van online haatberichten, gewelddadige games en een omgeving die niet bijstuurt, kunnen ze sluipenderwijs radicaliseren.
Hoe dat kan uitpakken laat de Netflix-serie Adolescence, over de dertienjarige Jamie die zijn klasgenoot Katie met een mes doodsteekt, ijzingwekkend goed zien. Mij blijft vooral een scène bij waarin de schriele Jamie uitflipt tegen een psychologe. Hij schreeuwt, vloekt, gooit zijn stoel omver en komt ineens heel dicht bij haar staan. Zegt dan, als hij weer zit: „Werd je daar bang van?” Machtsvertoon, smeulende vrouwenverachting. Je zou bijna vergeten dat Jamie het product is van het radicale gif.
Ik maak nu een sprong. Dat Europa zich samenpakt, zich herbewapent en zich opmaakt voor meer zelfstandigheid, lijkt me essentieel. Maar wat hebben we aan soevereiniteit als radicale stemmen de overhand krijgen? Als de democratie van binnenuit wordt aangevreten? Als meer antidemocratische partijen in Europese landen gaan regeren?
Om ons daartegen te weren, zal het midden meer voet tussen de deur moeten krijgen. We zullen ons beter moeten weren tegen de intimiderende, hoge toon van leiders. Tegen burgers die dat nadoen. Democratie, weet u wel, dat betekent dat ideeën en meningen naast elkaar kunnen bestaan, ook al staan ze je niet aan. Debat graag, maar zonder die driftige toon die geen ruimte laat voor de ander. Er staat iets op het spel. Het is een opdracht. Ook voor een columnist.