De Limburger, 27 september 2025
Een blik van buiten kan je met de neus op de feiten te drukken. Ik was in Tallinn, de hoofdstad van Estland. Om de hoek, zo’n 300 kilometer verderop, ligt het Russische Sint-Petersburg. Aan de overkant van de baai van Tallinn ligt Helsinki. Tussen vrijheid en tirannie. Ik stap een galerie binnen in het oude centrum, met z’n omwalling en stadspoorten zou het een zusterstad van Maastricht kunnen zijn. Het voelt vertrouwd. De galerie toont fragiele objecten, sieraden die toch geen sieraden blijken te zijn, eerder stukjes stilleven.
Aan de overkant van de straat ligt de Russische ambassade. Het contrast kan niet groter zijn. Door de ramen van de galerie kun je zien wat er gebeurt. Langs de ambassade schreeuwt een hekwerk om aandacht: het hangt vol posters, foto’s, teksten en vlaggen, de Oekraïense naast die van Estland. Op foto’s worden de gruwelen van de oorlog in Oekraïne in beeld gebracht. Een opvallend spandoek trekt de aandacht: ‘Russen in Estland tegen de oorlog’. Ze eisen onder meer ‘terugtrekking uit alle bezette gebieden in Oekraïne’, ‘de terugkeer van alle gedeporteerde kinderen’ en het ‘niet erkennen van Poetin als president na de verkiezingen van 2024’.
Estland heeft een flinke Russische minderheid. Dat er een spandoek hangt van Russische Esten is veelzeggend. Onder die minderheid klinkt soms gemor, hoor ik, maar de meesten begrijpen heel goed dat ze in het vrije Estland beter af zijn. Het land heeft één ding besloten: nooit meer de terreur van Moskou. Een mogelijke inval wordt via een strategie van militaire paraatheid zo onaantrekkelijk mogelijk gemaakt. Ook wordt vol ingezet op cybersecurity en het bestrijden van Poetins propaganda. De app Ole valmis! (wees voorbereid!) biedt alle mogelijke info over nepnieuws en wat te doen in geval van oorlog. Oekraïne wordt hartstochtelijk gesteund met oorlogsmaterieel, en verder maakt het land zoveel mogelijk lawaai binnen de NAVO. Aan EU-buitenlandchef Kaja Kallas hebben ze een goeie. ‘Ik ben van de generatie die geen vrijheid had’, zei ze eens, ‘wij hebben vrijheid verworven en begrijpen daarom de waarde ervan.’
Estland, een piepklein landje van 1,3 miljoen mensen, is bereid tot het uiterste te gaan in z’n verdediging van vrijheid en democratie. En wij? Hoe hard vechten wij voor het behoud van ónze democratie? Dat doet de blik van buiten: begrijpen we nog wel wat er op het spel staat? Als de middenpartijen zich niet samenpakken voor een stabiele koers zal de veenbrand van onvrede zich gevaarlijk verspreiden. De bereidheid op het midden lijkt er te zijn. Behalve bij de VVD. Die heeft de grootste moeite zich volledig te distantiëren van de giftige PVV-ophitserij, uit angst stemmen te verliezen. De klassieke Volkspartij voor Vrijheid en Democratie is de weg volledig kwijt.