Een flirt met de dood

De Limburger, 7 februari 2020

COLUMN – De Japanse schrijver Fukazawa Shichiro vertelt in zijn boek De Ballade van Narayama (1956) over het laatste levensjaar van een vrouw die volgens traditie na haar zeventigste verjaardag ‘naar de berg’ moet.

Ze is nog fit, maar in het dorp in het noorden van Japan is het leven hard en het voedsel schaars, en als je te oud wordt kijken de dorpelingen je na: wordt het niet tijd voor de berg Nara? Als de winter komt, zullen de kinderen hun moeder begeleiden naar de bergtop en haar daar achterlaten.

Ik moest de afgelopen tijd denken aan dit verhaal. Is het mogelijk dat een wet over ‘voltooid leven’ oude mensen op den duur naar de berg dirigeert? Niet omdat er te weinig eten is, maar omdat ze (via sociale media) steeds meer beoordeeld worden?

Een van mijn studenten vertelde me dat er op sociale media geflirt wordt met depressie en zelfmoord. Op de TikTok-app, zei ze, sturen tieners elkaar filmpjes met verhalen over zelfmoordpogingen. Nu TikTok, straks de voltooid-leven-app?

55-plussers

Vreemd genoeg laaide de discussie over voltooid leven op naar aanleiding van een onderzoek naar de doodswens van 55-plussers. Dat is een heel grote en diverse populatie. Wat er uit het onderzoek kwam was dan ook niet erg verbazingwekkend: er is een groep die er soms of geregeld over denkt om uit het leven te stappen. Daarnaast zijn er mensen die zich eenzaam of overbodig voelen, of die het niet meer zien zitten vanwege ernstige persoonlijke of financiële problemen.

‘Voltooid leven’ is op al deze mensen helemaal niet van toepassing, en heeft dus niets te maken met het wetsvoorstel van D66-Kamerlid Pia Dijkstra. Dat draait om 75-plussers die niet fysiek lijden, maar hun leven voltooid achten en graag ‘een waardig einde aan hun leven willen maken’.

Regie in eigen hand houden

Vrijwel elke krant vond de afgelopen tijd wel zo’n 75-plusser die aangaf autonoom te willen beschikken over het moment van sterven. In De Limburger zei Weertenaar Bert van Maaren: „Mijn leven is een opeenstapeling van lichamelijke manco’s. Straks komt het moment dat ik niet meer verder wil. Als het zover is, wil ik de regie in eigen hand houden en op een waardige manier sterven.”

Daarom zou hij graag een zelfdodingspil in huis willen hebben. Want, zegt hij, dan kan hij er op een humane manier zelf een eind aan maken en is hij niet afhankelijk van een arts.

Nachtkastje

Maar het paradoxale van de wet is: op het moment dat je die pil wil, verlies je je autonomie. Je wordt niet afhankelijk van een arts, maar wel van een ‘levenseindebegeleider’, want je krijgt niet zomaar een pil aangereikt om op je nachtkastje te leggen. De levenseindebegeleider ‘zal beoordelen of er sprake is van een stervenswens die vrijwillig, weloverwogen en duurzaam is’.

Ook opmerkelijk: wat wel naar voren kwam uit het onderzoek onder 55-plussers, was dat de groep van 70-plussers die nergens aan lijdt, maar toch actief uit het leven wil stappen, niet gevonden is. Met andere woorden: bij een doodswens speelt (het vooruitzicht van) lijden blijkbaar altijd een rol.

‘Voltooid leven’ wordt zo een term voor iets dat niet bestaat. Het leven blijkt namelijk pas voltooid op het moment dat het niet meer leefbaar is. En voor die situatie is er een oplossing: euthanasie.

Verhullend

‘Voltooid leven’ is dus een verhullende term, die suggereert dat er een afronding bestaat. Het is een flirt met de dood, want het leven is nooit af zolang je het leeft. Iemand wil niet meer leven, omdat het niet meer te doen is. Je kunt wel zeggen: ik heb een prachtig leven gehad, het is mooi geweest. Maar dat is iets anders.

Reageer

Gratis drinkwater graag!

De Limburger, 24 januari 2020

COLUMN – Een van de fijnste gewone dingen in Nederland is het water uit de kraan, zeker als je zoals ik jarenlang in China hebt gewoond. Het is van een duizelingwekkende luxe dat je je glas onder de kraan kan houden en dat je dan drinkwater hebt van topkwaliteit. Dat je niet met twintigliterflessen hoeft te slepen voor je dagelijkse drinkwatervoorziening en dan nog niet zeker weet of wat er in de fles zit wel deugt – want wie zegt dat de verzegelde dop (de garantie van het bedrijf) niet nagemaakt is? Maar ja, je drinkt het, net als de rest van de mensen op aarde die nooit zeker weten of het drinkwater wel veilig is.

Spilziek

Bij terugkomst bleken Nederlanders een bizar, spilziek volk te zijn dat datzelfde kostbare water ook door de wc spoelt en zich doucht met puur drinkwater. Waar komt al dat goeie water eigenlijk vandaan? Ik kwam erachter dat in Limburg het drinkwater voor het grootste deel (75 procent) gemaakt wordt van grondwater. Vanuit driehonderd waterputten wordt het water uit de grond gepompt. De putten bevinden zich in beschermde waterwingebieden. Het resterende kwart komt uit de Maas. Dat is allemaal te lezen op wml.nl, de website van Waterleiding Maatschappij Limburg.

Sindsdien ben ik erg trots op het Limburgse drinkwater. Het waterleidingbedrijf begon vijftien jaar geleden met het ontharden van het water. En anders dan in omringende landen zit in ons water geen chloor. Daarom drinken wij in vergelijking met België en Duitsland veel meer kraanwater dan flessenwater. We zijn dus enorm goed bezig, hier in Limburg.

Innovatie

Maar er kan nog een tandje bij, met een systeem waarmee water hergebruikt kan worden. En dat is er: de start-up Hydraloop uit Leeuwarden won daar begin deze maand de eerste prijs mee op een grote innovatiebeurs in Las Vegas. Het bedrijf heeft een systeem ontwikkeld dat binnenshuis water recyclet, waardoor 85 procent van al het gebruikte water hergebruikt kan worden voor douche, toilet en (af)wasmachine. Kosten: rond de 4000 euro. Overheid en bedrijven, beginnen jullie daarmee?

Intussen kunnen we ervoor zorgen dat we stoppen met een paar beschamende, ongastvrije gewoonten als het om water gaat. Er zijn twee zaken waarvoor ik me doodschaam als ik vrienden uit het buitenland op bezoek heb. Eén: het ontbreken van gratis schone publieke wc’s. Station Maastricht, zag ik, vraagt 70 cent om naar de wc te mogen. Welkom in Zuid-Limburg, het gastvrije land van André Rieu. Even ter vergelijking, omdat ik er net geweest ben: Hongkong, een stad met 7,5 miljoen inwoners, heeft overal – straten, parken, metrostations, veerboten – gratis openbare toiletten. Ze zijn schoon, er is wc-papier, je kunt je handen wassen en drogen en er is vaak ook nog een apart fonteintje met drinkwater.

Horeca

Twee: de onbegrijpelijke, beschamende gewoonte om in de horeca geen gratis water te geven. Ook in het eigen Limburg, waar we prat gaan op onze rondborstige, gulle inborst, is het telkens een gevecht om een karaf gratis water op tafel te krijgen. Praten als Brugman moet je. En soms uiteindelijk opstaan en vertrekken als je voet bij stuk houdt.

Laat ik het samenvatten voor horecaondernemers: dus de klant mag wel gratis naar de wc, waar hij tientallen liters drinkwater erdoor jaagt, maar als hij van hetzelfde WML-water een glas wil drinken moet hij betalen? Ik zou zeggen: probeer het eens om te draaien: serveer gratis water en vraag geld om van het toilet gebruik te maken. Blijkt dat geen goed verdienmodel te zijn, realiseer je dan dat het woord gastvrijheid niet alleen horecajargon is, maar ook werkelijk iets betekent. In China serveren ze daarom gratis thee bij het eten (en Chinezen weten wat handel is!).

Reageer

De geboorte van een beweging

De Limburger, 10 januari 2020

COLUMN – Harvey Weinstein, de Amerikaanse filmproducent tegen wie deze week het strafproces begon, werd hét gezicht van MeToo. Het is dankzij twee volhardende journalisten van de New York Times dat het seksueel misbruik van deze man naar buiten kwam. Bekend was het allang, in heel Hollywood was het een publiek geheim dat hij vrouwen aanrandde. En dat hij intimideerde, bedreigde en overweldigde als hij zijn zin niet kreeg.

Maar men zweeg. Weinstein, de eenvoudige jongen uit Queens, New York, die zich opwerkte tot filmproducent van kwaliteitsfilms en ervoor zorgde dat die films een breed publiek kregen (Pulp Fiction, The English Patient) werd op handen gedragen. Zijn studio Miramax was goed voor 53 Oscars en talloze Oscarnominaties. Met hem samenwerken werd een garantie voor succes. Meryl Streep noemde hem eens ‘God’. Hij was een lieveling van de Democratische Partij en een vriend van Hillary Clinton. Een dochter van Obama liep stage bij The Weinstein Compagny.

Dus kon hij doen waar hij zin in had. Jonge actrices nodigde hij uit in zijn hotelsuite. Hij droeg alleen een badjas en hij schonk champagne. Of ze zijn nek konden masseren, vroeg hij dan. Als ze dat weigerden, werd hij agressief. Wisten ze wel wie hij was? Maken of breken, kon hij ze.

Journalisten die er onderzoek naar deden intimideerde hij via advocaten en dreigde hij met kostbare rechtszaken. Bovendien kregen ze hun verhaal nooit rond – de getroffen vrouwen wilden niet on the record praten, doodsbang nergens meer aan de bak te komen en financieel te worden uitgekleed. Al decennia kocht Weinstein aanrandingszaken af. In ruil voor een financiële vergoeding liet hij zijn slachtoffers zwijgcontracten tekenen – overigens een wijdverbreide praktijk in de VS en zeker in Hollywood, waar door de moordende concurrentie stilzwijgen de norm is.

De twee journalisten van The New York Times, Megan Twohey en Jodi Kantor, besloten het anders aan te pakken. Ze wachtten niet tot slachtoffers wilden praten maar volgden het financiële spoor van die zwijgcontracten. Via dat spoor konden ze aantonen dat medewerkers in alle regionen van The Weinstein Compagny wisten wat er speelde en kregen ze een aantal  vrouwen uiteindelijk zo ver om on the record te gaan.

Hun artikelen, in het najaar van 2017, ontketenden binnen enkele dagen de hashtag #MeToo op Twitter, waar vrouwen over de hele wereld hun ervaringen van seksuele intimidatie en misbruik deelden. De MeToo-beweging was geboren. Dat hun publicaties plotseling iets veel groters teweeg brachten, hadden Twohey en Kantor nooit kunnen vermoeden. Om te onderzoeken hoe dat kwam schreven ze het boek (in Nederlandse vertaling) Zij zei. #MeToo: het journalistieke onderzoek, de onthullingen en de wereldwijde impact.

Daarin vragen ze zich af: wat heeft ons werk precies opgeleverd en welke verhalen brengen een mentaliteitsverandering tot stand? Ze nemen de lezer mee in hun gedachten over de verantwoordelijkheid en de impact van journalistiek. Daarmee gaan ze een stap verder dan het vak sec.

Let wel: de twee zijn journalistieke diehards die zweren bij de journalistieke feiten, bij check en dubbelcheck. Ze onderscheiden zich nadrukkelijk van activisten en houden zich verre van slogans als ‘believe women’. In interviews halen ze geregeld het citaat van een van hun eerste redacteuren aan: ‘Als je moeder zegt dat ze van je houdt, check het.’

Die houding heeft er voor gezorgd dat een man als Harvey Weinstein met al zijn machtige tentakels niet ontkwam, en dat mannen zich nu realiseren dat ze mogelijk niet wegkomen met seksueel machtsmisbruik. Dat is veel. Het laat zien wat goede journalistiek vermag. Door de aandacht voor nepnieuws, trollen en amusementsjournalistiek zou je dat bijna vergeten.

 

Reageer

Een aanzwellende leemte

De Limburger, 24 december 2019

COLUMN – Mijn dochter is gedoopt in de Oud-Katholieke kerk van Hilversum, de kerk van mijn schoonfamilie. Oud-katholieken zijn de verlichte katholieken van Nederland. In de achttiende eeuw maakten ze zich los van de roomsen, ze erkenden de paus en zijn leergezag niet meer. Hun priesters mogen gewoon trouwen, vrouwen mogen ook priester worden. Bij ethische vraagstukken, zoals abortus en euthanasie, staat het eigen geweten van de leden centraal.

Ritueel

In zo’n kerk wilde ik mijn dochter best laten dopen: een mooi ritueel. Vooraf moesten we wel bij de pastoor op bezoek. Hoe stond het met ons beider geloof? Daar moest ik, als cultureel rooms-katholiek en agnost, over nadenken. Ik dacht aan mijn eerste communie in Heerlen. Ik droeg een wit jurkje, witte lakschoentjes en een wit lint om mijn hoofd, als een hippie. De jongens droegen witte broeken met wijde pijpen. Het was 1970, de dagen van flowerpower en de beatmis. Jezus was de verpersoonlijking van love & peace. Vier jaar later kwam het vormsel. Ik had geen idee wat dat betekende, ‘geloven’, en besloot er niet aan mee te doen.

Leemte

Sindsdien ga ik als agnost door het leven: de werkelijkheid geeft mij geen aanleiding om het bestaan van God te veronderstellen. Maar hoe ging ik deze boodschap aan de pastoor overbrengen? Het werd tijd om een citaat van de schrijver Frans Kellendonk in stelling te brengen. In een essay over God schreef hij: ‘Ik heb in het hart van de schepping een leemte ontdekt waar God, als Hij bestaat, mooi in zou passen’. De pastoor vond dat mooi, geloof ik, en de doop ging door.

Rond Kerstmis begint de leemte van Kellendonk aan te zwellen. Hoe massaler de trek naar de kerstmarkten en eetkramen, hoe meer de leegte opkruipt uit het vroege donker. Intussen beukt het geweld van de wereld paniekerig op ons in. We moeten stoppen, we moeten iets doen, we moeten vooruit, we moeten terug, we zijn met te veel, te weinig, we zijn te dik, te snel, we zijn massaal gek aan het worden.

Zielenknijper

Daarom zijn psychiaters de nieuwe priesters. Ze trekken volle zalen, hun boeken zijn bestsellers. Mensen snakken naar zingeving, maar bij gebrek daaraan rennen ze massaal naar de zielenknijper. Veelal onnodig, stelt de Vlaamse psychiater Damiaan Denys in NRC Handelsblad. We kunnen niet meer verdragen dat lijden bij het leven hoort, zegt hij. ‘Je kunt niet meer zeggen dat je verdrietig of somber bent. Nee, je bent depressief. We vormen alles om tot psychologische klachten om ons te onttrekken aan de verantwoordelijkheid voor ons lijden.’

Zo. Daar mogen we het mee doen. Voor Frans Kellendonk was God bovenal ‘de Schepper, de Kunstenaar’. Met dat beeld kon hij, als schrijver, het beste uit de voeten. Ik sluit me bij hem aan. In de leemte past de schoonheid, de muziek, het verhaal, het gedicht. Ik realiseer me dat ik vroeger veel gedichten las. Dat doe ik nauwelijks nog. Waarom? Ik beleef veel plezier aan de gedichten en fragmenten van gedichten die ik uit mijn hoofd ken. Elk moment kan ik een paar regels mompelen, in de trein, in de rij voor de kassa. Ik kan ze als ritselende bladeren, als een mantra – ja waarom niet: een gebed – door mijn hoofd laten gaan.

Edna St. Vincent Millay

Daarom ga ik deze feestdagen een nieuw gedicht uit mijn hoofd leren. Het wordt een sonnet van de Amerikaanse dichteres Edna St. Vincent Millay uit 1927. De laatste regels luiden:

The cane, the wrinkled hands, the special chair:

Time, doing this to me, may alter too

My sorrow, into something I can bear’.

Ik kan het u van harte aanraden.

Reageer

‘De wereld heeft niet nog meer succesvolle mannen nodig’

De Limburger, 12 december 2019

COLUMN – De Britse kunstenaar en televisiemaker Grayson Perry maakte drie jaar geleden een tv-serie over ultra mannelijkheid, getiteld All Man. Hij volgde mannen in de vechtsport, bij de politie, in de top van de financiële sector.

Hij wilde erachter komen wat die werelden vertellen over hedendaagse mannelijkheid. Het frappante was dat de gesprekken – dankzij Perry’s ontwapenende vraagstijl – niet gingen over geweld, agressie en macht, maar over depressie, angst en verlies.

In een interview over de tv-serie zei Perry dat veel mannen vergeten naar de toekomst te kijken. Voor heel wat mannen, zei hij, is mannelijkheid iets nostalgisch: het wordt nooit meer zoals het was. Het beeld dat ze van zichzelf hebben is oud, terwijl dat van vrouwen nieuw is, op de toekomst gericht. Vrouwen kijken vooruit, naar wat nog in het verschiet ligt.

Bange mannen

Thierry Baudet, de oprichters van Ongehoord Nederland!: oud. Bange mannen, als de dood voor de toekomst. Vandaar dat uitroepteken achter de naam van hun gedroomde omroep – de angst voor verlies maakt ze panisch. Terwijl er veel vrolijk nieuws is, ook voor hen. Als ze het maar doorhadden. Een vrouwenquotum voor de top van het bedrijfsleven, bijvoorbeeld. Een kleine duw naar de toekomst. Een por, want het is alleen maar een quotum voor raden van commissarissen van beursgenoteerde bedrijven.

Overleg

Maar het is door de Kamer gekomen. Waarom? Niet omdat er een stel boze vrouwen in de Kamer zit, niet omdat een vrouwelijke minister bedrijven had gewaarschuwd voor ‘stevige maatregelen’ als er niet meer vrouwen in topfuncties werden aangesteld. Nee, simpelweg omdat er een breed draagvlak voor het quotum is. De stemming in de Kamer was het resultaat van maanden overleg tussen vakbeweging, werkgevers en onafhankelijke experts. Mensen realiseren zich dat er iets doorbroken moet worden.

Dat is vrolijk nieuws voor iedereen. Ook voor bange mannen met oude gedachten. Het punt is namelijk: de wereld heeft niet nog meer succesvolle mannen nodig. Daar zijn er genoeg van. Succesvolle mannen – dat is nu wel zonneklaar – zijn geen garantie voor een betere wereld. Of voor een zinvol bestaan. Er zijn andere mensen nodig, andere mannen en vrouwen. Topmensen bij wie samenwerking voorop staat. Dat wordt nu langzaam opgepikt bij grote bedrijven.

DSM

Bij DSM bijvoorbeeld. Na het vertrek van topman Feike Sijbesma is er een duo aan de top gezet: een financiële vrouw en een operationele man. Daar heeft Sijbesma – ‘nog meer mannen brengen mij geen nieuwe inzichten’ – ongetwijfeld de hand in gehad. Hij is een man die naar de toekomst kijkt. Hij wist divers samengestelde teams te creëren, hield in de loopbaanplanning van zijn medewerkers rekening met kleine kinderen, is voorstander van een hogere CO2- tax voor bedrijven en stimuleert een Nederlands initiatief voor sociale projecten. En hij laat een DSM achter waarvan ook beleggers vrolijk worden.

Mogen twijfelen

Meer goed nieuws: dertigers in managementfuncties, vrouwen én mannen, krijgen het steeds vaker voor elkaar om minder uren te werken en toch carrière te maken. Ze laten zich niet gek maken door het gij-zult-meer-werken-dictaat. Hoe meer mensen dat doen, hoe normaler het wordt.

Stel je voor: topbanen die minder stress opleveren, omdat je niet in je eentje alle beslissingen hoeft te nemen. Omdat je niet per se zestig uur per week hoeft te werken, en ook tijd hebt om je kinderen van school te halen of je moeder te bezoeken. Je hoeft niet meer de beste te zijn, altijd gelijk te hebben. Je mag twijfelen aan je inzichten. Sterker, zonder twijfel geen gesprek, discussie, vooruitgang. Wat we nu nodig hebben zijn topmensen die de wereld wat bewoonbaarder maken.

Reageer

Molesteren om te beschermen

De Limburger, 29 november 2019

COLUMN – Nauwelijks zat ik in het vliegtuig van Hongkong naar huis of de pleuris brak uit op de Hongkongse universiteit waar mijn dochter een semester doorbracht als uitwisselingsstudent. Op de campus was een complete veldslag uitgebroken tussen demonstranten en oproerpolitie. Vanaf hun balkon op de negende verdieping kon ze met haar kamergenoten het strijdgewoel volgen. Rookwolken stegen op, traangasdampen woeien de kamer binnen.

‘Smerig spul,’ zei ze op de WhatsApp. Je kreeg er een stekende pijn van in je keel, een brandend gezicht en tranende ogen. ‘Kun je nagaan hoe het voelt als je dichtbij staat.’ Twee dagen zaten ze vast op de campus. De kantines waren dicht. Iedereen rende naar het enige winkeltje dat nog open was. Noedels slurpend op bed volgden ze op internet het verloop van de strijd aan de hoofdpoort.

Gefortificeerd

Toen kondigde hun universiteit, de grootste van Hongkong, het einde van het semester aan. Alle colleges werden geschrapt, de gebouwen gingen dicht. Maar hoe kwamen ze van de campus af? De uitgangen waren inmiddels zwaar gefortificeerd. En hoe kwamen ze weg uit de noordelijke buitenwijken, waar de universiteit lag? Bussen en metro’s reden niet meer. De Cross-Harbour tunnel naar Hong Kong Central was versperd.

Ze hadden geluk: het strijdtoneel verplaatste zich naar de Technische universiteit. Daar waren demonstranten dolzinnig geworden uit solidariteit met het protest op hun zusteruniversiteit. De politie had nu de handen vol aan de andere kant van de stad en op de campus van mijn dochter werd het rustpauze. Gauw vertrekken dus. Ze was niet de enige. Een lange sliert internationale studenten trok over de heuvelachtige campus. Ze sleepten hun koffers langs zelf gemetselde muurtjes en barricaden van hekken en huisraad, langs sportvelden waar zwartgeklede demonstranten oefenden in het gooien van benzinebommen.

Barricaden

‘Sorry, sorry,’ zeiden die. Behulpzaam hielpen ze iedereen langs de barricaden naar buiten. ‘Het spijt ons heel erg. We doen dit om onze universiteit te beschermen.’ Dat was wel humor, zei mijn dochter. De uni molesteren om haar te beschermen. Maar ze begreep wat ze bedoelden: de vernielingen waren nodig om te laten zien wat er gebeurt als Hong Kong zoals de rest van China wordt. Dan gaat de universiteit kapot. Dan is het gedaan met de vrije meningsuiting, is het afgelopen met de vrijheden die bij de waarden van een universiteit horen.

Middenklasse

Nu blijkt dat zelfs de politiek onverschillige Hongkongse middenklasse gevoelig is voor die boodschap. In de districtsverkiezingen kozen ze massaal voor pro-democratie partijen. Dat was schrikken voor het regime in Peking. De uitslag van de verkiezingen werd dan ook angstvallig stilgehouden in China. Maar wat hebben wij in Limburg ermee te maken? Wat kan het ons schelen? Nou dit: iedereen die afhankelijk wordt van China kan gechanteerd worden.

Dalai Lama

het onderzoeksplatform Investigate Europe gaf daar onlangs een paar sterke staaltjes van in een artikel over de invloed van China op het Europese bedrijfsleven. Zo plaatste het Duitse Daimler een Mercedes-advertentie met een citaat van de Dalai Lama: ‘Bekijk de situatie van alle kanten en je zult opener worden.’ Binnen enkele uren werd Daimler in China uitgemaakt voor ‘vijand van het volk’. De raad van bestuur trok de advertentie terug en noemde het citaat ‘een buitengewoon foute boodschap’.

De baas van Daimler liet in een persoonlijke brief weten dat hij diepe spijt had van deze ‘ongevoelige vergissing’ die het Chinese volk zoveel verdriet had aangedaan. Zo ver gaat de economische invloed van China, dat bedrijven het spel niet meer durven spelen volgens eigen spelregels. Een waarschuwing voor Limburgse overheden en bedrijven die zakendoen met China. Zonder tegengas te geven zit je, net als de studenten, als een rat in de val.

Reageer

Een schaduw van geweld

De Limburger, 15 november 2019

COLUMN – Kom ik uit de onrust in Hongkong, waar een heftig conflict gaande is om democratie, val ik middenin de verdere escalatie van de strijd om Zwarte Piet. Voorstanders van Zwarte Piet vielen een pand in Den Haag aan waar de actiegroep Kick Out Zwarte Piet een vergadering had. Ze gooiden met vuurwerk, kegelden ruiten in en vernielden auto’s. Een man dreigde zich op te blazen omdat hij pal staat voor de sinterklaastraditie. Het lijkt een opmaat naar komend weekend, wanneer in het hele land Sinterklaas arriveert. Sommige organisaties, zoals de Belastingdienst in Heerlen en Maastricht, bliezen hun sinterklaasfeest af. Voor- en tegenstanders hebben zich ingegraven.

Daar zitten mensen tussen die zich voorbereiden op een harde confrontatie. Die willen lekker rellen. Ze verheugen zich erop. Vorig jaar vonden voetbalhooligans hun weg naar demonstranten die hun – rechtmatige, goedgekeurde – protest tegen Zwarte Piet hielden. Dit jaar riep een doodgewone Haagse ondernemer via Twitter op om tegenstanders van Zwarte Piet ‘met pek, veren en nog meer shit iedere stad uit te donderen’.

Er ontstaan bondgenootschappen tussen extremisten die bereid zijn geweld te gebruiken en gewone mensen. Mensen die bang zijn dat met het verdwijnen van Zwarte Piet de hele oer-Nederlandse cultuur naar de ratsmodee gaat of die geloven dat Zwarte Piet de duivelse belichaming is van de racistische Nederlander.

De Haagse ondernemer haastte zich te zeggen dat hij ‘tegen geweld’ was. Op sociale media werd de gewelddadige actie in Den Haag door mensen afgedaan als aanstellerij en zelfs als nepnieuws. Organisatoren van Sinterklaas-intochten worden van twee kanten bedreigd. Het extreem-rechtse Pegida heeft demonstraties aangekondigd in verschillende steden, waaronder Eindhoven, waar de intocht vorig jaar uit de hand liep toen hooligans van voetbalclub PSV anti-Zwarte Piet activisten belaagden.

Blijkbaar zijn een hoop mensen bereid harde acties te gedogen voor ‘de goede zaak’. Ze zijn tegen geweld, maar ze verkneukelen zich over woedende acties waar een schaduw van geweld overheen hangt. Met als gevolg dat radicale activisten zich in de rug gedekt voelen. Ze voelen dat ze een vrijbrief hebben, dat ze slechts uitvoeren wat hun aanhang verlangt.

En is escalatie in woorden niet ook een vorm van geweld? Is er nog plaats voor dialoog? Voor enige relativering? Voor de kunst je in een ander te verplaatsen? Het lijkt wel alsof iedereen bezig is met zijn eigen revolutie. De boer, de autorijder, de klimaatactivist, de bouwer, de cultuuractivist, de pro- of anti-Piet activist: de beuk erin!

De dreiging van harde actie is soms verbijsterend. De Limburger berichtte over een uit de hand gelopen conflict tussen een docent en een leerling van een vmbo-school in Sittard. Een 14-jarige leerling beschuldigt een docente ervan hem zwart te maken bij andere leerlingen. De leerling heeft de hulp ingeroepen van een ‘anti-pestactivist’ uit Rotterdam. De man, een ex-crimineel, verdient zijn geld met het helpen van mensen die onrecht wordt aangedaan. Getuige zijn Facebookaccount levert hij weerbaarheidstechnieken en andere diensten. Hij spreekt over de leerling als ‘zijn cliënt’ en dreigt met alle mogelijk acties als de docent niet wordt ontslagen. Op Facebook plaatste hij een foto van de docente, met een zwart balkje voor de ogen.

De schaduw van geweld. Een ex-crimineel die zich bemoeit met een schoolconflict. Hoe heeft het zover kunnen komen? Was er dan niemand op school die op een rustige manier met de leerling en de docente in gesprek is gegaan? Die de tijd heeft genomen om naar beide verhalen te luisteren? De geprobeerd heeft een dialoog op gang te brengen? Die gezegd heeft: maak eens duidelijk wat je voelt, zonder te beschuldigen? Die het woord ‘empathie’ in de mond nam?

 

Reageer

China-delegaties: ogen dicht

De Limburger, 1 november 2019

COLUMN – Beste Limburgse deelnemers van China-delegaties,

Het kan jullie niet ontgaan zijn dat er al enige tijd onrust is in Hongkong. Die stad, ooit een kolonie van het Britse rijk, is alweer meer dan twintig jaar geleden teruggegeven aan het Chinese moederland. Limburg probeert goede banden op te bouwen met China. Van de provincie tot Brightlands, van Maastricht via Weert tot Valkenburg: overal zoeken bestuurders hun heil in het Verre Oosten. Het zou daarom goed zijn als jullie, de eerstvolgende keer dat je daar thee drinkt en zaken doet, je stem eens duidelijk laat horen.

China’s hoogste vertegenwoordiger in Hongkong, Xie Feng, dringt daar namelijk op aan. Het ‘virus van straatgeweld’ in Hongkong, zegt hij, is dodelijker dan het SARS-virus dat de wereld in zijn greep hield in 2003. ‘Van Spanje tot Groot-Brittannië en Chili zijn demonstranten bezig Hongkong te kopiëren’, zei Xie. ‘Dit straatgeweld is als een doos van Pandora. Als die wordt geopend, dan wordt de menselijke beschaving in het verderf gestort. Geen land zal gespaard blijven.’

De Chinese topdiplomaat roept daarom de internationale gemeenschap op om niet stil te blijven. Help ons, zegt hij namens Peking, om de stabiliteit en de bloei van Hongkong te behouden! Begrijpelijk. Ik ben op dit moment zelf in Hongkong en wat zich hier afspeelt is geen grap. Afgelopen zaterdag bevond ik me middenin de onrust. Het speelde zich af in Salisbury Garden, in een omgeving van musea en internationale hotels als Sheraton en The Peninsula. Er werd een protest­bijeenkomst gehouden om de Hongkongse pers een hart onder de riem te steken. Maar wat een toestand!

Ten eerste hadden de demonstranten geen vergunning. Dan vraag je om moeilijkheden. Ten tweede werd er een lied gezongen dat een affront is voor China: Glory to Hong Kong, een eigen protestvolkslied van radicalen die China’s president Xi voor een nazi uitmaken! De meeste rebellen zijn in het zwart geklede twintigers die je werkelijk angst inboezemen. Maar ook tieners laten zich meeslepen, en zelfs ouders met kinderen en senioren. Ik zag een moeder en dochter, elk met een verboden mondkapje om, die een poster omhoog hielden met de woorden: ‘Never give up. Free Hong Kong!

Hoezo ‘free’? De Hongkongers mogen de Communistische Partij danken dat ze bij het grote China mogen horen, het land dat straks de baas is in de wereld. Geen wonder dus dat de politie massaal werd ingezet. Troepen in zwart en legergroen, en goed uitgerust, wapenstokken, schilden, shotguns met rubberkogels, pepperspray, traangasgranaten en dienstpistolen. Ze trokken, nog voordat het protest begonnen was, op naar het ondankbare volk dat z’n rebellenliederen zong. De dienders werden daar uitgescholden voor criminelen en gangsters – logisch dat ze hardhandig optraden. Een oudere vrouw kreeg klappen, een journalist kreeg pepperspray in zijn ogen.

Waar gehakt wordt vallen spaanders. Een jonge vrouw waarschuwde me. De politie had de zwarte vlag gehesen, er kon elk moment traangas worden afgevuurd. Maar wegkomen van het plein voor het Museum of Art bleek nog niet eenvoudig. De politie was werkelijk overal, op elke straathoek en bij elk metrostation in de buurt stond een peloton.

Daags erna liet de leiding in Hongkong weten dat ze de demonstranten steeds harder zal aanpakken. De onrust heeft nu lang genoeg geduurd. De Chinese staat verdient nu alle steun in zijn taaie strijd tegen radicalen die de handel tussen oost en west op het spel zetten. Laat jullie dus horen, ook uit Limburg, ook uit Maastricht, Weert en Valkenburg. Moge duizend bloemen bloeien!

PS. Mochten jullie naar Hongkong gaan, trek dan wat vrolijke kleren aan. In stemmig zwart riskeer je molestatie.

Reageer

Schrijvers verjagen hokjesgeest

De Limburger, 18 oktober 2019

COLUMN – Ligt het aan mij of waren de Nobelprijzen voor Literatuur vroeger prominenter in het nieuws? De bekendmaking, vorige week, leek een bijzin in de actualiteit. Schrijvers, zegt u? Er schrijven zoveel mensen tegenwoordig. Net als dat van fotografen en journalisten is de erkenning van het schrijversvak onderhevig aan erosie. Iedereen denkt dat-ie het kan, of is. Zou het daardoor komen?

Tussen 1901 en 2019 hebben 116 schrijvers de Nobelprijs voor Literatuur gewonnen. Vijftien keer was dat een vrouw. Dit jaar waren er twee winnaars, omdat de prijs vorig jaar niet werd uitgereikt vanwege een ­#MeToo-schandaal binnen de Zweedse Academie. Je zou denken: doe dan twee keer een vrouw, om de achterstand een beetje weg te werken. Maar nee, naast de Poolse schrijfster Olga Tokarczuk koos men de Oostenrijkse schrijver Peter Handke. Een pijnlijke keuze, gezien Handkes steun voor de Servische leider Slobodan Milosevic. ‘Een verdediger van genocide’, schreef The Guardian over Handke.

Zweeds lijstje

Over die kwestie zal de jury zich vooraf ongetwijfeld achter de oren hebben gekrabd en toen misschien stilgestaan hebben bij de Joegoslavische schrijfster Dubravka Ugresic, die ook op een Zweeds lijstje moet staan. Ugresic woont sinds eind jaren negentig in Nederland en geldt als een Nobelprijskandidaat. Ze nam van begin af aan stelling tegen de nationalistische ideeën van zowel de Kroaten als de Serviërs.

Al vijfentwintig jaar schrijft ze over de vernietiging van de oud-Joegoslavische cultuur. Niet alleen door de machthebbers, maar ook door iedereen die als doorgeefluik functioneerde voor, wat zij noemde, ‘een cultuur van leugens’. Het gaat dan om het zwartmaken van de ander, het voortdurend benadrukken van verschillen, het gebruiken van woorden als ‘zuiver’ en ‘etnisch zuiver’. Voor het rijp maken van de gedachte, kortom, dat de verschillende volken en religies in Joegoslavië niet meer met elkaar konden samenleven.

Woede

Ugresic verzet zich fel tegen elke vorm van hokjesgeest, net als Nobelprijswinnares Olga Tokarczuk. En net als Ugresic wordt de Poolse schrijfster in eigen land gehaat door nationalisten. Tokarczuk vertelt Poolse verhalen waarvan de conservatieven in Polen in woede ontsteken. Verhalen over vrouwen, over rebellen, over Pools antisemitisme en Poolse misdaden die het beeld van Polen als slachtoffer onderuithalen. Haar laatste boek is een felle aanklacht tegen de jacht in Polen, die door de overheid wordt aangemoedigd. Scheldkanonnades waren haar deel: ‘antichristelijke eco-terrorist’.

Zo worden Ugresic en Tokarczuk in eigen land langs de politieke meetlat gelegd: pas je in het nationalistisch profiel? Nee, dan ben je een landverrader. Terwijl ze niets anders doen dan verhalen vertellen over gewone mensen. Net als een andere Nobelprijswinnaar, Svetlana Aleksije­vitsj, uit Wit-Rusland, de enige die, in 2015, de Nobelprijs voor Literatuur kreeg als journalist. En wat voor een! Al meer dan veertig jaar wijdt ze zich gepassioneerd aan een vorm van orale literatuur, ze schrijft verhalen volledig gebaseerd op interviews. Zo vertelt ze aan de hand van heel persoonlijke getuigenissen een nieuwe versie van de Sovjetgeschiedenis – de Tweede Wereldoorlog, het communisme, de oorlog in Afghanistan, de Tsjernobylramp. Ook Aleksijevitsj is niet geliefd in eigen land. ‘Mensen zoals ik voelen zich een paria in Wit-Rusland’, zei ze laatst op de radio, ‘we worden stilgehouden.’

Dankbaarder

Schrijvers. We zouden wat respectvoller mogen zijn tegenover deze beroepsgroep. Er wat meer aandacht aan mogen besteden. We zouden wat dankbaarder mogen zijn voor hun boeken. In tal van landen worden ze vervloekt, gevangengezet en de mond gesnoerd. De meesten verdienen een habbekrats, maar ze rammen geen deuren open. Ze eisen niet luidkeels het voortbestaan van hun authentieke beroep op. Ze schrijven. Ze trappen alleen de deuren in van de geest, om ons wakker te schudden. Om ons uit onze hokjesgeest te verdrijven.

Reageer

Orakel

De Limburger, 4 oktober 2019

Waren we toch echt even bang dat we binnenkort allemaal als slakken over de snelweg moeten kruipen. Blijkt dat gelukkig allemaal Hollands uit te pakken. ‘Alleen waar het moet,’ zei Johan Remkes in Nieuwsuur. Oef. Het werd nogal alarmerend aangekondigd, dat rapport van Remkes. Op sociale media begon men zich al geweldig op te winden over die 100km-limiet. Maar gelukkig viel het rapport honderd procent mee. Wat erin staat?

‘Op het gebied van mobiliteit adviseert het Adviescollege een snelheidsverlaging door te voeren op rijks- en provinciale wegen, zo nodig gedifferentieerd naar wegen of gebieden, waarbij de snelheidsbeperkende maatregelen worden gericht op aantoonbare effecten’. Klare taal. Verstandig man, die Remkes. Doe ermee wat u goeddunkt, zegt hij. Dat is wijsheid, en we hoeven ons dus geen zorgen te maken, die Formule 1 in Zandvoort kan gewoon doorgaan. Het kabinet schaart zich er volledig achter en minister Bruins gaf bij wijze van spreken al het startschot toen hij zei dat het fantastisch zou zijn als we volgend jaar ‘vroem’ horen.

Een hele geruststelling. Want het is belangrijk dat we iets aan dat klimaat doen, maar het moet niet hysterisch worden. En die kant gaat het wel op. Vooral onder jongeren. Maar ook ouderen raken van het pad af. Het wordt echt tijd dat we onze ouders aanspreken op hun ondermijnende duurzame gedrag. Het zijn namelijk een stel oppotters, die oudjes. En dat loopt nu uit de hand.

Het is wel begrijpelijk dat ze dat van kindsbeen hebben meekregen, door de oorlog en zo. Maar met hun zuinigheid en hun verduurzaming zorgen ze er wel voor dat de rente nu zo erbarmelijk laag staat. Volkskrant-columnist Peter de Waard kaartte dat onlangs scherp aan. ‘Als de oppotgeneratie meer geld zou besteden aan nieuwe bankstellen, dekbedovertrekken, boormachines en haardrogers, schoot de vraag omhoog,’ schreef hij. Dat zou tot hogere lonen, hogere prijzen en inflatie leiden, waardoor de rente kan stijgen en pensioenkortingen van de baan zijn.

Dat moet dus stoppen. Net als die oude boeren, die hun beesten nog verzorgen alsof het huisdieren zijn. Waarom hebben ze nog geen megastallen? In het advies van Remkes werd dat weer goed onder woorden gebracht: ‘De gebiedsgerichte benadering houdt in dat naarmate een specifieke sector een substantiële bijdrage levert aan stikstofproblemen in gebieden die kwetsbaar zijn voor deposities, doelgerichte maatregelen worden getroffen.’ Hoe? Simpel: ‘door gerichte verwerving of sanering van agrarische bedrijven met relatief hoge emissies of verouderde stalsystemen’. Precies: die oude boeren, die moeten eindelijk uitgekocht worden.

En ze moeten de economie met rust laten. Daarin was Remkes ook helder. ‘Alle economische sectoren die stikstofuitstoot kennen, dienen een bijdrage te leveren, in een evenwichtige verhouding, waarbij kosteneffectiviteit in ogenschouw wordt genomen.’ Dat is redelijk, toch? Je zou willen dat de ouders van Greta dat rapport eens lazen, om dat kind wat redelijkheid bij te brengen. Wie zet zo’n kind ook op een podium? Dat is toch krankzinnig?

Bovendien een kind met een beperking. Dat vertelt ze zelf. Ze lijdt aan Asperger, een vorm van autisme. Daarom kijkt ze zo boos, daar kan ze ook niks aan doen. Iedereen begint zich nu zorgen om haar te maken. Ze gaat niet meer naar school, dus ze heeft geen last van prestatiedruk, maar ze lijkt een zenuwinzinking nabij. Ze begint steeds meer te raaskallen.

Op de radio vergeleek iemand haar met het Orakel van Delphi. U weet wel, die Griekse waarzegster die, onder invloed van bedwelmende walmen, de toekomst voorspelde. De waarzegster brabbelde en de priesters vertaalden de klanken naar een begrijpelijke boodschap. Een treffend beeld. Greta raast en alle regeringsleiders kunnen ermee doen wat hun goeddunkt.

Reageer

« Vorige pagina« Vorige items « Vorige pagina · Volgende pagina » Volgende items »Volgende pagina »