Schrijvers verjagen hokjesgeest

De Limburger, 18 oktober 2019

COLUMN – Ligt het aan mij of waren de Nobelprijzen voor Literatuur vroeger prominenter in het nieuws? De bekendmaking, vorige week, leek een bijzin in de actualiteit. Schrijvers, zegt u? Er schrijven zoveel mensen tegenwoordig. Net als dat van fotografen en journalisten is de erkenning van het schrijversvak onderhevig aan erosie. Iedereen denkt dat-ie het kan, of is. Zou het daardoor komen?

Tussen 1901 en 2019 hebben 116 schrijvers de Nobelprijs voor Literatuur gewonnen. Vijftien keer was dat een vrouw. Dit jaar waren er twee winnaars, omdat de prijs vorig jaar niet werd uitgereikt vanwege een ­#MeToo-schandaal binnen de Zweedse Academie. Je zou denken: doe dan twee keer een vrouw, om de achterstand een beetje weg te werken. Maar nee, naast de Poolse schrijfster Olga Tokarczuk koos men de Oostenrijkse schrijver Peter Handke. Een pijnlijke keuze, gezien Handkes steun voor de Servische leider Slobodan Milosevic. ‘Een verdediger van genocide’, schreef The Guardian over Handke.

Zweeds lijstje

Over die kwestie zal de jury zich vooraf ongetwijfeld achter de oren hebben gekrabd en toen misschien stilgestaan hebben bij de Joegoslavische schrijfster Dubravka Ugresic, die ook op een Zweeds lijstje moet staan. Ugresic woont sinds eind jaren negentig in Nederland en geldt als een Nobelprijskandidaat. Ze nam van begin af aan stelling tegen de nationalistische ideeën van zowel de Kroaten als de Serviërs.

Al vijfentwintig jaar schrijft ze over de vernietiging van de oud-Joegoslavische cultuur. Niet alleen door de machthebbers, maar ook door iedereen die als doorgeefluik functioneerde voor, wat zij noemde, ‘een cultuur van leugens’. Het gaat dan om het zwartmaken van de ander, het voortdurend benadrukken van verschillen, het gebruiken van woorden als ‘zuiver’ en ‘etnisch zuiver’. Voor het rijp maken van de gedachte, kortom, dat de verschillende volken en religies in Joegoslavië niet meer met elkaar konden samenleven.

Woede

Ugresic verzet zich fel tegen elke vorm van hokjesgeest, net als Nobelprijswinnares Olga Tokarczuk. En net als Ugresic wordt de Poolse schrijfster in eigen land gehaat door nationalisten. Tokarczuk vertelt Poolse verhalen waarvan de conservatieven in Polen in woede ontsteken. Verhalen over vrouwen, over rebellen, over Pools antisemitisme en Poolse misdaden die het beeld van Polen als slachtoffer onderuithalen. Haar laatste boek is een felle aanklacht tegen de jacht in Polen, die door de overheid wordt aangemoedigd. Scheldkanonnades waren haar deel: ‘antichristelijke eco-terrorist’.

Zo worden Ugresic en Tokarczuk in eigen land langs de politieke meetlat gelegd: pas je in het nationalistisch profiel? Nee, dan ben je een landverrader. Terwijl ze niets anders doen dan verhalen vertellen over gewone mensen. Net als een andere Nobelprijswinnaar, Svetlana Aleksije­vitsj, uit Wit-Rusland, de enige die, in 2015, de Nobelprijs voor Literatuur kreeg als journalist. En wat voor een! Al meer dan veertig jaar wijdt ze zich gepassioneerd aan een vorm van orale literatuur, ze schrijft verhalen volledig gebaseerd op interviews. Zo vertelt ze aan de hand van heel persoonlijke getuigenissen een nieuwe versie van de Sovjetgeschiedenis – de Tweede Wereldoorlog, het communisme, de oorlog in Afghanistan, de Tsjernobylramp. Ook Aleksijevitsj is niet geliefd in eigen land. ‘Mensen zoals ik voelen zich een paria in Wit-Rusland’, zei ze laatst op de radio, ‘we worden stilgehouden.’

Dankbaarder

Schrijvers. We zouden wat respectvoller mogen zijn tegenover deze beroepsgroep. Er wat meer aandacht aan mogen besteden. We zouden wat dankbaarder mogen zijn voor hun boeken. In tal van landen worden ze vervloekt, gevangengezet en de mond gesnoerd. De meesten verdienen een habbekrats, maar ze rammen geen deuren open. Ze eisen niet luidkeels het voortbestaan van hun authentieke beroep op. Ze schrijven. Ze trappen alleen de deuren in van de geest, om ons wakker te schudden. Om ons uit onze hokjesgeest te verdrijven.

Reageer

Orakel

De Limburger, 4 oktober 2019

Waren we toch echt even bang dat we binnenkort allemaal als slakken over de snelweg moeten kruipen. Blijkt dat gelukkig allemaal Hollands uit te pakken. ‘Alleen waar het moet,’ zei Johan Remkes in Nieuwsuur. Oef. Het werd nogal alarmerend aangekondigd, dat rapport van Remkes. Op sociale media begon men zich al geweldig op te winden over die 100km-limiet. Maar gelukkig viel het rapport honderd procent mee. Wat erin staat?

‘Op het gebied van mobiliteit adviseert het Adviescollege een snelheidsverlaging door te voeren op rijks- en provinciale wegen, zo nodig gedifferentieerd naar wegen of gebieden, waarbij de snelheidsbeperkende maatregelen worden gericht op aantoonbare effecten’. Klare taal. Verstandig man, die Remkes. Doe ermee wat u goeddunkt, zegt hij. Dat is wijsheid, en we hoeven ons dus geen zorgen te maken, die Formule 1 in Zandvoort kan gewoon doorgaan. Het kabinet schaart zich er volledig achter en minister Bruins gaf bij wijze van spreken al het startschot toen hij zei dat het fantastisch zou zijn als we volgend jaar ‘vroem’ horen.

Een hele geruststelling. Want het is belangrijk dat we iets aan dat klimaat doen, maar het moet niet hysterisch worden. En die kant gaat het wel op. Vooral onder jongeren. Maar ook ouderen raken van het pad af. Het wordt echt tijd dat we onze ouders aanspreken op hun ondermijnende duurzame gedrag. Het zijn namelijk een stel oppotters, die oudjes. En dat loopt nu uit de hand.

Het is wel begrijpelijk dat ze dat van kindsbeen hebben meekregen, door de oorlog en zo. Maar met hun zuinigheid en hun verduurzaming zorgen ze er wel voor dat de rente nu zo erbarmelijk laag staat. Volkskrant-columnist Peter de Waard kaartte dat onlangs scherp aan. ‘Als de oppotgeneratie meer geld zou besteden aan nieuwe bankstellen, dekbedovertrekken, boormachines en haardrogers, schoot de vraag omhoog,’ schreef hij. Dat zou tot hogere lonen, hogere prijzen en inflatie leiden, waardoor de rente kan stijgen en pensioenkortingen van de baan zijn.

Dat moet dus stoppen. Net als die oude boeren, die hun beesten nog verzorgen alsof het huisdieren zijn. Waarom hebben ze nog geen megastallen? In het advies van Remkes werd dat weer goed onder woorden gebracht: ‘De gebiedsgerichte benadering houdt in dat naarmate een specifieke sector een substantiële bijdrage levert aan stikstofproblemen in gebieden die kwetsbaar zijn voor deposities, doelgerichte maatregelen worden getroffen.’ Hoe? Simpel: ‘door gerichte verwerving of sanering van agrarische bedrijven met relatief hoge emissies of verouderde stalsystemen’. Precies: die oude boeren, die moeten eindelijk uitgekocht worden.

En ze moeten de economie met rust laten. Daarin was Remkes ook helder. ‘Alle economische sectoren die stikstofuitstoot kennen, dienen een bijdrage te leveren, in een evenwichtige verhouding, waarbij kosteneffectiviteit in ogenschouw wordt genomen.’ Dat is redelijk, toch? Je zou willen dat de ouders van Greta dat rapport eens lazen, om dat kind wat redelijkheid bij te brengen. Wie zet zo’n kind ook op een podium? Dat is toch krankzinnig?

Bovendien een kind met een beperking. Dat vertelt ze zelf. Ze lijdt aan Asperger, een vorm van autisme. Daarom kijkt ze zo boos, daar kan ze ook niks aan doen. Iedereen begint zich nu zorgen om haar te maken. Ze gaat niet meer naar school, dus ze heeft geen last van prestatiedruk, maar ze lijkt een zenuwinzinking nabij. Ze begint steeds meer te raaskallen.

Op de radio vergeleek iemand haar met het Orakel van Delphi. U weet wel, die Griekse waarzegster die, onder invloed van bedwelmende walmen, de toekomst voorspelde. De waarzegster brabbelde en de priesters vertaalden de klanken naar een begrijpelijke boodschap. Een treffend beeld. Greta raast en alle regeringsleiders kunnen ermee doen wat hun goeddunkt.

Reageer

Het taboe van Valkenburg

De Limburger, 20 september 2019

Ik vier de bevrijding en neem de trein Maastricht-Valkenburg om te gaan luisteren naar Jacquo Silvertant en Tom Alessie, de schrijvers van een boek over de laatste oorlogsdagen en de eerste dagen van de bevrijding in Valkenburg. Op 4 mei dit jaar was ik ook op het station. Toen luisterde ik naar verhalen over het lot van Joodse Valkenburgers. In het zaaltje van de Stationnerie kwamen toen ook andere verhalen naar boven, verhalen die lang hadden liggen sluimeren.

Zo vertelde een vrouw over een vriend die van zijn Duitse vader bij de Hitlerjugend moest. Een ander vertelde over haar moeder, die voor een groepje piepjonge Duitse soldaten moest koken. Haar moeder had netjes de tafel gedekt en een maaltijdsoep bereid. Aan tafel barstten de jongens in huilen uit: de aanblik van een gedekte tafel herinnerde meedogenloos aan thuis.

Ik luisterde op die 4e mei ook naar Arnold Schunck, de zoon van Pierre Schunck, die in Valkenburg een prominente rol speelde in het verzet. Het viel me toen op dat Arnold terughoudend sprak over de heldendaden van zijn vader. Nee, hij was geen verzetsheld, benadrukte Arnold. Hij was ‘erin gerold’. Door zijn wasserij konden er nuttige spullen via de was weggehaald worden uit het Jezuïetenklooster, waar de nazi’s zaten. De wasserij was ook handig voor het verbergen van onderduikers, mannen die niet voor de Duitsers wilden werken, en later Joden.

Misschien was Arnold ook wel zo bescheiden over zijn vader, omdat hij wist of vermoedde dat deze ook een minder heldhaftige rol had gespeeld. Dat ontdekten Silvertant en Alessie tijdens hun onderzoek. In hun boek Under an orange colored sky. Valkenburg in het zicht van de vrijheid doen ze verslag van wat ze noemen ‘het grote taboe van Valkenburg’: de lafhartige executie van de virulente NSB’er Funs Savelberg.

Savelberg werd op 14 september 1944, nadat ’s ochtends de eerste Amerikanen in Valkenburg waren gearriveerd, neergeschoten door een burger die geen idee had hoe hij met een wapen moest omgaan. Die ochtend had hij van een Amerikaan een machinegeweer in handen gedrukt gekregen. Van grote afstand schoot hij op goed geluk drie salvo’s in de richting van Savelberg, terwijl verzetsmensen, onder wie Pierre Schunck, van een afstandje toekeken. De NSB’er viel neer, maar leefde nog. Extra schoten in zijn hoofd maakten de klus af.

De executie, schrijven de auteurs, was ‘het trieste resultaat van de verdeeldheid tussen de Valkenburgse verzetsgroepen’. Niemand nam er verantwoordelijkheid voor, sterker, het dossier van de schutter, die in 1945 voor de Maastrichtse rechtbank moest verschijnen, verdween uit het archief. Na de oorlog werd er niet meer over gesproken, en Schunck en andere bekende verzetsmensen ontkenden zelfs dat zij er een rol in hadden gehad.

Ook was door wanorde binnen de verzetsgroepen de bevrijding in Maastricht en Valkenburg uitgelopen op een massale klopjacht op (vermeende) collaborateurs en ‘moffenmeisjes’. Uit een rapport van de politiecommandant van 21 september 1944 blijkt dat enkele verzetsmensen, onder wie Schunck, opdracht gaven om meisjes die zich tijdens de Duitse bezetting ‘niet behoorlijk’ hadden gedragen op te pakken. Ze werden naar een plein gedirigeerd waar ze werden kaalgeschoren.

Hun boek, zegt Silvertant tijdens de presentatie, is een kritische noot bij ‘het belevingsspektakel’ van 75 jaar bevrijding en de romantisering van het oorlogsverleden. De auteurs hebben met hun boek bijgedragen aan een nuancering van de gemakkelijke, geruststellende zwart-wit verhalen met helden en schurken, van goed en fout. Het gaat niet om het beoordelen, maar om het begrijpen van het verleden. Dat is de taak van de historicus. Mooie oorlogsmythes zijn niet meer van deze tijd.

 

Reageer

Onthaasten in Maastricht

De Limburger, 6 september 2019

De zomer van 2019. Hoe klinkt dat over 25 jaar? Niet als een zomer van love & peace in elk geval, met protesten in de straten van Hongkong, Harare, Moskou en Londen, de Amazone in lichterlaaie, de Britten die gek geworden zijn en een president van Amerika die als vastgoedboss op Groenland aast.

Daar komt nog bij: ‘Woodstock 50’, de jubileumeditie van Woodstock 1969, kwam niet van de grond. En de hoop dat Maastricht het Songfestival zou krijgen werd de nek omgedraaid.

Summer of love, es war einmal. Of was het wel zo liefdevol? In 1969 woekerde in Vietnam de oorlog onverbiddelijk voort, op het Wenceslausplein in Praag stak de student Jan Palach zichzelf in brand, op Curaçao brak een grote arbeidersopstand uit en de Britten stuurden troepen naar Noord-Ierland.

Wie weet, herdenken we de hondsdagen van deze zomer over een kwart eeuw wel revolutionairder en lieflijker dan wij denken, en zit dat oordeel nu nog verstopt achter een vette laag waandenken en doemscenario’s.

Izakaya

Tijdens de hete dagen zat ik voor de buis en zag ik een reisreportage over Tokyo. Tokyo is, anders dan veel mensen denken, één groot agglomeraat van wijken met laagbouw. Allemaal dorpen eigenlijk, die aan elkaar gegroeid zijn. In een van die wijken heeft een aantal buurtbewoners zich gecommitteerd aan ‘minder’ en ‘langzamer’.

Ze vragen zich af wat ze werkelijk nodig hebben en waar ze gelukkig van worden. Niets nieuws meer aanschaffen, dingen repareren, maaltijden delen. Minder consumeren, trager leven. Ook goed tegen de eenzaamheid – in Japan schiet het aantal mensen dat alleen woont jaar na jaar omhoog. De izakaya, het buurtbarretje – er passen hoogstens vijf mensen in – blijkt een cruciale geluksbrenger: even bijpraten, wat drinken, wat eten.

Hangmat

In de koele schaduw van ons huis registreerde ik krantenkoppen, hoorde het radionieuws. Vleesvervangers zijn sterk toegenomen. Uit cijfers van een marktonderzoek blijkt dat sinds 2017 de verkoop van vleesvervangers in de supermarkt met 51 procent is toegenomen. Tegelijk daalde de verkoop van vlees met 9 procent. Slager Steltenpool uit Hoevelaken, al vijftig jaar slager, op de radio: „Wij slagers zijn heel innovatief, dus we gaan aan de slag met die vleesvervangers.”

Terwijl ik in de hangmat lag, pakte ik de De Limburger en las over de kater van het Songfestival. In de column van Johan van de Beek kwam ik de woorden ‘lieflijke provinciehoofdstad’ tegen, en dat Maastricht maar niet méér wil worden dan dat. Ik keek door mijn oogharen naar de vlinders die rond de lavendel fladderden en zag het toekomstige Maastricht: een stad die het centrum vormt van een regio die slow is geworden.

Een stad waarin driekwart van de bevolking nog maar één keer per week (goed, lokaal) vlees eet en de rest vegetarisch is. Waar het Preuvenemint in alle wijken wordt gehouden, met streekproducten en voedsel van supermarkten en restaurants dat anders verspild wordt. Het vindt plaats in talloze kleine buurtbarretjes, waar je (studenten, werkenden, ouderen) de rest van het jaar voor een paar euro een maaltijd kan delen.

Toeristen uit binnen- en buitenland komen daarvoor naar Maastricht, én omdat ze nieuwsgierig zijn waarom Zara en H&M hier het loodje hebben gelegd, verdrongen door een reeks van hippe ruilwinkels met kleding van kwaliteit.

Jachtig

Door de snelle treinverbinding tussen Utrecht en Maastricht (een half uur) is de bevolking van Zuid-Limburg gegroeid. Wie wil er nog wonen in de onbetaalbare, jachtige, vervuilende Randstad? En dat allemaal dankzij de stimulans van het Songfestivalfonds dat door een slimme lobby van de Maastrichtse burgemeester ook nog een Rijksinjectie heeft gekregen. Maastricht Slow: lieflijk, sociaal, vooruitstrevend.

Reageer

Vrije nieuwsgaring met Forum

De Limburger, 18 juli 2019

Laatst volgde ik een bijzonder college factchecken aan de Universiteit Leiden. Het was een kadootje van de Nieuwscheckers van de opleiding Journalistiek. Dat is een klein groepje mensen dat zich, inmiddels al een jaar of tien, bezighoudt met het controleren van beweringen die in Nederlandse media worden gedaan. Voor de Europese verkiezingen begonnen ze een crowdfunding om in de aanloop naar die verkiezingen uitspraken van politici te checken. Ik doneerde.

Tijdens hun jacht naar halve en hele onwaarheden waren ze geen uitspraken tegengekomen die berustten op nepnieuws uit Rusland. Ook niet uit Macedonië trouwens – het Balkanstaatje dat in 2016 in het nieuws kwam vanwege een stroom aan nepnieuws tijdens de Amerikaanse verkiezingen. Die stroom kwam toen uit één kleine stad, Veles, ooit welvarend geworden door de keramiekindustrie, nu in verval geraakt. Daar in Veles hadden ze per ongeluk een verdienmodel ontdekt. Het posten van een grappig nepberichtje over Donald Trump werd zoveel gedeeld dat de kassa begon te rinkelen via de Google advertentiemachine. In de maanden die volgden zouden uit Veles via meer dan honderd pro-Trump websites en Facebookpagina’s dagelijks sensationele nepberichten de wereld ingeslingerd worden.

In tegenstelling tot wat aanvankelijk gedacht werd, vertelde de Leidse docent en Nieuwschecker Peter Burger, waren het geen jonge honden, handig met computers, die achter de knoppen hadden gezeten, maar voornamelijk brave huisvaders van middelbare leeftijd. Via hen waren hele families vrolijk aan de slag gegaan met het verzamelen en verspreiden van fopberichten. De politieke interesse van deze mensen voor Amerika was nul. Hadden ze de dollars zien binnenstromen middels pro-Hillary nep, dan hadden ze zich daarop gestort.

Russische bemoeienis is het schrikbeeld van elke Westerse democratie. Om dat spookbeeld in perspectief te zetten interviewde Nieuwscheckers de Amerikaanse onderzoeker Rebekah Tromble, die in Leiden onderzoek doet naar politieke communicatie. Volgens Tromble is de hype over nepnieuws langzamerhand zelf een bedreiging voor de democratie. Tromble: ‘Ik vind het verontrustender dat we fake news hebben opgehypet en het concept hebben gepolitiseerd. We hebben het er elke keer weer over. Doordat iedereen erover praat, ga je ook denken dat het overal is. Ik maak mij er zorgen om dat dit discours cynisme in de samenleving creëert en zo de democratie beschadigt.’

Interessant punt. Want wie cynisch wordt, verliest het vertrouwen in politiek en media en keert die de rug toe: zakkenvullers en sensatiezoekers! Op de lange duur gaan dan alleen mensen die zich ingraven in hun eigen standpunt nog stemmen: op de politieke flanken. De gepolariseerde stemmers worden steeds luider en wekken de indruk dat alles wat de mainstream media brengen gekleurd of vals is.

Onlangs schreef de ombudsman van de NRC, Sjoerd de Jong, ook over dit fenomeen. De kritiek op de journalistiek is allengs ideologischer en fanatieker geworden, constateert hij. ‘De roep om erkenning en ‘representatie’ van groepen en thema’s (dit moét in de krant!) krijgt een spiegelbeeld in de eis van no platforming (dit moét eruit!).’

Dit zou Forum voor Democratie zich ter harte kunnen nemen. Alsmaar roeptoeteren dat de media zo links en elitair zijn, werkt het wantrouwen tegen de journalistiek, ook de kwaliteitsjournalistiek, in de hand. Doe dan zelf iets, zou ik zeggen. Journalistiek, vrije nieuwsgaring, is een van de peilers van de democratie. Dat moet een partij als Forum toch aanspreken. Draag bij aan vernieuwing. Stel jonge honden in Limburg in staat een ander licht te werpen op ontwikkelingen in Limburg. Twee jaar geleden pleitte ik voor een Limburgs Luizenfonds: voor luizen in de pels die hun eigen Limburgse tegels lichten. Daar is wel lef voor nodig: goede journalisten zijn geen applausmachine. Deputé Burlet, en garde!

 

 

Reageer

Blaffende man

De Limburger, 28 juni 2019

‘Ga van m’n fucking laptop af!’ blafte de aanstaande premier van het Verenigd Koninkrijk tegen z’n vriendin. Boris Johnson, twee keer getrouwd, minimaal vijf kinderen, mogelijk meer. Hij ziet zichzelf als de nieuwe Winston Churchill, over wie hij een biografie schreef, maar doet er tegelijkertijd alles aan om de lachspiegel van die staatsman te zijn. De politiek, Engeland, het leven, uiteindelijk is het allemaal één grote klucht voor de Eton-kostschooljongen en Oxford alumnus, die financieel binnen is – alleen al met zijn columns in The Daily Telegraph verdient hij 275.00 pond per jaar.

Net als Trump neemt hij het niet zo nauw met de waarheid. Hij werd als journalist bij The Times ontslagen, omdat hij citaten verzon. Journalistiek is volgens Johnson niet meer dan handel in meningen. Als je slim bent neemt je tijdig een controversieel standpunt in en hoop je dat dat aanslaat. Bingo.

De man die zich als burgemeester van Londen nog een liberale kosmopoliet toonde – hij was onder meer voor het homo-huwelijk – werd steeds meer een karikatuur van de oudere, blaffende man die maar in één ding is geïnteresseerd: zichzelf. Bluffend, grappend en provocerend eist hij permanent de aandacht op – en slaagt erin, want media vreten het en stoken het zo nodig op. Johnson is een verdienmodel, je tekent al die ongein op en het aantal clicks schiet omhoog: Johnson die grapt dat hij zoveel minnaressen heeft dat hij al twee decennia niet heeft gemasturbeerd. Lachen!

En zo, brallend en bullshittend, gaat het Johnson lukken de leider aller Britten te worden. Volgens de biograaf van Johnson, Sonia Purnell, was Johnson in Londen al een nachtmerrie als burgemeester: lui, zonder dossierkennis. Alles draait bij hem om winnen – desnoods door een draai van 180 graden te maken, van Remainer naar Brexiteer, of door moslims te beledigen. Pikant detail: Johnson is zelf de achterkleinzoon van een Turk, Ali Kemal. Purnell verwacht totale chaos met Johnson als premier en voorspelt dat zijn gebrek aan dossierkennis hem in de relatie met de EU fataal wordt.

Waarom worden zoveel incompetente mannen leiders? Dat is de titel van een pas verschenen boek van de Argentijnse bedrijfspsycholoog Tomas Chamorro-Premuzic. Daarin stelt hij dat de foute voorkeur voor zelfverzekerde, charismatische leiders bedrijven en landen een hoop schade toebrengt. In een interview met de Vlaamse krant De Standaard vertelt hij over het zogenoemde Dunning-Kruger effect: ‘Het komt erop neer dat iemand die heel goed is in zijn vak zichzelf even hoog inschat als iemand die er slecht in is. Hoe meer je ergens van weet, hoe meer je beseft dat je nog veel te leren hebt. Wie weinig weet, heeft daar geen last van.’

En zo worden veel leiders geselecteerd op basis van de verkeerde eigenschappen. Chamorro-Premuzic: ‘Ik zou durven zeggen dat wie zichzelf aanbiedt om leider te worden, sowieso niet gekozen moet worden. Zij zijn uit op persoonlijk carrièresucces, niet op het succes van de organisatie.’ Het is veel beter om een potentiele leider zelf te benaderen, zegt hij, mensen die gefocust zijn op hun werk en hun medewerkers, niet op hun carrière.

Zo iemand is Herna Verhagen, de baas van Post-NL. Niet bezig met een volgende, lucratieve, carrièreswitch, maar toegewijd aan het bedrijf. Verhagen zet zich ervoor in dat directeursposten diverser worden bezet. Ze laat zien dat diversiteitsbeleid geen modegril is van linksige journalisten en kunstenaars, zoals politici van Forum voor Democratie ons willen doen geloven. Verhagen bracht het mooi onder woorden in een interview met De Limburger: ‘Het is belangrijk om op de werkvloer te mixen. Diverse teams leiden tot betere resultaten en het is ook leuker. Alles wat schuurt, glanst.’

 

 

 

 

 

Reageer

Compromis geen vies woord

De Limburger, 14 juni 2019

‘Vergeet niet: compromis is geen vies woord!’ riep een wanhopige Theresa May uit bij haar vertrek als premier. Mogelijk heeft u nu al verder gescrold, de krant al dichtgevouwd: compromis – gaap. En Theresa May is toch mislukt? Nee, dan Boris Johnson als nieuwe premier: de beuk erin. Afgaande op de winst van de Brexit Party van Nigel Farage zijn een hoop Britten het zoeken naar een compromis in elk geval meer dan zat.

Het valt me op dat sinds de uitslag van de Europese verkiezingen de lof wordt gezongen van de middenpartijen. De meeste kiezers zijn gegaan voor het redelijke geluid, voor een gezamenlijke, gematigde EU, is de conclusie, want zie: de eurogezinde partijen zijn nog steeds dik in de meerderheid. Niks aan de hand dus.

In werkelijkheid zijn de oude middenpartijen gekrompen, is het politieke landschap versplinterd en hebben de twee fracties die het meest anti-EU zijn flink gewonnen. In Italië roffelt de rechts-populistische winnaar Salvini zich op de borst, in Frankrijk slaagt Marine Le Pen erin president Macron te verslaan met haar Rassemblement National en in Oost-Europa zitten onvrije meerderheidsdemocratieën in het zadel. En net kozen de Vlamingen bij hun landelijke verkiezingen massaal voor het Vlaams Belang, terwijl bij ons Forum voor Democratie bezig is zich te installeren – met een provinciale primeur in Limburg.

Bijna de helft van alle Vlamingen heeft nu op het Vlaams Belang of het Vlaams-nationalistische N-VA gestemd. Toch wordt alweer volop gepraat over het ‘cordon sanitaire’ dat elke samenwerking met het Vlaams Belang moet uitsluiten. De stem van een grote groep kiezers wordt dan dus genegeerd, terwijl het effect is dat de partij alleen maar groter wordt. Mensen laten zich hun stem niet afnemen.

Mijn vraag is daarom: hoe groot blijft dat midden nog? Wie zegt dat de flanken niet blijven doorgroeien? Niemand die het weet, maar het lijkt me nogal urgent voor de middenpartijen om daar een antwoord op te formuleren. Wat is het plan, het verhaal? Dat er in Limburg nu een extraparlementair college komt waarin leden van zowel PVV als Forum zitting krijgen, lijkt me een goed begin: het doet recht aan de uitslag van de provinciale verkiezingen, die voor beide partijen 7 zetels opleverden, met het CDA aan kop met 9 zetels.

Dat Groen-Links, PvdA en D66 tijdens de informatie hun eigen hygiënisch koord aanlegden om Forum buiten te sluiten, is onbegrijpelijk. Limburg koos voor rechts en nationalistisch en dan weiger je je constructief op te stellen? Groen Links en de Partij voor de Dieren zijn samen goed voor 6 zetels. Waarom niet het gesprek met Forum aangegaan over duurzaamheid en de betaalbaarheid daarvan in de provincie? Compromis is geen vies woord.

Tegelijk begrijp ik het standpunt van een CDA’er als Dave Ensberg-Kleijkers. Hij betoogde vorige week in De Limburger dat het een ‘grote fout’ zou zijn als het CDA in Limburg in zee zou gaan met de PVV of Forum. Hij is bang dat ‘de giftige en haatdragende retoriek’ van zowel PVV als Forum ook provinciaal beleid kan vergiftigen. Terecht punt. Ik vrees dat het wachten is op zo’n moment.

Maar je zult het toch moeten uittesten. De verkiezingen hebben laten zien dat een grote groep Limburgers zich, rechtsom of linksom, niet meer thuisvoelt bij de middenpartijen. Je zult dus je eigen beleid nog eens goed onder de loep moeten nemen. Dat geldt voor zowel PvdA als het CDA, dat net zo goed krimpt. In Denemarken is een sociaaldemocratische partij erin geslaagd nieuw rechts de pas af te snijden. Geen hygiënisch experiment, maar wel een met lef.

 

 

 

Reageer

Schrijven als daad van verzet

De Limburger, 31 mei 2019

‘Schrijven is engagement. Het is een daad van verzet tegen middelmatigheid, barbaarsheid, stommiteit, dogma’s, intolerantie, onwetendheid. Schrijven is de urgentie om je medemensen mee te delen wat je hun mondeling niet kunt zeggen zonder onderbroken of verkeerd verstaan te worden.’ De Franse schrijver Hugo Horiot slingerde zijn woorden de zaal in tijdens zijn dankwoord voor de Euregio Literatuurprijs in Aken, een prijs van scholieren voor het beste boek in het Nederlands, Duits of Frans: schrijven betékent iets, is niet gratuit, geen Twitter, geen politiek.

Het was aan de vooravond van de Europese verkiezingen. Zo’n honderd leerlingen van scholen uit de Euregio hadden zich in de balzaal van het Altes Kurhaus verzameld om Horiot te feliciteren, en om hem te vertellen waarom hij de prijs verdiende voor zijn boek ‘De keizer, dat ben ik’, waarin een autistische jongen over zijn leven vertelt. De lofredes kwamen van leerlingen uit Meerssen, Aken, en Verviers/Luik. De Nederlandse afvaardiging (Stella Maris College) bracht een persoonlijk verhaal: door het boek hadden ze een ander leven geleefd, het leven van iemand die in het dagelijks leven vreemd, zelfs bizar, lijkt. De Duitse leerlingen zongen de lof van de onopgesmukte, pretentieloze taal. De Franstaligen lieten in hun toespraak de autistische jongen zélf spreken: met een treffend fragment uit het boek.

Horiot was ‘zeer geraakt’, liet hij weten, dat zijn autobiografische boek niet alleen in Frankrijk, maar ook over de grenzen heen, op Europees niveau, weerklank vond bij zoveel jonge mensen. ‘De kwestie van anderszijn is universeel, zij gaat ons allemaal aan,’ zei hij. ‘Onze omgang met het vreemde laat het richtsnoer van ons persoonlijke bestaan zien en vormt het kader van ons collectieve project. Deze uiterst politieke kwestie zal in de komende dagen weer aan de orde komen, ten goede of ten kwade.’

En daarmee was Horiot bij de Europese verkiezingen beland. De omgang met het vreemde als meetlat, als richtsnoer – door Horiots woorden maakten mijn gedachten een sprong naar een andere Europese auteur die onlangs te gast was in onze contreien: de Italiaanse schrijfster Francesca Melandri, die in Maastricht tijdens het Story-Line programma ‘Europe: Stories of Love and Hate’ werd geïnterviewd door hoogleraar Europese geschiedenis Mathieu Segers. In haar roman De lange weg naar Rome verbindt ze de hedendaagse immigratieproblematiek met het fascistische verleden van Italië. De hoofdpersoon, lerares Ilaria, treft op een dag een zwarte jongen voor de deur van haar appartement aan. Hij is gevlucht uit Ethiopië en beweert dat hij haar neefje is, de zoon van haar broer. Ilaria weet niets van een Afrikaanse halfbroer en duikt in het verleden van haar vader. Dat verleden blijkt getekend door zijn leven als overtuigd fascist en koloniaal in Ethiopië.

Gevraagd naar haar engagement zei Melandri dat dat niet bestaat uit het schrijven over immigratie, Italiaanse politiek of fascisme an sich, maar dat het erom gaat de lezer mee te nemen in de complexiteit van situaties en mensen. ‘Ik kan feiten, daden, veroordelen, maar mensen veroordelen is een ander verhaal. Alleen genuanceerd schrijven creëert een interessante relatie met de lezer. Al het andere leidt tot een preek, of propaganda.’

Al het andere: de grote, opgeblazen woorden van de politiek die in de afgelopen weken leeggelopen zijn. Migranten, klimaat, Brexit, lonen, populisten, nationalisten – woorden die gebruiksvoorwerpen zijn geworden voor agitatie of minachting. Schrijven, literatuur, is een daad van verzet daartegen. Het is de urgentie om iets te zeggen ‘zonder onderbroken of verkeerd verstaan te worden’. Laat Twitter links liggen, schort je oordeel op, verdiep je in het leven van de ander en lees.

 

 

 

 

Reageer

De mythe van het grote verzet

De Limburger, 17 mei 2019

We zitten met een man of twaalf op het station van Valkenburg, in een zaaltje van de Stationnerie. Deze plek was ooit het wachtlokaal van het station, zegt Jan Diederen, geboren en getogen in Valkenburg. Hij vertelt over de rol die de trein heeft gespeeld bij de deportatie van de Valkenburgse joden in de Tweede Wereldoorlog. Voor de meesten was het vanaf hier een enkele reis naar de dood. Maar sommigen ontsnapten, zoals de broers Fredo en Gert Nathan, die de trein uit sprongen en het op een lopen zetten.

Jan Diederen, 82 jaar, is een van de verhalenvertellers bij Open Joodse Huizen, een jaarlijks terugkerend herdenkingsproject op 4 mei. Op plekken waar joden hebben gewoond wordt verteld over hun leven en sterven. Het initiatief ontstond in 2012 in Amsterdam en sindsdien doen er elk jaar meer plaatsen mee. In Limburg vorig jaar Maastricht, dit jaar Valkenburg. Jan Diederen bracht twee publicaties uit over de oorlog: ‘42 Joodse Valkenburgers opgepakt en vermoord’ en ‘Mijn oorlog en bevrijding’.

Na afloop vraag ik Jan waarom hij onderzoek is gaan doen naar het lot van zijn joodse medeburgers. Door zijn kinderen, zegt hij. Die wilden graag dat hij zijn herinneringen aan de oorlog opschreef. Toen is hij in de archieven gedoken en stuitte hij op de verhalen van Fredo en Gert Nathan, van Marja en Leib Eisenberg, van Jacob en Salomon Jacobs, van Bertha Cahn. Allemaal doodgewone Valkenburgers die zich ineens moesten registreren. Die een Jodenster moesten gaan dragen. Die niet meer mochten sleeën op de Cauberg. En die vrijwel allemaal omkwamen in de vernietigingskampen. Diederen besloot toen dat hij eerst hun verhalen ging optekenen, voordat hij aan het zijne begon.

Hij kwam documenten tegen waar hij stil van werd. Zoals een briefje in potlood, een kladblaadje, dat Bertha Cahn in de trein schreef voor haar geliefde: ‘Liefste Jan, ik ben de grote reis aangevangen. Ja, liefste Jan, ‘t ging niet anders, ‘t was het noodlot. Houd je ook flink want ik doe het ook en hoop op een vlug weerziens.’ Bertha Cahn kwam nooit meer terug. Zo houdt Diederen de herinneringen levend aan mensen die dromen hadden zoals u en ik. Geliefden, vrienden, buren, kennissen, de slager, de bakker, de leraar. Allemaal individuen die geen bescherming kregen. Integendeel, vertelt Diederen. De burgemeester van Valkenburg meldt in 1943 ‘dat zich bij het vertrek van de Joden geen stoornissen of moeilijkheden hebben voorgedaan’. Waarom niet? Hoe kon dat?

Die vraag moeten we blijven stellen, zegt de Limburgse historicus Herman van Rens in een recent interview in De Limburger. Van Rens heeft diepgaand onderzoek verricht naar de jodenvervolging in Limburg voor zijn boek Vervolgd in Limburg (2013). ‘We moeten ons realiseren dat de Holocaust hier in onze eigen provincie, in ons eigen land, in onze moderne tijd heeft kunnen plaatshebben,’ zegt Van Rens. ‘Ik denk dat het nodig is dat we daar vragen bij stellen, omdat we onze eigen samenleving niet begrijpen als we ons niet afvragen hoe dat kon gebeuren.’

Na de oorlog groeide in Nederland de mythe over het grote Nederlandse verzet. Die mythe is inmiddels genadeloos ontmaskerd, maar zit bij veel Nederlanders nog diep in het bewustzijn. En dat is een van de verkeerde lessen van de geschiedenis, betoogde de Nederlands-Britse historicus en schrijver Ian Buruma afgelopen maandag in zijn Schumanlezing in Maastricht. De waarheid is dat we goed met de Duitsers hebben meegewerkt. De waarheid is ook dat Limburg daar nog steeds, ook in het jaar van 75 jaar Bevrijding, niet graag aan herinnerd wordt, getuige de moeizame totstandkoming van de struikelstenen en de Open Joodse Huizen hier.

 

 

 

Reageer

Timmermans’ hoogmoed

De Limburger, 3 mei 2019

Al na de openingsronde stond Spitzenkandidat Frans Timmermans 1-0 voor. Niet alleen omdat hij een thuiswedstrijd speelde, niet alleen omdat zijn echte tegenstander, Manfred Weber, ontbrak. Maar omdat hij zijn visies hartstochtelijk en in soepel Engels de zaal in smeet. In een zaal vol internationale studenten scoor je daarmee – vooral als je ze direct aanspreekt op hun toekomst: ‘Waar wil je over tien jaar zijn?’

De in Maastricht geboren Timmermans stal de show afgelopen maandag, tijdens het Maastricht Debate – een gesprek met vijf aanvoerders van Europese politieke partijen, gewijd aan de vragen van jongeren over Europa. Studenten konden tijdens het debat met hun mobieltje een stem uitbrengen op wie het volgens hen het beste deed. Timmermans (PvdA, in de EU deel van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten) ging de hele avond met circa 45 procent aan de leiding.

Nu en dan haalde hij jubelend Pedro Sanchez aan, de Spaanse leider van de sociaaldemocraten die afgelopen weekend in Spanje de nationale verkiezingen wonnen. ‘Het kan wel!’ riep hij. In één moeite door stelde Timmermans een Europees minimumloon voor, riep hij de studenten op vooral ‘groen’ te stemmen en beloofde hij ook – na een expliciete vraag van debatleider Rianne Letschert, rector van de universiteit van Maastricht – dat de volgende Europese commissie voor de helft uit vrouwen zal bestaan.

Tegen die lawine van euro-optimisme en welbespraakte vooruitgangsdrang was weinig bestand, ook al omdat de andere deelnemers eensgezind meegingen in een groener en steviger Europa. De enige eurosceptische deelnemer, de nationaal-conservatieve Tsjech Jan Zahradil, werd ondergesneeuwd. Toch sneed hij belangrijke punten aan, zoals de grote verschillen in welvaart tussen landen en de mogelijke schade aan de economie door een te voortvarend klimaatbeleid. En hij waarschuwde: zijn achterban in Oost-Europa heeft het gevoel dat de EU hun dicteert welke denkbeelden ze wel en niet mogen hebben. ‘Wij willen geen verenigde staten van Europa,’ zei hij.

Doordat de Tsjech, aanvoerder van de Europese fractie van Conservatieven en Hervormers, tijdens het debat op rechts alleen bleef staan, zou je bijna vergeten dat een groeiende groep kiezers straks op eurosceptische partijen gaat stemmen. Volgens prognoses zal het komende Europese parlement meer verdeeld zijn dan ooit, met tal van splinterpartijen en een uitdijend eurosceptisch blok, bestaande uit rechts-populisten van forse politieke partijen uit Frankrijk, Duitsland, Italië, Oostenrijk en, wie weet, Engeland.

Wat is het antwoord hierop van de pro-Europese partijen? Die vraag had ik graag gesteld gezien. Neemt u zich de zorgen die aan de andere kant leven ter harte? Zorgen die grote groepen in de verschillende landen delen – zie de opkomst van Forum voor Democratie hier.

Die zorgen gaan verder dan anti-Europa gevoelens. Het is nogal hoogmoedig dat Timmermans zichzelf al ziet als nieuwe voorzitter van de Europese Commissie. Hoe de socialisten het gaan doen is nog onzeker. Volgens de prognose van Politico, een nieuwssite over Europese politiek, verliezen ze twintig procent aan zetels. Dat hoeft het voorzitterschap van Timmermans niet in de weg te staan, maar hoogmoed leidt tot een kokervisie.

Bij veel Europese burgers leven zorgen over de energietransitie en de consequenties van open grenzen. Daarop wees ook de aanvoerder van de Europees-linkse fractie, Violeta Tomic uit Slovenië, die mede door haar zwakke Engels als laatste eindigde in het debat. Ontsteld bracht ze uit: ‘jongeren rennen weg uit onze landen!’ Haar machteloze uitroep tekent de positie van Oost-Europese landen: jaarlijks emigreren duizenden jonge mensen naar West-Europa. De angst daar voor immigratie uit niet-Europese landen komt dan ineens in een ander licht te staan. Dus Spitzenkandidat Timmermans: zie eurosceptici niet als pain in the ass maar als wake-up call.

 

 

 

Reageer

« Vorige pagina« Vorige items « Vorige pagina · Volgende pagina » Volgende items »Volgende pagina »