Meneer Pastoor

De Limburger, 1 juli 2022

Een pastoor in het Heuvelland die vrouwen in zijn parochie lastigvalt – wie kijkt ervan op na de misbruikschandalen in de katholieke kerk. Het lijkt haast een voetnoot bij alles wat eerder voorbijkwam aan grof misbruik door dienaars van God. Maar wat een naargeestigheid: het verhaal van de twee vrouwen die in de jaren negentig voortdurend met een knoop in hun maag een volgend huisbezoek van de pastoor afwachtten.

Maar mij trof iets anders. De twee zussen, nu 62 en 63 jaar, kwamen via De Limburger naar buiten met hun verhaal om de melding te steunen van een vrouw over dezelfde pastoor – inmiddels werkzaam in een andere parochie. Die had dit voorjaar deze vrouw, moeder van een communicantje, een film voorgeschoteld van het laatste avondmaal die onverhoeds overging in harde porno. Shock and awe, de tactieken van een geestelijke. De twee zussen willen dat de vrouw die dit overkwam serieus genomen wordt. ‘Ik heb al veel moeten verzwijgen, dit rakelt alles weer op. Hij moet daar niet mee wegkomen’, zegt een van de twee in de krant.

En dat was wat me raakte in het verslag van De Limburger: de twee zussen hebben er jarenlang mee rondgelopen, met die ranzige seksuele intimidatie van meneer pastoor die informeerde naar hun lingerie, naar hun seksleven, die hen zich tegen aandrukte, en nooit hebben ze er met iemand over durven praten: ‘Hij is pastoor, je durft niks te zeggen. Je gaat aan jezelf twijfelen’. Toen de man van een van de twee verhaal wilde halen zei ze: ‘Doe het niet want ik krijg de schuld. Dan krijg je verhalen: ze zal wel dit of dat hebben gedaan. Ze zal het wel zelf schuld zijn’.

Ze zal het wel zelf schuld zijn. Deze woorden, laat ze eens tot u doordringen. Ze zeggen alles over hoe er lang tegen vrouwen werd aan gekeken: verleidster, zwak, minder geloofwaardig dan een man, zéker een geestelijke. Ze zal het wel zelf schuld zijn – de vrouw accepteerde de sociale stereotypering die van haar gemaakt werd. En nu zegt u: de tijden zijn veranderd. Want je wordt ermee doodgegooid, het lijkt langzamerhand wel alsof half Nederland zich schuldig maakt aan seksueel grensoverschrijdend gedrag. Maar weet u, de twee zussen willen niet met hun echte naam in de krant.

Ze willen, zo berichtte De Limburger, onherkenbaar blijven omdat hun kinderen van niets weten en ze hun kleinkinderen – pubers – er niet mee willen belasten. En een van de twee voegt eraan toe: ‘Ik ben bang dat mensen zeggen: waarom komen ze er 27 jaar later pas mee?’ Dan vraag je je in gemoede af wat er veranderd is in de omgeving van de twee zussen. Dan kijk je recht in de kloof tussen wat er in de (sociale) media voorbijkomt en wat er daadwerkelijk op de grond, in de dagelijkse praktijk, verandert. Ik zou tegen de twee zussen willen zeggen: praat hierover met uw kleinkinderen. Sla uw kinderen over en praat direct met uw kleinkinderen. U zult versteld staan van het begrip dat u krijgt.

Waarom? Omdat het thema van gewelddadige mannen en vaders en het onrecht dat moeders en grootmoeders is aangedaan een van de centrale, terugkerende onderwerpen is bij mijn studenten aan de Hogeschool in Maastricht. Omdat zij willen stoken en graven, omdat ze de lieve vrede niet meer willen bewaren. Omdat ze iets willen doorbreken, verandering op gang willen brengen.Dat De Limburger – te midden van al het nieuws over boerengeweld – het delicate verhaal van de zussen niet als een voetnoot heeft gebracht, maar groot op de voorpagina heeft gezet, is een signaal.

 

Reageer

Omarm nieuwe Limburgers

De Limburger, 17 juni 2022

Laten we het nog eens op ons inwerken. Nederland groeide in 2021 opnieuw met 116.000 mensen, voornamelijk door mensen uit (oost-)Europa. Vóór corona, in 2019, raakte de teller 125.000. In Limburg nam de bevolking vorig jaar toe met ongeveer 3000 mensen (cijfers CBS). Dat is niet veel. Wat ik me afvraag is: wanneer komt de omslag? Of is die al bezig en zien we hem nog niet? Wat speelt er onder de oppervlakte?

Afgaande op de ook in Limburg toenemende run op huizen is er iets aan de hand. Vergrijzing, zeker, al die ouderen die thuis (moeten) blijven wonen, de groei van eenpersoonshuishoudens. Maar onder de oppervlakte broeit het. Door de coronapandemie is het werken op afstand in beeld gekomen – je hoeft niet meer in het westen van het land te wonen om er te kunnen werken. De druk op de woningmarkt in de Randstad wordt alleen maar groter, op afstand werken vanuit Limburg zal steeds aanlokkelijker worden. Intussen blijven de arbeidsmigranten maar komen. En we hebben ze hard nodig.

Naar verwachting gaat het aantal internationale werknemers in Limburg in de komende tien jaar verdubbelen. Nu zijn dat er circa 75.000. Naast Polen vinden steeds meer Roemenen, Bulgaren, Hongaren en Oekraïners hun weg naar de Limburgse arbeidsmarkt. Maar ook jonge Spanjaarden, Portugezen en Grieken. Ze zijn werkzaam in de logistiek, industrie, land- en tuinbouw, gezondheidszorg, bouw en horeca en in de kenniscentra – zo’n 11.000 buitenlandse kenniswerkers telt Limburg, vooral door de Brightlands-campussen (cijfers economisch onderzoeksbureau Decisio). Tel daar nog vluchtelingen bij op en het wordt druk in Limburg.

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik word daar enorm enthousiast van. Meer mensen betekent meer belastingbetalers, meer inkomsten, meer kinderen, meer leven, meer bezoekers voor café, cultuur en sport. Limburg, zeker Zuid-Limburg, staat op het punt (eindelijk) drastisch te veranderen door de toestroom van werkenden uit zowel binnen- als buitenland. Want je kunt zoveel IBA’s organiseren als je wil (IBA, een Duits concept dat in Parkstad wordt gebruikt om de regio een nieuwe impuls te geven), zonder nieuw volk geen vernieuwing, geen ontwikkeling, geen reuring.

Waar doet u dit aan denken? Inderdaad, aan de tijd van de mijnen, toen arbeiders van heinde en verre naar Limburg trokken. Maar, zegt u, dan moet er wel verdomd goed samengewerkt worden door provincie, gemeenten en bedrijfsleven. Want hoe accommodeer je al de nieuwe Limburgers? Ik zou zeggen: allereerst door ze te omarmen. Limburg zal veranderen door mensen van elders. Maar what’s new? De Limburgse geschiedenis is doortrokken van nieuwelingen.

Bovendien is nostalgie is een kuil waar je lelijk in kan vallen. Wie zich uit angst voor het heden van de toekomst afwendt, zal in het verleden nog geen genade vinden – dat inzicht bracht mij de Oost-Europese (Bulgaarse) schrijver Georgi Gospodinov. In zijn nieuwe roman (Zeitzuflucht in het Duits) beschrijft hij wat er gebeurt als nostalgie mensen overweldigt, als ze blijven hangen in de droom van een verleden dat nooit heeft bestaan. In de roman opent de hoofdpersoon een ‘Kliniek voor het verleden’, voor mensen die lijden aan dementie. Die kliniek, die is ingericht met objecten, meubels en muziek uit diverse vervlogen decennia, wordt zo populair dat ook gezonde mensen zich en masse aanmelden en er een imperium van Vergangenheitskliniken ontstaat.

Niemand wil terug naar het beangstigende heden. Dit alles leidt niet tot vrede, kan ik verklappen, maar tot nieuwe oorlogszucht. Want met het verleden komt ook oude haat terug. Nee, bewaar nostalgie voor jezelf en je eigen familie, is Gospodinovs boodschap. Koester je persoonlijke herinneringen. Maar laat het verleden als grootse, nationale voorstelling met rust. Want daar spinnen alleen machtspopulisten garen bij.

Reageer

Een olietanker die moet keren

De Limburger, 3 juni 2022

Ik zag een olifant met grote slagtanden. Hij sleepte zich moeizaam voort en viel beduusd neer. Ik zag een kikker die sidderend van de hitte ineenkromp. Ik hoorde de stem van David Attenborough, die sonore, articulerende stem die je vertelt dat er een eind is gekomen aan weer tientallen diersoorten: the splendid poison frog, the golden bamboo lemur, the northern white rhino, the tapanuli orangutan, the European hamster… Nee, ik keek niet naar een natuurdocumentaire, maar naar een dansvoorstelling waarin klimaatstress en het uitsterven van dieren verbeeld werd. Een dolkstoot in het hart: we moeten nu veranderen!

Maar als het over het klimaat gaat, zie ik voortdurend het beeld van een olietanker voor me. Zo’n kolos die eigenlijk alleen maar rechtdoor kan. En die nu moet gaan keren, die moet omdraaien. Dat gaat tergend, gruwelijk traag. Aan de kant roept iedereen: sneller! sneller! Maar het gaat niet, want het is een tanker. En die tanker zijn wijzelf, met z’n allen. We willen heus wel, maar het is moeilijk. Jarenlang hebben we boven onze stand geleefd. We kochten spullen voor een habbekrats, kleren, speelgoed, tassen, meubels, koffiezetapparaten, tuinscharen, laptops, telefoons. Dingen die in lagelonenlanden worden gemaakt. Voornamelijk China.

Alweer vijftien jaar geleden, toen ik in China woonde, publiceerde de Amerikaanse journalist Sara Bongiorni het boek A Year Without ‘Made in China’, waarin ze uit de doeken deed hoe zij en haar gezin met drie kinderen een jaar lang leefden zonder de aankoop van Chinese spullen. Het werd een jaar van hoogoplopende ruzies: het kinderbadje dat er niet kwam tijdens een hittegolf, de cd-speler die kapotging en niet vervangen kon worden, kerstcadeautjes die vijf keer zo duur werden.

Toen was het een boek waar je hoofdschuddend om lachte. Nu kun je het lezen om een idee te krijgen van wat ons te wachten staat. Het hele systeem van goedkope goederen en goedkope arbeid piept en kraakt. De distributielijnen zijn door corona verstoord en door de oorlog stokt de energietoevoer. Al die goedkope spullen, het goedkope vlees, het goedkope voedsel, het goedkope vliegen – het begint te stokken. En het doek valt open: het is een kolossale rooftocht, een meedogenloze kolonisatie van de aarde. Als sprinkhanen hebben we over de wereld geraasd, laagbetaalde arbeiders uitgebuit, honderdduizenden dieren en planten vernietigd, kinderen geëxploiteerd en van miljoenen mensen het land vervuild met het afval van olie, zware metalen en chemische stoffen.

Nu roept u: consumer blaming! Wijs niet naar ons, de consumenten, de gewone mensen. Wijs naar de grote bedrijven met hun formidabele winsten, wijs naar de regeringen die de bedrijven geen of onvoldoende regels opleggen, sterker, die de bedrijven subsidiëren. En daar heeft u natuurlijk een punt. Veeteeltbedrijven in Europa krijgen jaarlijks miljarden aan EU-steun, maar u moet minder vlees eten. Dieren die we eten kunnen we het beste ophokken want dan krijg je minder uitstoot, maar voor hun welzijn wil je ze juist buiten zetten.

Grote windturbines (molens zijn het niet, maar het klinkt wel gezellig) wekken groene stroom op, maar zijn schadelijk voor de bodem, voor vogels en voor de mensen die eromheen wonen. Elektrische auto’s verminderen de CO2-uitstoot, maar voor de productie van de batterijen is kobalt nodig uit zwaar vervuilende Afrikaanse mijnen. Er zijn geen simpele oplossingen voor complexe problemen. Toch kunnen we iets doen om die tanker te helpen keren: minder. De een minder vlees, de ander minder vliegen. Minder kleren, minder apparaten. Minder consumeren en meer beleven, meer doen: film, wandelen, sport. We moeten wel.

Reageer

Ontwaakt millennials

De Limburger, 20 mei 2022

‘Waar kan ik die vakbond vinden?’ vroeg de jonge vrouw die naast me in het filmtheater zat. We zagen een documentaire over de snelgroeiende gig economy, waarin losse klussen (gigs) en tijdelijke arbeid de norm worden. Na afloop gaf een hoogleraar in flexibele arbeid uitleg over de situatie in Nederland. Daarin viel het woord vakbond. De jonge vrouw zei dat ze net was begonnen met werken. Die vakbond kon ze wel gebruiken.

Ik deed door de professor een inzicht op: de definitie ‘flex’ slaat niet op werk, maar op inkomen. Een flexwerker is dus iemand met een ongeregeld inkomen. Dat is een andere blik: flexwerk klinkt hartstikke leuk, zeker als je jong bent, lekker vrij, geen negen- tot-vijfbaan. Maar een flexinkomen heeft consequenties, zeker op de lange duur. Gevolgen die je niet overziet als je jong bent. Pensioen? Dat is iets voor later. Geld opzijzetten? Dan moet je wel genoeg verdienen. Gelukkig bestaat er (nog) een basisinkomen voor ouderen: de AOW.

Die hebben we straks hard nodig voor al die flexwerkers zonder pensioen. Want Nederland is flexverslaafd: het behoort tot de top vier in Europa als het gaat om tijdelijk werk. Flexwerkers, oproepkrachten, medewerkers met een nulurencontract en (schijn) zelfstandigen, ze maken volgens het CBS bijna 30 procent van alle werkenden uit. 30 procent! Daar zit een groeiend aantal jongeren bij dat in de online platformeconomie terechtkomt. Het aantal neemt razendsnel toe in de Europese Unie, van 28 miljoen mensen nu tot naar verwachting 43 miljoen in 2025 (nieuwssite Europa Nu). Pizza laten brengen met een biertje erbij? Elke keer als je iets laat bezorgen stop je geld in de gig economy die draait op stuktarieven en flexwerkers.

Nou en? zegt u dan. Ik zie alleen maar jonge mensen voor die koeriersdiensten. Heerlijk baantje toch? Zeker, leuk bijbaantje als student, maar voor wie ervan moet leven is het een ander verhaal. Wie ouder wordt en niet de capaciteiten, de diploma’s of de papieren heeft moet hard werken tegen doorlopend lage verdiensten en nul pensioen. Terwijl de slimme, gezonde student die straks een goedbetaalde baan heeft niet maalt om dat stuks tarief, maar er wel mede debet aan is dat de verdiensten laag blijven. Wie goed verdient, kan geld opzijzetten en beleggen, bijvoorbeeld in bedrijven die winsten maken dankzij goedkope arbeid. En zo is de cirkel rond.

Dus Nederlandse millennialsocialisten, waar blijven jullie? Gaan jullie wachten tot de PvdA en GroenLinks eindelijk over hun schaduw heen zijn gesprongen (gaap)? Jullie kunnen opkomen voor iedereen die getroffen wordt door de flexverslaving, ongeacht wie ze zijn, welke waarden ze delen, waar ze vandaan komen. Man of vrouw of non-binair, zwart of wit, gelovig of ongelovig, fan van Johan Derksen of Sylvana Simons. Wat er op het spel staat is dit: blijven jullie toekijken hoe Nederland in een lagelonenland verandert of gaan jullie ervoor zorgen dat in dit land iederéén in de welvaart deelt?

Kijk gewoon naar Connor Rousseau! Wie zeg je? Ja, Connor Rousseau, met 29 jaar de nieuwe partijleider van de Vlaamse socialisten. Na jaren verlies staan de socialisten in Vlaanderen weer op winst. Hij sleepte de partij uit een crisis en gaf haar een nieuwe naam: Vooruit. Op Instagram is hij te vinden als @KingConnah (141.000 volgers): vlot, witte sneakers, T-shirt. ‘Keihard feestvieren en actievoeren,’ zegt hij in een filmpje. In de Vlaamse krant De Standaard zei hij: ‘Ik vind niet dat iedereen evenveel moet verdienen, maar nu zijn er niet eens gelijke kansen in dit land. Keiveel jongeren worden aan hun lot overgelaten en hun toekomst ligt al bijna vast.’ Voila. Millennials: Ontwaakt!

Reageer

Andere zorg voor pechvogels

De Limburger, 6 mei 2022

Hoe vrij kun je zijn als je in je hoofd geen ruimte voor vrijheid hebt? Dat zat ik me dezer dagen af te vragen toen ik las over een belangwekkend initiatief. De Brightlands Campus in Heerlen – waar gewerkt wordt aan digitale oplossingen voor maatschappelijke problemen – krijgt van het ministerie van Binnenlandse Zaken startgeld voor een project om armoede en schulden terug te dringen.

Inmiddels leven in Nederland meer dan een miljoen mensen op of onder de armoedegrens. Honderdduizenden gaan gebukt onder schulden. Volgens Brightlands Heerlen kampen zo’n 1,5 miljoen Nederlanders met problematische schulden, 40 procent heeft onvoldoende financiële inzicht voor het runnen van een gezond huishouden. Deze mensen zijn, kort gezegd, de godganse dag bezig met de vraag hoe ze hun huur, gas, water en licht, dagelijkse boodschappen en andere rekeningen nog kunnen betalen. Dat levert zoveel stress op dat het brein gaat tegensputteren en dichtklapt. Rekeningen worden genegeerd, er wordt (nog meer) op krediet gekocht, de schulden lopen op en men komt er niet meer uit.

Het idee achter het Brightlands ‘Lab Armoede en Schulden’, dat zich richt op Heerlen, is even simpel als prikkelend: je kunt mensen wel toegang geven tot allerlei hulp en toeslagen, maar het is natuurlijk veel beter als ze helemaal niet in de armoede en schulden terechtkomen. Via data-analyse en kunstmatige intelligentie gaan onderzoekers bekijken hoe mensen exact in de problemen belanden. ‘Denk aan de gevolgen van te hoge hypotheken, studieleningen, zzp’ers zonder pensioen, een echtscheiding, een zwaar ongeluk of ziekte’, zegt Pieter Custers op de site van Brightlands. ‘Als we de data over dit soort levensgebeurtenissen op een goede manier kunnen ontsluiten’, zegt hij, ‘dan kunnen we komen tot op maat gemaakte adviezen voor burgers om te voorkomen dat ze in de problemen komen’.

Goed initiatief. Diepgaande kennis van de problematiek is een begin. De Nederlandse politiek komt langzaam tot het inzicht dat de groeiende ongelijkheid niet zomaar stopt. Dat decennia van heilig vertrouwen in de markt en in de individuele verantwoordelijkheid van de burger hebben geleid tot een groot wantrouwen tegen de overheid. Nu gaat het erom die ongelijkheid aan te pakken. En, nog belangrijker: om anders naar ongelijkheid te kijken.

Want de Nederlandse politiek heeft van mensen die het minst weerbaar zijn ingewikkelde verplichtingen gevraagd. Je vraagt van mensen met weinig geld en een lage opleiding dat ze de gevolgen van een ingewikkeld onlinesysteem voor het regelen van toeslagen kunnen overzien. Je vraagt van bijstandsmoeders en -vaders dat ze zich een weg banen door een woud van regelgeving en loketten. Van gestreste mensen met schulden vraag je digitale handigheid en de sociale vaardigheid om telkens met andere hulpverleners te communiceren.

En als ze dat niet blijken te kunnen, als ze fouten maken, dan hebben ze het aan zichzelf te wijten. Hoe mooi is eigen verantwoordelijkheid als je gezond bent, een goed stel hersens hebt, een behoorlijke opleiding en een financieel vangnet in de vorm van ouders die wel wat kunnen opvangen. Dan kun je het je permitteren om fouten te maken, dan heb je een vrij hoofd en speelruimte om te bewegen, voorwaarden om vooruit te komen.

Die vrijheid is voor een groep mensen in Nederland beperkt. Simpelweg omdat ze de instrumenten niet hebben. Bij bestuurders moet toch een lichtje opgaan nu blijkt dat bijna de helft van alle gedetineerden een licht verstandelijke beperking heeft, zoals Trouw op 13 april berichtte. Ongelijkheid komt niet alleen maar voort uit een gebrek aan kansen. En dat betekent dat er een andere aanpak moet komen voor mensen die niet mee kunnen, die pech hebben.

Reageer

De zachte kracht van Lilianne Ploumen

De Limburger, 22 april 2022

In het Russische leger heerst volgens deskundigen een extreme cultuur van geweld. De training focust op disciplinering en het uittesten van mannelijkheid. Dienstplichtigen worden blootgesteld aan vernedering, mishandeling en verkrachting. Wie dat heeft doorgemaakt gaat hetzelfde gedrag vertonen uit overlevingsdrang. Als het om de vijand gaat is er geen rem. Frustratie, wraak en woede zoeken een uitweg, opgepompt door adrenaline, alcohol en drugs. Verkrachting van vrouwen is deel van de geweldscultuur. En de commandant zegt geen nee.

Ik moest aan dit alles denken toen ik op de radio hoorde dat een Russische soldaat van zijn vriendin in Rusland ‘toestemming’ kreeg om Oekraïense vrouwen te verkrachten, het ultieme bewijs dat de zieke propagandaoorlog van de Russische dictator is geslaagd. Een doctrine die neerkomt op het met alle geweld doordrukken van jouw wil, van jouw opvatting over leven, land en samenleving. Als het nazistische, door het westen verwijfde Oekraïne niet wil luisteren, dan verkrachten we het en maken het kapot.

Te midden van al dit gewelddadige nieuws hoorde ik Lilianne Ploumen zeggen dat ze ‘niet goed genoeg’ was als PvdA-leider. Ze was niet de ideale leider. En ze wist het al een tijdje, ‘en u waarschijnlijk ook’. Vooral die laatste toevoeging trof me. Ploumen bekeek zichzelf door de ogen van mensen met hoge verwachtingen. En in die ogen zag ze dat ze niet voldeed. Dus trad ze terug. Ze maakt plaats voor iemand anders. Ze zegt: nee, ik kan dit niet. Ze toont moed in het vermogen zwakte te laten zien. Je zou willen, dacht ik door Ploumens woorden, dat er meer moed getoond zou worden via zwakte.

‘Ik kan dit niet’ – dat zou heel wat slachtoffers schelen, in het klein in Nederland, in het groot in de oorlog in Oekraïne. Je zou willen dat zo’n 20-jarige soldaat ‘nee’ zou kunnen zeggen. ‘Nee, ik kan dat niet. Ik verkracht geen vrouwen.’ Maar de commandant weet dat vrouwen verkrachten een effectief oorlogsmiddel is, vooral in een gemeenschap waarin de eer van vrouwen in het geding is. ‘Terwijl het meestal de vrouw is die wordt verkracht, met alle fysieke en mentale consequenties van dien, voelen mannen zich vaak gedupeerd: het zijn immers ‘hun’ vrouwen die worden verkracht, hun gemeenschap die wordt onteerd,’ legde Jelke Boesten, hoogleraar Gender en Internationale ontwikkeling, in NRC uit. ‘De schaamte die gepaard gaat met verkrachting slaat zo niet alleen terug op de slachtoffers, maar op de hele gemeenschap.’

Zo wordt verkrachting een wapen dat naar willekeur ingezet kan worden. Wie vraagt: hoe kan het dat jonge Russische mannen zo gewelddadig zijn, moet hierin het antwoord zoeken. Die moet niet, zoals de Oekraïense president Zelenski deed, de moeders van Russische soldaten aanspreken op hun gewelddadige zonen. Die zonen worden zo gemaakt, in de dolgedraaide geweldscultus van de Russische dictator. Ik denk aan de vrouwen tegen wie dat geweld wordt gebruikt. Stel je verkrachting voor, en vervolgens zwangerschap na verkrachting. En dat in een oorlog, zonder hulp, opvang, gerechtigheid, toegang tot abortus. Niet alleen in Oekraïne, maar ook in andere landen waarin gevochten wordt en waar de rechten van vrouwen worden geschonden.

Lilianne Ploumen speelde een rol in het beschermen van deze vrouwen. Als minister voor Ontwikkelingssamenwerking dichtte ze met de oprichting van SheDecides het gat dat Trump had geslagen in de gezondheidsprogramma’s voor vrouwen en meisjes wereldwijd – tienerzwangerschappen en moedersterfte namen weer toe, het aantal onveilige abortussen steeg, de breinaald keerde terug. In een mum van tijd kreeg de Limburgse politica een internationale coalitie op de been die honderden miljoenen euro’s bijeenbracht voor geboortebeperkingen en abortus. Van mij een buiging voor Lilianne Ploumen.

Reageer

Woorden kun je niet vernietigen

De Limburger, 8 april 2022

Ooit had ik een interview met een Roemeense schrijfster die naar het Westen was gevlucht. Jarenlang was ze geterroriseerd door de Securitate, de Roemeense veiligheidsdienst. Ik vroeg haar waarom ze niet eerder was vertrokken. ‘Ja maar!’ viel ze uit, ‘waarom zou ik vertrekken? Ik ben daar geboren! Ik hoor daar, in dat land! Het kan toch niet zo zijn dat de dictator blijft en dat alle anderen gaan?’

Ik moet vaak aan deze woorden denken, nu zoveel Oekraïners vluchten, met achterlating van alles wat hun dierbaar is, huis, werk, hun hele sociale omgeving, inclusief familieleden en vrienden die niet kunnen vertrekken, of niet willen – precies om die reden: waarom moet ik gaan? Dat de Russen vertrekken! De onverzettelijkheid van de blijvers is ongelooflijk. Ik lees en hoor het en heb er diep respect voor.

Woorden kun je niet vernietigen, zei een Oekraïense schrijver die weigert te vertrekken op de radio. Je kunt alles vernietigen, zei hij, maar de woorden zullen blijven. Woorden die nu geschreven worden, die straks deel zullen zijn van de oorlogsliteratuur van Oekraïne. In Oekraïne blijven schrijvers schrijven, is het niet digitaal of op papier, dan is het wel in hun hoofd.

Schrijver Artem Chapeye (40) sloot zich als vrijwilliger aan bij het leger. ‘Het verbazingwekkendste is’, zei hij vanuit de frontlinie in een interview met The New Yorker, ‘dat de meesten van ons niet verwacht hadden dat we zoveel verzet en solidariteit in ons hadden.’ Hij krabbelt alleen dagboeknotities, maar de verhalen verzamelen zich in zijn hoofd. ‘Vrouwen baren kinderen in schuilkelders, ouderen vervoeren de lichamen van hun buren in kruiwagens, honden en schapen volgen het leger omdat ze hun baasjes zijn kwijtgeraakt.’

Schrijfster Natalia Yavorska, een pseudoniem uit zelfbescherming, beschreef haar evacuatie door de Russen uit een dorp bij Marioepol (gepubliceerd door het mediaplatform OpenDemocracy). Niemand wilde vertrekken, en al helemaal niet naar Rusland. Ze moesten. Na een week van zware bombardementen kwam ze voor het eerst uit de schuilkelder. ‘Het is een surrealistisch gevoel als je ziet dat je oude school nu een hoop stenen is, en schoolboeken overal bezaaid liggen. Er hing nog steeds een plaat aan de muur, de erelijst van de school, met een foto van mijn zus, en overal om ons heen waren Russische soldaten.’

Na een gruwelijke tocht de grens over, via een Russisch doorgangskamp waar ze ondervraagd en bedreigd werd, wist Yavorska op de trein te springen naar familie in Rostov. ‘Het was absurd. Ze waren heel gastvrij, maar totaal gehersenspoeld door Russische propaganda.’ Op de trein naar Moskou duizelt het haar. ‘Treinreizigers beweerden dat in Marioepol biologische wapens gemaakt werden om de voortplantingsorganen van Russische vrouwen te verwoesten. Het voelde als een soort collectieve waan. Voor de oorlog geloofde ik echt dat Russen niet hetzelfde waren als Poetin. Ik was ervan overtuigd dat niemand oorlog wilde met Oekraïne. Nu denk ik dat zelfs verstandige mensen in Rusland er verantwoordelijk voor zijn.’

Schrijver-regisseur Oleh Sentsov (45), afkomstig uit de Krim, liep zes weken geleden in smoking over de rode loper in Kiev, vanwege de première van zijn film Rhino. Nu is hij vrijwilliger in het leger. ‘Op dit moment’, zegt hij in een interview met The Atlantic, ‘denk ik niet aan films. Ik ben geen filmmaker. Tot de overwinning ben ik een soldaat’. Al weken zit Sentsov in de loopgraven. Over het verbeelden van de oorlog zegt hij: ‘het echte gezicht van oorlog, het ware gezicht, is er een waar je niet over kunt lezen, die je niet op het nieuws kunt zien. Je moet het met je eigen ogen zien’.

Reageer

Volt liet Gündogan in de kou staan

De Limburger, 29 maart 2022

Is er iemand die zich erover verbaast dat Marc Overmars een nieuwe topbaan in het betaald voetbal heeft? Wie vreesde dat de arme man voor zijn leven getekend zou zijn en aan de bedelstaf zou raken – hij gaat meer verdienen dan bij Ajax. Flinterdun is de verhitte buitenkant van de samenleving, als een buitenbad bij felle zon. Aan de oppervlakte is het warm, maar daaronder blijft het akelig koud.

Akelig koud is het bijvoorbeeld voor Nilüfer Gündogan, het Kamerlid dat uit de Volt-fractie werd gezet en werd geroyeerd als partijlid. Ik betrapte me erop dat ik zocht naar bijval of op z’n minst begrip voor haar. Het is dun gezaaid. Toch is het op z’n zachtst gezegd opmerkelijk dat Volt-fractievoorzitter Laurens Dassen het besluit om Nilüfer Gündogan uit de partij te zetten motiveerde door naar de media te verwijzen: naar NRC dat onderzoek naar de Volt-melders tegen Gündogan had gedaan, en naar de talkshow Jinek, waarin Gündogan zich verweerde.

Dus Volt had de anonieme melders, de eigen medewerkers van de partij, niet zelf uitgebreid gesproken, maar liet de berichtgeving van de krant zwaar wegen? En Volt viel erover dat Gündogan zichzelf verdedigde in een tv-show, terwijl de partij haar eerder niet de kans had gegeven om dat binnenshuis te doen. Om het geheugen op te frissen: Nilüfer Gündogan werd in februari plotseling geschorst als fractielid op beschuldiging van ‘grensoverschrijdend gedrag’. Om wat voor gedrag het precies ging werd niet bekendgemaakt en ook Gündogan zelf werd daarover niet door de partij geïnformeerd.

Ik noem dat een vorm van geweld. Het bestuur van Volt zegt het verschrikkelijk te vinden dat de melders onvoldoende zijn beschermd. Maar hoe zit het met de bescherming van Gündogan, de eigen fractiegenoot met wie Volt zo trots de landelijke politiek bestormde? Zij heeft net zo goed recht op bescherming, ondanks de aantijgingen die tegen haar gedaan zijn en die wijzen op intimiderend, dominant en soms handtastelijk gedrag, waarbij Gündogan zich in al haar bevlogenheid van geen kwaad bewust leek.

Je vraagt je af hoe het mogelijk is dat Volt-medewerkers die door NRC geschetst worden als ‘jong, hoog opgeleid en verbaal sterk’ niet in staat waren om met z’n allen rond de tafel te gaan zitten om dat gedrag bespreekbaar te maken, zeker nadat ze zich eerst als dolenthousiaste fans gewarmd hadden aan het vuur van Gündogan, een vrouw die werd geboren in Turkije en op jonge leeftijd naar Nederland kwam. Die een moeilijke jeugd had, getekend door een gewelddadige vader. Die geregeld haar studie geneeskunde in Amsterdam onderbrak vanwege de situatie thuis. Die haar studie niet afmaakte, maar via D66 in de Amsterdamse gemeentepolitiek opklom en in 2021 voor de nieuwe partij Volt in de Tweede Kamer werd gekozen. De vaandeldrager van Volt: vrouw, migratieachtergrond, op eigen kracht ingevochten. Juist zo iemand, zou je denken, gun je bescherming in je partij.

Ik heb waardering voor de enkeling die zich liet horen. ‘Je zult maar anoniem beschuldigd worden en geen gelegenheid krijgen je te verdedigen,’ aldus een lezer van De Limburger. Daar is eigenlijk alles mee gezegd. Een NRC-lezer raakte aan een ander essentieel punt. Hij verbaast zich erover dat de mogelijke beweegredenen van de melders, ‘hekel, haat, rancune?’, buiten beschouwing werden gelaten in de krant en hij schrijft: ‘Wat opvalt is dat – zo het allemaal klopt – helemaal niemand zich volwassen en dus weerbaar heeft opgesteld.’ ‘Weerbaar’ – dat is een woord dat wat mij betreft naast het woord ‘onveilig’ mag staan. Wie is wanneer onveilig en wanneer word je verondersteld weerbaar te zijn? In de politiek, weet iedereen, moet je tegen een stootje kunnen. Wie zich daar eerst warmt, kan zich ook een keer verbranden.

Reageer

Laten we hem Tofkap noemen

De Limburger, 11 maart 2022

This is Putin’s war, dit is Poetins oorlog. De zin echoot over de wereld: de oorlog van één gek – hoe is het mogelijk, zoveel leed veroorzaakt door één man. Een fanaat, afgesloten van elk emotioneel contact volgens de kenners. Vooral sinds corona – doodsbang om onverwachts het loodje te leggen, ja, voordat hij zijn grand project heeft voltooid: eerherstel voor Rusland.

Voor de man in Moskou is Oekraïne geen land, maar deel van het Russische rijk en moet het voor eens en altijd terugkeren in de moederschoot. Het is nu of nooit – hij wordt dit jaar zeventig. Maar waarom toch? Waarom is het zo belangrijk voor de man? Oké, hij wil zich nog één keer waarmaken, voordat hij straks van het podium valt. Dus hij volgt, excuser le mot, zijn pik: geef me dat land terug, of anders pak ik het terug. Simpele ziel. Of is er meer?

Er kwam iets interessants ter sprake in de tv-show M deze week, waarin een filmpje van een Russische kerkvader werd getoond. Die zei: ‘De wereld van zogenaamde vrijheden, weet u wat dat is? De gaypride! De machthebbers daar eisen het houden van een gaypride als een bewijs van loyaliteit.’ De Russische inval verklaard vanuit een angst voor anderen, voor mannen en vrouwen die niet aan het plaatje voldoen van de masculiene alfaman en zijn zorgzame, liefdevolle echtgenote.

Een cultuuroorlog, niet uitgevochten met woorden, maar met wapens, over de rug van duizenden verwoeste levens. Maar dat boeit niet in het Kremlin, want stel je voor: straks wordt de Oost-Europese cultuur verzwakt door mietjes en manwijven! Zo’n cultuur kunnen we niet hebben naast de deur, bij ons broedervolk. De decadente vrijheidsdrang van die zwakkelingen in Kiev die een gaypride willen houden moeten we afkappen.

En kijk, daar steekt Thierry Baudet zijn hoofd om de hoek: Poetin als de geliefde leider van het geloof in conservatieve, traditionele waarden die in het westen verloren gaan door de wakkere krachten van allerlei groeperingen die hun rechten opeisen: vrouwen, mensen van kleur, van andere seksuele geaardheden, andere religies. Maar er is nieuws voor Poetin en Baudet: de tegenstand van de Oekraïners is veel en veel groter dan verwacht. Het verlangen om de eigen koers te bepalen, om zich niet te laten zeggen wat ze wel en niet mogen, om onafhankelijk te zijn, is zo groot dat ze er massaal voor willen vechten. Dat moet ongetwijfeld de grootste schok zijn voor de bezetene in zijn Russische paleis: het broedervolk wil écht liever bij het Westen horen. En dat naast de deur! Wat een schrikbeeld moet dat zijn: een liberaal, democratisch Oekraïne, een voorbeeld voor Russische jongeren, voor de oppositie…

En intussen is er, op een paar landen na, vrijwel niemand in de wereld die pruimt wat er gebeurt. Poetin is aardig op weg totaal gecanceld te worden. De dagelijks groeiende economische sancties treffen de Russische economie harder dan hij voor mogelijk had gehouden. En daar komt bij: niet alleen regeringen, ook bedrijven, organisaties, activisten en individuen zijn bezig met een aanval op de man in het Kremlin en zijn achterban. Laten we onze blik afwenden van de zeloot in het Kremlin. Hier, in het decadente Westen kunnen we dankzij onze onafhankelijke pers oog hebben voor mensen in ijskoude schuilkelders zonder eten of water. Voor ouders in paniek, die maar één gedachte hebben: hoe brengen we onze kinderen in veiligheid. Laten we de man dat wereldpodium niet langer gunnen, zijn naam niet langer uitspreken. Laten we hem van nu af aan Tofkap noemen – The One Formerly Known As Putin.

Reageer

Nog sneller, nee bedankt

De Limburger, 25 februari 2022

Ik werd op de Groene Loper bijna van de sokken gefietst door een flitskoerier. Ja, de flitsbezorgers zijn nu ook in Maastricht aangeland, ze sjezen over de wandelboulevard. Er is een flinke dark store gekomen, een distributiecentrum vanwaaruit online boodschappen razendsnel bij je thuis worden bezorgd. Die jongens en meisjes fietsen alsof de duvel hen op de hielen zit, dus de Groene Loper, bedoeld om wat rust te brengen in het hectische leven van alledag, dreigt nu een fietssnelweg te worden.

Flitsbezorging is the next step in de aanzwellende business van pizzakoeriers en andere thuisbezorgdiensten – op de vleugels van corona meegevlogen. Alleen: nog iets sneller, ja, ‘bezorgd in minuten’ schreeuwt de zuurstokroze zuilreclame langs de straat, ‘sneller in huis dan je een verse salade maakt.’ Dus hou maar op met het bereiden van je eigen salade, wij zijn al onderweg! In die tijd kun jij iets anders doen, iets leuks of nuttigs. In elk geval bespaar je kostbare tijd dankzij ons!

En je denkt: ach, waarom ook niet? Waarom zou ik de regen ingaan als het niet nodig is? Ik zit lekker achter mijn scherm. En terwijl jij lekker achter je scherm zit, gebeurt er iets. De samenleving wordt nog wat sneller dan je gewend was. Je kunt weer iets meer doen met je tijd. Je kunt weer iets productiever zijn. Ook de organisatie waar je voor werkt merkt dat, er kan meer werk in minder minuten. Ja, laten we de klok erbij halen: die vijf minuten die je eerst nodig had kunnen er best vier worden. Immers: voor je eten hoef je de deur niet meer uit. Nee, door op de bank te blijven zitten, ben je heel bewust bezig. Die nieuwe koerier bezorgt namelijk geen vetbommen zoals pizza’s met kaas en salami, maar organische linzen en salades.

Dat de productiviteit steeds verder wordt opgeschroefd is trouwens geen overbodige luxe, roepen de werkgevers in koor, gezien de huidige krapte op de arbeidsmarkt. Meer dan ooit is het elke minuut die telt. Google ‘werkdruk’ en de minuten vliegen je om de oren, vooral in de zorg. Een paar jaar geleden had een thuiszorghulp nog 40 minuten voor douchen en aankleden, nu 20 minuten. Steunkousen aantrekken: 5 minuten per kous.

Op papier kan alles, maar in de praktijk lukt het niet,’ aldus een 57-jarige medewerkster in de thuiszorg tegen RTL Nieuws. ‘Ik ben al wat ouder, dus ik heb er maling aan als het niet lukt. Maar je hoort dan wel in een teamoverleg: we zijn over de tijd heen gegaan. En dat kan niet, vanwege de indicaties en de toegekende uren zorg die mensen mogen ontvangen’. De indicaties, daar gaat het om – de minuten moeten kloppen, die moeten gecontroleerd worden. Controle is het hart van de klok.

Vroeger had je vertrouwen – je legde de zorg in handen van de verpleegster – nu is er controle. En vertrouwen is goed, maar controle is beter! De patiënt, pardon, cliënt, pardon zorgconsument heeft recht op zoveel minuten zorg, niet meer. De thuiszorghulp: ‘Je bent heel gehaast. Als mensen beginnen te praten dan denk ik al: daar heb ik geen tijd voor, hoewel ik dat wel graag zou willen’.

Je valt een land binnen en je noemt het een vredesmissie. Je stopt met praten tegen eenzame ouderen en je noemt het zorginnovatie: mensen helpen als product. Alles kan sneller, maar moet het ook sneller? Waar is het gezond verstand? Wie stopt dit? Waar zijn de vakbonden? Of moeten we ons erbij neerleggen, machines inschakelen, robots, apps? Maar wordt dan alles niet nog sneller? Ik verlang ineens heftig naar een rustige wandeling op de Groene Loper…

Reageer

« Vorige pagina« Vorige items « Vorige pagina · Volgende pagina » Volgende items »Volgende pagina »