Beste zorgbestuurders, zeg eerst eens sorry

De Limburger, 12 augustus 2023

Publieke voorzieningen, het woord zegt het. Als de overheid ergens voor is, dan daarvoor. Waar het bij publieke voorzieningen om gaat is dat ze voor iedereen zijn. Anders zou je ze beperkte voorzieningen noemen, of elitaire voorzieningen. Tot de elite behoort iedereen die een bepaald inkomen, een bepaald vermogen heeft. Daar kan Jan en alleman onder vallen, advocaten, boeren, voetballers, ondernemers, tv-mannen met praatjes, beurshandelaren, criminelen. Iedereen, zeg maar, die zich totaal geen zorgen hoeft te maken over de gasrekening, een goede woning, je van A naar B verplaatsen, kinderopvang, goed onderwijs voor je kinderen, toegang tot boeken, theater en sport, gezondheidszorg en hulp.

De zorg valt onder publieke diensten. Maar. Jarenlang werd de burger aangemoedigd om zich als consument te gedragen, ook in de gezondheidszorg, pardon de zorg (let op de taal: zorg inkopen, zorg consumeren, zorg consultant). Ziekenhuizen moesten ‘productie draaien’. Nu een generatie steeds ouder wordt (de laatste fase van het leven is qua zorg de duurste) en steeds minder mensen in de zorg willen werken, loopt het de zorgbestuurders over de schoenen. Hoe dat op te lossen?

Een idee. Probeer eens een andere toon aan te slaan. En steek ’ns de hand in eigen boezem, realiseer je dat de mentaliteit van mensen een spiegel is van de mentaliteit van het bestuur: als je mensen als consumenten behandelt, wórden ze consumenten. Als zorgbestuurders nu roepen dat het ‘hoog tijd is voor een mentaliteitsverandering’, dat mensen niet moeten denken ‘ik betaal premie, dus ik heb recht op alles’, dat de zorg geen ‘vakantieresort’ is, dan hebben ze niet begrepen dat ze zélf mede debet zijn aan dat gedrag.

Dus, kom eerst eens met een mea culpa: sorry, we hebben in het verleden geld over de balk gesmeten (nieuwbouw Sittard). Sorry, we concurreerden met andere ziekenhuizen maar eigenlijk hadden we moeten samenwerken. Sorry, we hebben u als consument behandeld in plaats van als patiënt. We lieten u uitgroeien tot een vervelende klant die op hoge toon eist dat hij waar voor z’n geld wil. Sorry, we hebben in het verleden te weinig naar de mensen op de werkvloer geluisterd. Sorry, we hadden veel eerder moeten zien dat het zó verkeerd gaat.

Daarom, beste Heerlense zorgbestuurders, als u straks met de bevolking gaat praten over het uitkleden van hun ziekenhuis, zoals u van plan bent, denk dan eens na met wie u spreekt. Houd in gedachten dat er mensen zijn met zorgen die u niet kent. Dat zij piekeren over hoe ze, slecht ter been, in Sittard moeten komen, over wat dat kost, over het parkeergeld, bedenk dan eens dat ze een bezoek aan een specialist uitstellen, omdat er nog andere rekeningen betaald moeten worden. Dat zij niet zoals u tot de elite behoren.

Reageer

De waarde van vijg, artisjok en tomaat

De Limburger, 5 augustus 2023

Even iets anders. Vindt u het ook zo ontmoedigend dat de vijgen geen smaak hebben dit jaar? Ik bedoel die van eigen bodem. Wij hebben een piepklein vijgenboompje die nog niet veel doet, maar waar we in de toekomst veel van verwachten: warmere zomers! Intussen pluk ik wat vijgen van een boom in de buurt, van de takken die ruimschoots over een tuinmuur hellen.

Ik voel me dan altijd lichtelijk in overtreding. Ik overwoog al een paar keer om aan te bellen. Maar telkens zag ik niemand en liet ik het voorbijgaan. Ook omdat de boom zo vol hangt. En omdat ik nooit iemand anders die vijgen zie plukken. Dan vallen ze op de stoep en liggen ze daar te rotten. Dat vind ik erg, vooral omdat die vijgen de afgelopen zomers fantastisch waren, zo vol van smaak dat je zou denken dat ze uit Zuid-Europa kwamen.

Maar terwijl in het zuiden de vlam in de pan sloeg, zitten wij hier met ouderwets Nederlands kwakkelweer en de vijgen doen het slecht. Daarom haal ik de zomer in huis met artisjokken. Een aanrader. De artisjok associeer ik met warme avonden, de geur van pijnbomen, met pastis, espadrilles en flinterdunne bloesjes. Jammer genoeg heeft de artisjok het moeilijk, las ik op vakantie in de regionale krant, de Ouest France. De Bretonse artisjokproducenten twijfelen aan hun toekomst. Hun onverkochte artisjokken worden gedoneerd aan goede doelen of aan dieren gevoerd. Op rotondes worden kilo’s artisjokken gratis uitgedeeld.

De enige oplossing, lees ik: een verleidingscampagne. De Fransen moeten meer artisjokken eten! Ook al zullen ze nooit de Italianen evenaren (8 kg per jaar), als ze maar een half kilootje per jaar zouden eten, en als de artisjok-eter (nu 60plus) verjongt, dan is de toekomst van de artisjok verzekerd. Sinds half juni hangen er daarom affiches in de Parijse metro, met een close-up van de Bretonse artisjok en de tekst: vergeet de artisjok niet!  

Stel je voor: de Limburgse asperge uitvergroot in de Amsterdamse tram. De toewijding van de Fransen en Italianen voor hun producten is ontroerend. Ik denk aan het eenvoudige restaurantje in Milaan, waar we licht gefrituurde artisjokharten met kleine salieblaadjes aten. We hadden de blaadjes laten liggen. De kok kwam verontwaardigd uit de keuken: of we wisten hoeveel werk die blaadjes waren? Aan de tomatenverkoper op een markt in Normandië die de smaakverschillen van zijn tomaten uitvoerig uit de doeken deed. Ik wees lukraak naar een paar donkerrode exemplaren. Het waren ongelooflijke tomaten, met een diepe grondsmaak en pittig, alsof er peper in het vel zat.

En ik bedenk hoe weinig aandacht we soms hebben voor ons verse voedsel. Voor de simpele vijg, perzik, artisjok, tomaat. Aan de overdaad, aan hoeveel er weggegooid wordt. Alsof we de waarde ervan vergeten zijn.

Reageer

Een bestuurder om naar uit te kijken

De Limburger, 29 juli 2023

Wat een leuke tournures sinds ik terug ben van vakantie: bij de old-boys-VVD staat Dilan Yesilgöz klaar om Rutte op te volgen, terwijl het vermoeide, halfwoke linkse blok de diensten van Frans Timmermans kreeg aangeboden. Wat een klap voor alle identiteitsjagers: een vrouw van kleur, kind van vluchtelingen, snelt aan op rechts, bijdehand en kordaat (hup, weg met die hoofddoekjes bij politie in functie), terwijl een witte oude man links de hoek om komt met frisse, jonge moed: er is hoop, mensen, er is hoop!

Ja, het was nog net niet het ‘yes, we can!’ van de eerste zwarte president van de VS, maar in die richting moesten we denken. Daarom gooide Timmermans het woord swag een paar keer in de strijd toen hij zijn kandidatuur bekendmaakte, daar op het terras van Pelt in Heerlen: links had wat swag nodig. Hij had natuurlijk sjwung moeten zeggen, maar de boodschap is duidelijk: links moet eindelijk weer smoel krijgen. En het land een visie, een vergezicht, na jaren visieloosheid onder Rutte.

Dat is iets om naar uit te kijken. Ja, Timmermans heeft een groot ego, glijdt soms uit over zijn eigen gedrevenheid, ging in de fout door zijn geldingsdrang. Maar wat hoor ik verder weinig over de inhoud van de man als bestuurder. Die heeft wél laten zien dat hij mensen en partijen tot elkaar kan brengen om oplossingen te vinden voor de grote uitdagingen van onze tijd: de klimaatcrisis, de oorlog in Oekraïne en onze (toekomstige) afhankelijkheid van autocratische landen, de technologische revolutie, en de gevolgen van dit alles voor de gewone burger. Hij kreeg nogal iets voor elkaar in Europa.

Dat hij terug naar de Nederlandse politiek keert, pleit voor hem: wie wil in godsnaam nog? De een na de ander verlaat het schip. Maar Timmermans wil graag dingen veranderen. Daarbij kijkt hij niet alleen naar mensen op links. ‘De meeste mensen zitten gewoon in het midden,’ zei hij in een interview afgelopen najaar. ‘Die willen maar één ding: op een fatsoenlijke manier met elkaar omgaan en aan een samenleving werken. Naar de dokter kunnen als ze ziek zijn, een fatsoenlijk pensioen hebben als ze oud zijn, voor elkaar zorgen, banen kunnen vinden voor hun kinderen.’

‘Het midden’ is precies wat in (sociale) media vaak de nek wordt omgedraaid. Want dat scoort niet. Dat men op rechts Timmermans als een grote bedreiging ziet, valt te begrijpen. Dat je hem electoraal wil afremmen met steekhoudende argumenten, prima. Maar hetze, scheldpartijen, laster – dat tast de democratie aan. Nu Twitter, pardon X, door een rare megalomaan (wie noemt zijn kind X Æ A-12, kortweg X?) nog verder polariseert, is het tijd dat de politiek het gebruik van het medium – een geldmachine – vaarwel zegt. En laten journalisten de oprispingen daarop eens negeren.

Reageer

Hinderlijke ballast

De Limburger, 15 juli 2023

Hoe is Nederland zo geworden? Zo: alles steeds als een op- en aftreksom zien, als een model van lasten en baten, niet begrijpen dat het over mensen gaat. Met plaatsvervangende schaamte keek ik naar een programma waar Linda Nooitmeer te gast was, als (onbezoldigde) voorzitter van de organisatie die het Herdenkingsjaar Slavernijverleden leidt.

Er werd een filmpje vertoond met plaatjes van slavenschepen en getallen: hoeveel procent aan BNP ons de slavernij als land had opgebracht. Daarna volgde de vraag aan Nooitmeer, bedoeld als inkopper: als u dit allemaal zo ziet, mevrouw Nooitmeer, vindt u dat dan genoeg, dat bedrag dat Nederland voor herstel uittrekt?

Linda Nooitmeer, moet u weten, is zelf econoom. Zij vervulde functies bij PWC, Suikerunie, Rijksmuseum en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Haar naam vertelt precies wat u denkt: zij is een nazaat van slaafgemaakten, haar betovergrootvader nam die naam in 1863 aan, het jaar waarin de slavernij werd afgeschaft. Nooit meer.

Wat zei Linda Nooitmeer? Ze zei: al ging het om 0,000 procent van het BNP. Ik wil wegblijven van die wiskundige, economische benadering. Het gaat om ménsen, het gaat om vijf tot zeshonderdduizend Afrikanen die als handelswaar uit hun land zijn weggerukt, het gaat erom dat dat nog steeds doorwerkt in de generaties daarna. Het gaat om het moréle aspect.

Ja, dan is het ineens stil.

Kort daarna, weer zo’n beschamend gevoel: de (nu demissionaire) VVD-minister van langdurige zorg, Conny Helder, vond dat mensen niet ‘moesten zitten wachten’ tot de overheid hun oude dag ging ‘oplossen’. ‘Dat zal niet gebeuren,’ dreigde ze. De peilloze neerbuigendheid die uit deze woorden sprak. Want wat zei ze eigenlijk? Ze zei: het moet maar eens afgelopen zijn met het pamperen van ouderen. En toen wees ze op de kosten en baten: als ik naar het plaatje kijk, dan worden jullie ons gewoon te veel.

Allemaal? Nou, de minister sprak tevreden over ouderen die bij elkaar ‘in hofjes’ gaan wonen en hun eigen zorg regelen. Tegen die ouderen, welgestelde mensen bij elkaar, heeft ze het niet. Nee, haar berispende toon geldt de bejaarden die zoiets niet kunnen, mensen tegen wie jaren geleden al is gezegd: let op, u moet zo lang mogelijk thuis blijven wonen! En dat doen ze, tegen de klippen van de eenzaamheid op.

Iedereen die weleens in een verpleeghuis is geweest ziet daar zeer hulpbehoevende bejaarden in het laatste stadium van hun leven. Maar Helders boodschap is: verhoog de drempel voor het verpleeghuis en geef ze een robot! De minachting voor oude, kwetsbare mensen. Zo’n land. Een land waar ouderen die het niet geregeld krijgen straks hinderlijke ballast zijn, zoals zieke Afrikanen aan boord van het slavenschip. Gaat Nederland het nu beter doen?

Reageer

Achter een woord ligt een wereld

De Limburger, 1 juli 2023

Ik heb eens het woord ‘gezeik’ gebruikt in een column. Daar heb ik nog altijd spijt van. Ik vind dat ik me als columnist moet onthouden van grof taalgebruik. Het is toch een zwaktebod van een schrijver: blijkbaar heb je geen fatsoenlijk equivalent gevonden. Je koos de makkelijkste weg. Maar belangrijker: je hebt de lezer onderschat. In het woord ‘gezeik’ zit een bepaalde agressie die je de lezer opdringt. Terwijl die z’n eigen pad moet kiezen, eigen conclusies wil kunnen trekken.

Ik voel daarom mee met de lezer die zich in een ingezonden brief verzette tegen het veelvuldige gebruik van het woord ‘kroeg’ in plaats van ‘café’. Hij schreef dat een kroeg vaak geassocieerd wordt met luidruchtigheid en zuipen, terwijl een café vooral om gezelligheid en contact gaat. Voor een boek over cafés had hij tientallen kasteleins geïnterviewd. ‘Als ik het toen gewaagd had hun lokaliteit als kroeg te bestempelen,’ schreef hij, ‘zou ik nergens een voet over de drempel hebben mogen zetten.’

Woorden doen ertoe. Taalhistoricus Ewoud Sanders schreef een boek over het ‘n-woord’. Een woord waarvan vrijwel iedereen nu aanvoelt dat het niet deugt, behalve een enkele verdwaalde politicus op de rechterflank die zei dat ‘het woord neger een heel gewoon woord’ is. De taalhistoricus beschrijft de opkomst en ondergang van het woord en laat – ook tot zijn eigen ontzetting – zien hoe direct het verbonden is met slavernij en slavenhandel.

De Nederlandse variant komt van het Portugese ‘negro’ of het Franse ‘nègre’ en duikt voor het eerst op in de zeventiende eeuw, toen de West-Indische Compagnie schreef over ‘neger-handel’. Het woord werd exclusief gebruikt voor Afrikanen die tot slaaf gemaakt werden – vrije zwarte mensen heetten toen nog Moren, naar de bewoners van Mauritanië. De opmars van het woord ging gepaard met de ontwikkeling van racisme. Een encyclopedie uit de achttiende eeuw (de tijd van de Verlichting!) omschreef zwarte mensen als ‘beestachtig, ongodsdienstig, onredelijk, ontrouw, schaamteloos, woest en wreed’.

Om de lucratieve slavenhandel goed te praten, moest de zwarte mens ontmenselijkt worden. Want als de zwarte mens eigenlijk geen mens is, als hij – zoals de kerk stelde – niet afstamt van de eerste mens, dan kun je met hem doen wat je wil. Met afgrijzen las de taalhistoricus dat slaven werden aangeduid als ‘een lading ebbenhout’.

En zo werden de schoolboekjes gevuld met verhalen waarin zwarte mensen laf, dom en lui zijn en raakte het gaandeweg ingeburgerd, normaal, om hen te zien als minderwaardig en onbeschaafd. Een erfenis die je niet zomaar wegpoetst uit het collectieve geheugen. Het is maar een woord, zeggen sommigen. Maar achter een woord ligt een wereld. In dit geval een gruwelijk gedeeld verleden.

Reageer

DSM-collectie als basis kunstmuseum in Heerlen

De Limburger, 24 juni 2023

‘Wij hadden ook kolonies in eigen land,’ vertel ik mijn studenten uit oude koloniën als Indonesië en Suriname. Wingewesten, met eenzelfde verwoestende impact. Bewuste staatsuitbuiting, maar wel met een gloedvol verhaal over vooruitgang en beschaving. Daarin paste ook het verhaal dat ‘meegenomen’ kunstvoorwerpen het verdienden om op een mooie plek tentoongesteld te worden en ze te behoeden voor bederf en teloorgang. Zo kregen we musea gevuld met fantastische gestolen collecties.

Nu zit men bij DSM in Heerlen met eenzelfde pijnlijke kwestie: de mee-verhuizing van de kunstcollectie naar Maastricht. Die verzameling is gebaseerd op het werk van duizenden mijnwerkers in de kolonies rondom Heerlen. Het begon in 1927 met een werk van de glazenier Henri Jonas, een glas-in-loodraam dat de mijnwerkers aan de directie van de Staatsmijnen schónken. Daarna werd er lokale kunst aangekocht, vaak met de mijn als thema. Zo ontstond een historische collectie, diep verankerd in de mijnindustrie.

Toen kwam de afstoting. In de kolonies zaten de oud-mijnwerkers bij de kachel naar adem te happen. Een complete generatie zat werkloos thuis. Het exploitatie-systeem met mantelzorg van school, gezondheidszorg, harmonie en verenigingen scheurde aan flarden. Nu zijn jullie zelfstandig, riep de Staat. Geniet ervan!

Studenten uit de oude koloniën vertellen mij over het ‘intergenerationeel trauma’ dat hun raakt, dat invloed heeft op wie ze zijn, hoe ze naar hun ouders kijken. Gedrag wordt doorgegeven van generatie op generatie, minderwaardigheid, op je hoede zijn, wantrouwen, geweld. Soortgelijk trauma is al decennia zichtbaar in groot-Heerlen. Armoede, laaggeletterdheid, slechte gezondheid, de laagste opkomst bij verkiezingen.

Gelukkig is DSM een bedrijf met een maatschappelijk hart. ‘Met onze kunstcollectie wil DSM de dialoog aangaan met haar omgeving,’ klinkt het op de site. Met de collectie ‘geven wij als onderneming al meer dan honderd jaar uitdrukking aan onze maatschappelijke betrokkenheid.’

Glashelder. Ik stel me dus voor dat die fraaie kunstcollectie de basis wordt voor het op te richten MomaH, het Museum of Modern Art Heerlen. Waar? In het oude DSM-hoofdkantoor natuurlijk, waar de stille Beatrix-kamer van ontwerper Maurice Mentjes op publiek wacht. Men zal alle groot-Heerlenaren, kinderen én volwassen, gratis entree geven en hen actief warm maken voor hún kunstbezit. Zo zal DSM laten zien dat ze begrijpen waar de pijn van mensen zit.

Want het zal toch niet zo zijn dat ze daar aan de vergadertafel zeggen: ‘Ik snap ze niet in Heerlen. We zorgen toch goed voor de collectie? Natuurlijk is het ook hún collectie. Maar in Maastricht kunnen we die echt beter tot zijn recht laten komen.’ Nee, natuurlijk niet. Dat zou roofkunst zijn.

Reageer

Brandbrief over spreiding doofde in de Hofvijver

De Limburger, 10 juni 2023

Ooit was Nederland dat progressieve, tolerante landje aan zee. Opmerkelijk was daarom de onthutsing bij de dochters van Sigrid Kaag: het land van hun moeder blijkt behoorlijk vrouwonvriendelijk: het woord ‘heks’ ligt opponenten in de mond bestorven. Hoogopgeleid, vrouw, getrouwd met een Palestijn, slim, ja arrogant – wat komt dat mens hier doen? De woorden ‘vijfde colonne’ zingen digitaal rond.

Want: ook nog leider van D66 – de ‘migrantenpartij’. Arbeidsmigranten zijn nodig, stelt de partij. En wie als vluchteling Nederland heeft bereikt, kan het beste maar zo snel mogelijk actief meedoen. Met dat standpunt maak je je niet populair in brede kring. In Nederland kun je je als partij het beste stilhouden over migratie. Elk verkeerd woord gaat je kiezers kosten. Dat heeft ook BBB ontdekt. In Trouw zei Ilona Lagas, fractievoorzitter van BBB in de Eerste Kamer, dat BBB moet laten zien dat ze géén anti-partij is. Wat een frisse wind, dacht ik, maar toen kwam het asieldossier ter sprake: op steun voor de spreidingswet hoeft het kabinet niet te rekenen. Hè? Lagas had net enthousiast verteld dat haar partij een ‘no-nonsense club’ is met ‘veel praktische mensen’. Haar argumentatie: ‘Hoe meer plek je hebt, hoe meer mensen er komen.’ Gevraagd naar eigen ideeën voor oplossingen: ‘Ik zou het niet weten.’

Ook op links heerst doodse stilte – ook al bang voor kiezersverlies, maar dan bij de achterban die weigert in asiel en migratie een probleem te zien (de oude linkse kiezer zijn ze al kwijt). Net als veel media, trouwens. Emotie-verhalen troef. Zelfs Buitenhof – een tv-programma voor kritische diepgang – presteerde het om niet één kritische vraag te stellen aan een succesvolle Iraanse vluchteling die een boek geschreven had. Hij mocht het volle gesprek vertellen hoe hij zich vóelde.

Alleen een groep Limburgse burgemeesters maakte lawaai. In een brandbrief riepen ze het kabinet op om in actie te komen. Het gaat zo niet langer met de aanpak van asielzoekers, waarschuwden ze. Stel een soort asiel-OMT aan, stelde Burgemeester Penn-te Strake van Maastricht voor, een team van deskundigen dat met out-of-the box oplossingen komt.

Want ideeën genoeg. Een constructie à la de Oekraïense vluchtelingen die het prima doen. Zo snel mogelijk aan het werk dus, immers: 80 procent van de vluchtelingen blijft en er zitten verplegers, onderwijzers en elektriciens bij. Geef meer werkvisa aan mensen buiten de EU, zoals al gebeurt bij Filipijnse zorgmedewerkers. Kijk naar Duitsland, dat gericht kijkt naar wie het land nodig heeft, naar Frankrijk dat experimenteert met ‘circulaire migratie’ van drie maanden per jaar.

Maar in Den Haag doofde de brandbrief in de Hofvijver. Daar staart men omhoog, naar een luchtspiegeling die spreidingswet heet.

Reageer

I’m on Fire van The Boss zat mij al langer niet lekker

De Limburger, 3 juni 2023

In een recensie over het concert van Bruce Springsteen (73) in de Amsterdamse Arena las ik dat The Boss – drie volle uren op het podium, 28 nummers – de oude favoriet I’m On Fire achterwege had gelaten. De recensent vond dat jammer, maar ik dacht: zo! Dat nummer zat mij namelijk al langer niet lekker. Jarenlang blèrde ik het refrein mee, oh, oh, oh, I’m on fire, maar op bepaald moment schoot het door mijn hoofd: ja, maar wat zíng ik eigenlijk? Hoezo begint dat nummer met een kind? Want het liedje begint namelijk zo: Hey little girl, is you daddy home? Did he go and leave you all alone?

 Dus toen zocht ik de tekst van dat nummer eens op. Het is een donker lied over een getroebleerde man, en het wordt creepy omdat hij zich als verlossing wil vergrijpen aan een little girl, en het wordt nog creepier omdat gesuggereerd wordt dat ‘daddy’ dat eveneens doet. Dus sindsdien heb ik nare bijgedachten bij dat liedje. En nu vraag ik me af: zou Springsteen het bewust uit zijn setlist hebben gehaald? Zou hij er zelf ongemakkelijk van zijn geworden? Nu zult u tegenwerpen: ja, maar hij zingt over een personage! Hij vertelt in elke song een verhaal! Zijn werk is doortrókken van gekwelde mannen, ja, daar gààt zijn werk nu juist over. Ik weet het. En toch wringt er iets – ik denk door dat refrein, oh, oh, oh, I’m On Fire, dat zoveel lust communiceert ten koste van een kind.

 En nu heeft Springsteen dat nummer dus zelf van zijn lijst gegooid. Weet u wat? Ik vat het gewoon op als een statement, in de zin van: The Boss toont op deze manier zijn gevoeligheid voor de geest van het lied. Juist omdàt de Amerikaanse man zijn onderwerp is. Juist omdat Springsteen, zoon van een buschauffeur uit New Jersey, die mannen zo veelvuldig heeft bezongen: mannen in een keiharde machomaatschappij, voortdurend in angst om het niet te redden, om het onderspit te delven, steeds op en over de rand van het gewelddadige. Daarmee is zijn werk ook steeds een bijtende kritiek geweest op Amerika en de American Dream. Want eronder ligt de vraag: hoe zijn deze mannen zo gewórden?

Op de tweede concertavond in de Arena viel The Boss. Hij moest overeind getrokken worden. Wat een symboliek. De viriele man die dramatisch zijn te krappe, zwarte shirt opentrok, bleek kwetsbaar. Hij sloot zijn concert af met het gevoelvolle I’ll See You In My Dreams. En weet u: Vorig jaar is hij opa geworden, zijn eerste kleindochter heet Lily Harper Springsteen. Ik weet het niet, maar iets zegt me dat er een verband is met het schrappen van dat liedje. En ik denk dit: dat ik hier nu dankzij Springsteen over nadenk bewijst dat we leven in een andere, betere tijd. Een tijd waarin mannelijkheid, gevoeligheid en kwetsbaarheid heel goed samengaan. Benieuwd wat-ie in Landgraaf doet.

Reageer

Redacties laten zich leiden door sociale media

De Limburger, 27 mei 2023

Deze week werden een paar scholen via sociale media bedreigd. Ze gingen dicht. Een basisschool moest een dag later met de eindtoets beginnen. Het leek me de grens aan het grensoverschrijdende gedrag van sociale media. Als ik een ingezonden brief naar een krant stuur met een bedreiging, is er een redactie die ingrijpt. ‘Anonieme brieven, brieven die oproepen tot geweld, discriminatie of andere onwettige daden worden niet geplaatst’, houdt De Limburger de aspirant-inzender voor. Maar sociale media doen gewoon waar ze zin in hebben, ze zijn het doorgeefluik, de postbode van bedreigingen, haat, racisme, homofobie, nepnieuws en complottheorieën.

Het vreemde is: redacties van traditionele media – vooral van tv – laten zich leiden door wat er op sociale media gebeurt, ze peilen er de temperatuur, als een thermometer in de anus van de maatschappij. Als er ophef over een kwestie is, begint die in veel gevallen op sociale media, vooral Twitter. Zo ontstaat er een merkwaardige vervorming van de werkelijkheid, een mist die het zicht op de samenleving verduistert.

Want in Nederland zitten zo’n drie miljoen mensen op Twitter. De meesten gebruiken het medium als actuele informatiebron. Alle grote, traditionele media zitten op Twitter, er zijn accounts van journalisten, schrijvers en tal van bekende en minder bekende wetenschappers, deskundigen, denkers en organisaties van over de hele wereld – dat maakt Twitter zo’n aantrekkelijk medium.

Maar gebruikers zijn overgeleverd aan de grillen van de eigenaar. Sinds de overname door Elon Musk is er weer meer ruimte voor haatzaaiende berichten en Musk himself zet de toon met zijn snoevende tweets waarin hij flirt met complottheorieën en antisemitisme. Nederlandse gebruikers beginnen sindsdien wel af te haken, toonde een onderzoek aan. Vooral vrouwen en jongeren, vanwege het negatieve sentiment, het nepnieuws. De cafétoog van Twitter blijkt een erg mannelijke aangelegenheid; vrouwen roeren zich sowieso minder op apps met discussies over de actualiteit.

Het onlinecafé creëert een onwerkelijke, scheve situatie. Want als homo stap je normaal niet de kroeg van voetbalhooligans binnen, als veehouder ga je niet naar een bijeenkomst van Extinction Rebellion. Maar op sociale media staan groepen mensen die elkaar vroeger wijselijk meden naar elkaar te schreeuwen. Zo lijkt de polarisatie groter dan ie is, zeker als traditionele media er nieuws mee maken.

Vroeger zaten de bruine kroegen vol mannen die aan de toog hun wereldwijsheden of schunnige, discriminerende kroegpraat ventileerden. Dat werd nooit genoteerd, vastgelegd, gefilmd. Ze hadden hun ei gelegd en konden rustig gaan slapen. Nu sterft de bruine kroeg uit. Wat blijft is het oorverdovende geschreeuw op het mobieltje.

Reageer

Zijn mensen wel blij met een overdaad aan producten

De Limburger, 13 mei 2023

Gek, maar ik vond het wel wat hebben, die lege schappen ineens, verleden week in de Albert Heijn in mijn buurt. Het gaf een zekere rust. Aan de ogen, de geest. Ik moest denken aan Trader Joe’s, een winkelketen in de Verenigde Staten. Daar vind je alleen dingen van het merk Trader Joe’s, van pindakaas tot handcrème en hondenvoer. Heel kalmerend. Zijn mensen eigenlijk wel blij met die overdaad aan producten, peinsde ik, terwijl ik opgetogen de laatste bleekselderij pakte.

Vooruitgang is niet meer wat het was. Mijn moeder kreeg de eerste wasmachine. O, wat een luxe. Ze maakte de komst van de centrale verwarming mee. Nooit meer kolen scheppen. Alles werd beter en zou alleen maar beter worden: meer comfort, meer schoonheid, meer opleiding, meer kansen, meer ontwikkeling. Opwaartse mobiliteit. Kinderen van mijnwerkers konden studeren.

Het vooruitgangsgeloof gaf energie. Je werkte en je bewoog ergens heen, naar een ruimer huis, een schitterend paar schoenen. Je at een keer biefstuk, een keer zalm. Je dronk eens een glas wijn. Je verheugde je op een feestje. Je flirtte wat. Het onvervulde was een genot.

En nu. Eten, kleren, festivals, alcohol, drugs, seks – het is alomtegenwoordig en veel goedkoper dan vroeger. Er is alleen iets dat ontbreekt: een algemeen optimisme, een blijmoedig toekomstperspectief. Zie het klimaat, de oorlog, het gebrek aan woningen, de scheefgroei in vermogen, de energie-omslag, de autoritaire regimes. In deze setting – een toestand van overvloed zonder geloof in vooruitgang – luidt de dwingende boodschap aan jonge mensen: gauw, aan de bak! Kort studeren en dan, hup, uren draaien, want de arbeidsproductiviteit moet omhoog: meer uren, meer geld, meer consumptie.

Van jonge werkenden wordt ook gevraagd dat ze gedreven zijn. Ze moeten bijscholen, innoveren, digitaliseren, excelleren, overwerken. En ze moeten haast maken, ze mogen niet stilstaan. Tegen de dertig zijn ze opgebrand, omdat ze het goed willen doen maar het nooit goed genoeg is, omdat ze nauwelijks waardering krijgen, omdat ze te weinig autonomie in hun werk hebben, zich een radertje voelen in een geldmachine. Dan komt er een moment dat sommigen zich afvragen: waarvoor precies? Wat was ook alweer het doel?

Is het vreemd dat ze dan zeggen: weet je wat, ik zoom uit, ik ga werk doen waarbij ik om vijf uur de laptop dichtklap en daarna gitaar kan gaan spelen. Quiet quitters is de term voor jonge mensen die besloten hebben te bedanken voor de ratrace. Want waarvoor? Voor welke toekomst? Sommigen worden loud quitters – ze zeggen adios tegen luxe en status en beginnen op het Franse of Portugese platteland een ander leven. Dit is waar we beland zijn: het perspectief van alléén materiële welvaart verliest aan kracht. Het gevoel van vooruitgang moet van iets anders komen.

Reageer

« Vorige pagina« Vorige items « Vorige pagina · Volgende pagina » Volgende items »Volgende pagina »