Meer weten, niet slimmer zijn

De Limburger, 20 september 2018

De raaf is drie miljoen jaar oud, hoorde ik in Vroege Vogels, het onvolprezen radioprogramma dat elke zondagochtend vanaf zeven uur wordt uitgezonden. In je halfslaap word je bijgepraat over de meest verbeeldingsrijke onderwerpen. De designs van het spinnenweb: de ladder, de hangmat en het wiel. De karakteristieken van de egel: hij verplaatst zich met lomp geritsel en eet het liefst slakken. En dan de raaf, de slimste vogel op aarde en mythisch personage in verhalen over de hele wereld.

Aan het woord was een bioloog die een boek schreef over de raaf. Jarenlang deed hij onderzoek in het poolgebied, waar zijn liefde voor de raaf begon. In 1978 was hij daar op expeditie. Terwijl hij in de oneindige witte leegte aan het werk was, voelde hij dat iemand naar hem keek. Hij keek om: op een rots zat een raaf die hem bekeek. Dan zegt de bioloog: ‘als je daar alleen rondloopt, ga je een andere relatie met het landschap aan. Ik had het gevoel dat de raaf mij een plaats gaf in het landschap.’ Dan vertelt hij dat de raaf drie miljoen jaar oud is. ‘Hij heeft de mensheid zich zien ontwikkelen. De raaf zag wat er gebeurde en heeft ons gevolgd. Wij zijn niet echt slimmer geworden, wij weten alleen meer dan de mensen vroeger.’

Dezelfde zondag stroomde mijn inbox vol aankondigingen van artikelen over het begin van de crisis, precies tien jaar geleden, toen de grootbank Lehman Brothers omviel. Een greep: ‘De vraag is niet of de crisis zich zal herhalen, maar wanneer en hoe’ (De Volkskrant), ‘We zijn als samenleving gijzelaar van de grootbanken’ (De Correspondent), ‘Niets geleerd van Lehman’ (Follow the Money), ‘Het antwoord op schulden: méér schulden’ (NRC), ‘De stilte, tien jaar de storm (De Standaard).

We leven in de wurggreep van de banken. Het geld dat de Europese Centrale Bank elke maand in de economie pompt, heeft geleid tot ‘schaduwbankieren’. Het geld gaat niet naar de echte economie, naar nieuwe bedrijvigheid, maar naar waardepapieren: ‘securisaties’, ‘geldmarktfondsaandelen’. Intussen hebben we een regering die de belangen van de banken en de grootbedrijven boven die van de burger en het MKB blijft stellen. Krijgen we de leiders die we verdienen? Moet er een nieuwe generatie opstaan? Uit verschillende bronnen blijkt dat het best anders kan, als we willen. Dan moeten we af van het aandelenkapitalisme: een kapitalisme dat drijft op de almaar opgeschroefde groei van de winsten van grootbedrijven, en niet op arbeid, bedrijvigheid en concurrentie – zoals ooit de inzet was.

Wat te doen? Is het een kwestie van tijd? De cijfers over groei, de koopkrachtplaatjes: meer en meer mensen zien hoe lachwekkend het allemaal is. Misschien moeten we de raaf aanwijzen als designated survivor. Bij de Inuit (de eskimo’s) is de raaf de Schepper, de drager van het licht. Hij is er altijd geweest. Hij overleeft in de moeilijkste omstandigheden, in extreme kou. In Nederland is hij jarenlang weggeweest. Maar hij heeft ons gevolgd. Hij heeft gezien dat we meer weten, maar niet slimmer zijn geworden. Of wel?

Deze week publiceerden 238 Europese academici een open brief in diverse Europese kranten (niet in Nederland, wél in de Vlaamse krant De Morgen), waarin ze een oproep doen aan Europese politici om een beleid te voeren dat afhankelijkheid van de groei inperkt. Ze schrijven: ‘Dat agressieve nastreven van economische groei verdeelt onze maatschappij, creëert economische instabiliteit en ondermijnt onze democratieën.’ Ze doen alternatieve beleidsvoorstellen, zoals een beperking op grondstoffenverbruik, een meer progressief belastingstelsel en het inzetten van technologie om werktijden te reduceren en levenskwaliteit te verhogen. Post-growth heet dit. We kunnen slimmer worden.

 

 

Reageer

We kunnen wél iets doen

De Limburger, 6 september 2018

‘Tut was!,’ zei de Turkse journalist Can Dündar tijdens een bijzonder festival in Düsseldorf afgelopen weekeinde: een ‘Festival für Journalismus’. Dit mediafeest bood het gewone publiek – gratis! – drie dagen lang vijftien tenten met meer dan 150 gespreksonderwerpen: van lezingen, over bijvoorbeeld de rol van YouTube influencers en internationale trollen, tot Fake News Workshops en Reporter Slams – alles met als doel de journalistiek dichterbij te brengen. In Duitsland realiseert men zich dat zonder een gezonde, actieve journalistiek de democratie straks onderuit gaat.

Can Dündar maakte dat inzicht urgent. Hij was hoofdredacteur van de onafhankelijke, seculiere Turkse krant Cumhuriyet, maar werd vanwege zijn kritische artikelen gearresteerd en gevangengezet. In 2016 ontvluchtte hij zijn land. Sindsdien woont hij in Duitsland in ballingschap. Hij bericht nu over de ontwikkelingen in Turkije via een eigen journalistiek online platform én hij maakt zich druk om de democratie en de pers, ook hier in de westerse wereld: ‘Wie had ooit kunnen denken dat de president van de VS kwaliteitsmedia als de New York Times zou aanduiden als het grootste kwaad in zijn land?’

Dündar noemt Trump, Erdoğan, Putin, Orbán en anderen ‘de heersers van de angst’. Deze heersers, zegt hij, zijn niet de oorzaak van een wereldwijde angst, maar het resultaat ervan. De nationale staat, die burgers altijd een zeker voorspelbaar leven binnen veilige grenzen beloofd had, wankelt. In plaats daarvan kwamen onzekerheden: de verhouding tot onze werkgever, tot de bank die we ons geld toevertrouwden, tot de politieke partij die we onze stem gaven, tot de krant die we lazen, is in ijltempo veranderd, is beladen met argwaan en angst: is er voor mij en mijn kinderen straks nog toekomst, financieel en cultureel?

Omdat burgers zich niet meer beschermd voelen, gaan ze de democratische rechtsorde, die niets voor hen lijkt te kunnen doen, wantrouwen. Ze vragen zich af: wil ik democratie of wil ik zekerheid? Dündar: ‘Men realiseert zich niet dat men straks beide kwijt is.’ Dit voorjaar deed de Turkse journalist in zijn boek Tut was!, ‘pleidooi voor een actieve democratie’, een oproep aan Europese burgers om zich actief te weer te stellen tegen machteloosheid, tegen het idee dat er geen alternatieven zijn voor de gevolgen van globalisering en groeiend populisme.

En inderdaad: waarom houden we degenen die het meest profiteren van de open grenzen en de wereldwijde markt (ING!) niet ook verantwoordelijk voor de ontwrichting die het heeft veroorzaakt? We kunnen ons wél verzetten, bijvoorbeeld tegen belastingontduiking van grote bedrijven – belasting die simpelweg nodig is om de politie, de rechtspraak, het onderwijs, de gezondheidszorg te betalen, al die sectoren waar voortdurend een geldtekort is. Een begin is gemaakt, onder andere door EU-commissaris Margrethe Vestager, die Apple, Google en Amazon hoge boetes oplegde voor machtsmisbruik en ontweken belastingen.

In het verlengde daarvan: we kunnen wél iets doen als de CEO van een multinational onzin uitkraamt over het afschaffen van de dividendbelasting, een maatregel die uiteindelijk alleen maar buitenlandse overheden bevoordeelt en Nederland bijna twee miljard euro kost: journalisten kunnen onderzoeken hoe het zit. Dat deed Follow the Money. Dat hield de uitspraken van Unilever-topman Paul Polman tegen het licht. Polman beweerde onder andere dat andere landen geen dividendbelasting hebben. De feiten: de meeste landen heffen zelfs een hogere dividendbelasting (België 30 procent, Duitsland 25 procent, Frankrijk 30 procent tegen Nederland 15 procent – straks nul).

Door alle aandacht voor de omstreden afschaffing van de dividendbelasting is de publieke aandacht nu gericht op de individuele belastingafspraken van bedrijven met de fiscus. Het ministerie van Financiën start een openbare consultatieronde voor herziening van die afspraken. Tut was, laat je horen: het kan tot 20 september.

 

 

 

 

 

 

 

Reageer

Alleen werk is oplossing voor Afrikaanse migranten

De Limburger 23 augustus 2018

In Sicilië mochten deze week weer 177 migranten die gered waren door een kustwachtschip niet aan wal komen. Dit is het zoveelste schip waarover Italië stennis maakt: dat andere EU landen het maar eens opknappen. Wie zijn die migranten en waarom blijven ze hun leven wagen? Een van de grootste Afrikaanse vertreklanden is Nigeria. Daarom besloot een journalist van De Correspondent, Maite Vermeulen, zich daar een tijd te vestigen. Jonge Nigerianen staan te trappelen om de oversteek te wagen: alles is beter dan nietsdoen. Jongeren met universitaire diploma’s in economie, internationale betrekkingen en accountancy rijden rond als taxichauffeur of verdienen wat geld als metselaar. Maar niet alleen de opgeleiden willen weg, ook jongeren met nauwelijks lagere school komen deze kant op. Ze steken zich in de schulden in de verwachting het geld in Europa snel te kunnen terugverdienen. Elke euro is welkom: thuisblijvers zijn al blij als hun kinderen in een detentiekamp in Italië zitten: daar krijgen ze elke maand vijftig euro leefgeld en die sturen ze naar huis.

Vermeulen reisde af naar de stad waar het overgrote deel van de Nigeriaanse migranten in Europa vandaan komt: Benin City. Vrijwel elk gezin heeft hier zonen en dochters in Europa. Er is een heel prostitutienetwerk ontstaan rond moeders, dochters en ‘madames’, ronselaars die ervoor zorgen dat jonge meisjes de overtocht naar Italië wagen: sommigen denken dat ze kinderoppas worden, de meerderheid weet dat het om prostitutie gaat, maar ze hebben daar geen beeld bij en denken en hopen ‘dat het wel meevalt’.

Met de euro’s uit Europa worden huizen gebouwd, winkeltjes en bedrijfjes opgezet, opleidingen betaald. Er heerst diepe frustratie en wantrouwen naar de overheid: de weinige banen die er waren – bij het staatsbusbedrijf, bij de staatsbrouwerij – verdwenen. De plaatselijke gouverneur beloofde met internationaal hulpgeld fabrieken te bouwen om cassave en palmolie te verwerken en banen te creëren. Maar dergelijke beloftes zijn al zo vaak gedaan. ‘Zolang ons systeem niet werkt, komt het geld toch niet bij ons terecht,’ zegt een Nigeriaan. ‘Maar het geld van migranten komt direct bij degenen die het nodig hebben.’

Migratie is deel van de reden dat het in Afrika beter gaat. De meeste Afrikanen komen niet om te blijven – ze willen werken en geld verdienen, en in Europa is werk. Maar voor laaggeschoolden zijn er nauwelijks mogelijkheden om legaal binnen te komen. Waarom niet? In 2007 liet Spanje een aantal mensen per jaar legaal komen uit Senegal. Spanje betaalde trainingen, zodat Senegalezen zich konden kwalificeren voor werkvisa. Het werkte. Drie jaar later arriveerden er nauwelijks nog Senegalezen op de Canarische Eilanden.

De olifant in de kamer is: wat doen de regeringen in de landen van herkomst zelf? Waarom zorgen ze er niet voor dat ontwikkelingsgeld gebruikt wordt voor het creëren van bedrijvigheid? Een hoopvol land is Ethiopië, na Nigeria het Afrikaanse land met de meeste inwoners (100 miljoen). Daar is een nieuwe premier aangetreden, Abiy Ahmed. Hij is een verzoener, zoekt regionale samenwerking en heeft een visie op het land: het moet democratischer, opener, liberaler. Hij weet dat alleen stabiliteit in de regio investeerders aantrekt: de weg naar banen en groei voor jonge mensen.

Dichter bij huis gebeurt er iets bijzonders in het klein: in Eckelrade bij Maastricht zetelt Wereldtools. Het project steunt migranten heel praktisch bij hun terugkeer: met een grote kist vol materialen die ze zelf kunnen samenstellen. Sinds de start van het project zijn ruim vijfhonderd terugkeerders met een kist geholpen. Een greep uit de bedrijvigheid die ze thuis zijn begonnen: computer reparatie, internetcafé, kippenboerderij, laswerkplaats, bruidsjurkenverhuur, stroomverhuur, vertaalbureau en…een persbureau!

 

 

 

 

 

Reageer

De valkuil van leuke stukjes

De Limburger, 10 augustus 2018

Toen ik in China woonde, zette ik mijn achtjarige dochter op de internationale afdeling van een Chinese school. Geweldig: ze zou vaardig worden in twee wereldtalen. In de loop van het schooljaar bleek hoe ver de ambities van Chinese en andere Aziatische (Koreaanse, Japanse) moeders reikten. Luid protesterend stonden ze ’s middags voor de schoolpoort: hun kinderen kregen te weinig huiswerk en te weinig toetsen. Het niveau van de lessen moest hoger, hun kinderen moesten harder werken.

Na een jaar vond ik de prestatiedruk welletjes en zocht een andere school: mijn dochter was acht, geen achttien. Een paar Aziatische moeders gaven me gelijk. Maar: ik kon me die luxe permitteren, zij niet. ‘Wij zijn hier met meer dan een miljard mensen! Je moét hier ambitieus zijn!’ En: ‘Wij hebben maar één kind! Dat moét het beste uit zichzelf halen!’ Ik deed mijn dochter op een Amerikaanse internationale school, waar aan het eind van het schooljaar telkens certificaten werden uitgereikt aan leerlingen die in bepaalde vakken uitblonken. Wie stonden er elk jaar op het podium? Aziatische en westerse meisjes en Aziatische jongens. De decaan van de school stootte me aan: ‘kijk, de toekomst.’

Ik moest aan dit alles denken toen ik bij terugkeer van vakantie las dat de websites van het AD en deze krant te haastig waren geweest met een ‘lekkere’ kop boven een artikel over een marktonderzoek, uitgevoerd in opdracht van een uitzendbureau: ‘Bijna driekwart van jonge mannen wil geen vrouw als baas’. Website Nieuwscheckers, factcheckers van de opleiding Journalistiek & Nieuwe Media van de Universiteit Leiden, hield het persbericht tegen het licht. Conclusie: de kop is volstrekt onjuist en ook bij het onderzoek zelf zijn vraagtekens te plaatsen.

Gelukkig dat er tegenwoordig steeds meer feitencontroleurs actief zijn. Tendentieus nieuws is aan de orde van de dag, je hoeft het maar op te rapen. Maar doe je er als kwaliteitskrant je lezers een plezier mee? Je hoopt dat redacties er serieus lering uit trekken: onderzoeken van pr-bureaus schreeuwen om een eigen check. ‘Leuke stukjes’ zijn een valkuil voor de journalistiek: ze gaan met je op de loop.

Want wat doe je eigenlijk als je zo’n fout persbericht overneemt? Dan ben je als nieuwsmedium bezig angsten bloot te leggen die er helemaal niet zijn. In het artikel noemde de directeur van het uitzendbureau de uitkomsten ‘verrassend’. Hij zei: ‘Dat de jonge generatie er zo over denkt, was iets dat ik niet had verwacht.’ Maar dat blijkt dus flauwekul. Niet alleen de kop is kwalijk, het persbericht zelf hangt aan een aanname die niet klopt. De meeste mannen maakt het namelijk niet uit wie hun baas is, zo blijkt.

Je vraagt je af of er bij zo’n pr-bureau zelf een latente angst leeft voor de opkomst van vrouwen als baas? Het is inmiddels duidelijk dat het aantal goed opgeleide vrouwen en niet-westerse mannen dat dingt naar banen in een geglobaliseerde wereld enorm is toegenomen in de laatste twintig jaar. De westerse man stond altijd vanzelfsprekend aan de top van de pikorde. No more. Dat is even wennen.

Ik vrees dat de valkuil van het ‘leuke stukje’ dat met jezelf op de loop gaat, plus een vleug sluimerende angst voor een zwangere vakvrouw, de oorzaak was van het stukje van Ruud Maas waarover deze week ophef ontstond. Maas vond in deze krant de zwangere Jinek ‘niet meer representatief’, ze zat ze erbij ‘alsof ze op camping De Zwetende Otter zat’. Tja, ik kan me er iets bij voorstellen: als vrouwen ook hoogzwanger goed presteren, wat blijft er dan over van de doorsnee man?

 

 

 

 

 

Reageer

Wie verlicht de angsten?

De Limburger, 27 juli 2018

Precies een week nadat minister Blok zijn ‘prikkelende’ speech afstak, gaf Obama een lezing in Johannesburg, ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Nelson Mandela. Ja, onvergelijkbare grootheden – maar intussen is de halve wereld over Bloks woorden gevallen: van Suriname via het Oostblok tot Singapore en Australië. De Volkskrant sprak van een ‘proefballon’ van Blok: mogelijk wilde de VVD kijken hoe zijn woorden zouden vallen. Als de ontvangst negatief was, kon Blok altijd nog snel excuses maken. De gedachte erachter: de samenleving schuift naar rechts op, dus de VVD moet meeschuiven. De tactiek: inspelen op gevoelens van angst. ‘Diep in onze genen zit dat we een overzichtelijke groep willen hebben…’ (Blok).

Dan Obama. Hij schetst hoe grote groepen mensen hun oor laten hangen naar populistische partijen, bewegingen en leiders, omdat ze zich niet langer vertegenwoordigd voelen. Ze worstelen met het behoud van een baan en een betaalbare woning, hun vertrouwde omgeving is veranderd, hun sociale verbanden zijn verkruimeld. Partijen azen op hun stem, als haaien op een gewonde, gebruikmakend van een politiek van angst en rancune. Die partijen groeien. Moet je daarom zeggen: de idealen van Mandela waren naïef en misleidend? Of blijf je geloven in een multiraciale democratie, in internationale samenwerking? Bied je hoop, vooruitzichten, of bevestig je de wanhoop en blaas je de angsten aan? Het is de verantwoordelijkheid van regeringen en elites om de angsten van mensen te verlichten. Aldus Obama.

Wie neemt die verantwoordelijkheid? Dat is een van de belangrijke vragen in het indringende relaas van de Franse filosoof Didier Eribon, die in zijn boek Terug naar Reims vertelt over het arbeidersmilieu dat hij als student beschaamd de rug had toegekeerd. Eribon was de eerste in zijn familie die naar het voortgezet onderwijs ging. Stoppen met school na lager onderwijs was normaal. ‘Doorleren’ was voor anderen, kinderen die dat ‘leuk’ vonden. Arbeiderskinderen ‘hielden niet van leren’ en gingen veel liever werken.

In het gezin Eribon weerspiegelt zich het drama van de gemarginaliseerde Europese burger. Vader en moeder Eribon werkten beide in een fabriek en voelden een zekere trots tot de arbeidersklasse te behoren, tot een georganiseerde groep, een klasse met mondige woordvoerders. Ze waren lid van de Communistische Partij. Communistisch zijn, schrijft Eribon, was puur pragmatisch gericht op protest tegen de zware werkomstandigheden, en had niets te maken met een verlangen naar een communistisch regime. ‘De Partij’ bood saamhorigheid, een levensvervulling. Thuis, vertelt Eribon, bestond de wereld uit twee kampen: degenen die voor de arbeider waren, ‘ons’, en degenen die tegen de arbeider waren, ‘hen’.

Wie vervult nu de rol die ‘de Partij’ toen innam?, vraagt Eribon zich af. ‘Op wie kunnen ze zich beroepen, op wie kunnen ze bouwen om hun politieke voortbestaan en culturele identiteit te garanderen?’ Thuis, schrijft Eribon verder, was er een primaire afkeer van rechts en extreem-rechts. Tegelijkertijd heerste er een diepgeworteld racisme in communistische arbeiderskringen. Sterker, wat er dagelijks thuis werd besproken stond niet zo ver af van het huidige extreemrechtse gedachtegoed: immigranten terugsturen, sociale uitkeringen beperken tot autochtone Fransen, de doodstraf weer instellen etc. Toen de buurt waarin zijn ouders woonden eind jaren zeventig in meerderheid Noord-Afrikaans was geworden, voelden ze zich verweesd en onveilig. ‘Frans zijn’ werd het centrale element en verving eigenschappen als ‘arbeider zijn’ of ‘links zijn’ – Eribons ouders werden Front National-stemmers.

Eribon werpt een belangrijke vraag op: als je wilt onderzoeken waarom de volksklassen rechts stemmen, moet je je eerst afvragen of de aanname wel klopt dat ze van nature allemaal links stemden. Als het gaat om het verlichten van hun angsten hebben rechtse partijen als de VVD dus een even grote verantwoordelijkheid als linkse.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reageer

Wie veegt, ordent zijn gedachten

De Limburger, 13 juli 2018

De vakantietijd is aangebroken. In krantenland vaak het moment van correspondentenwissels en komkommerverhalen. Mooi: verhalen van afzwaaiende correspondenten. Nog een fraaie, wat weemoedige terugblik. Nog een lang, laatste verhaal. Vaak een verhaal dat niet in de actualiteit paste en waarvoor nu – de komkommertijd breekt aan (een bizar fenomeen: alsof de wereld stil zou staan) – eindelijk ruimte is. In NRC nam Guus Valk als Amerika-correspondent afscheid met een reisverhaal naar plekken in Arizona, waar Amerikanen zich hebben teruggetrokken uit de samenleving en hun eigen utopia creëren.

Valk koos niet voor niks Arizona, het uitgestrekte woestijngebied waar vrijwel geen overheidsbemoeienis is. Hij ging er op zoek naar mensen die nog een Amerikaanse droom koesteren – hij was ze nauwelijks tegengekomen in zijn jaren als correspondent. ‘Vrijwel alle Amerikanen die ik de afgelopen zeven jaar als correspondent sprak, zijn ontevreden over hun land, en over hun eigen leven.’ Dus op naar Arizona, een staat vol soevereine eenlingen die zich, zoals Valk mooi schrijft, ‘vestigden in een camper of afgelegen hutje, off the grid, meestal zonder elektriciteit en stromend water’.

Hij komt terecht in Arcosanti, waar zo’n honderd mensen wonen in futuristische appartementen, ooit bedacht door een Italiaanse architect en migrant met utopische idealen. Iedereen in Arcosanti heeft werk, van wc’s poetsen tot koken en toeristen rondleiden, en verdient tien euro per uur. Er wonen studenten die hun studie niet meer kunnen betalen en Amerikanen die het politieke klimaat zat zijn, zoals een oud-hoogleraar architectuur uit Boston die zijn land wilde ontvluchten.

Valk landt ook in het plaatsje Snowflake, het utopia voor mensen die zeggen dat ze ziek zijn geworden van het Amerikaanse leven: door straling van telefoons, internet, bestrijdingsmiddelen, kleren, elektriciteit. Onder hun ziekte liggen privéproblemen: schulden, ontslag. Ze hebben een diep wantrouwen tegen de overheid en de mainstream media, lopen bewapend rond, geloven in complottheorieën. Valk tekent op: ‘In Snowflake leeft John Russin met enkele tientallen lotgenoten. Een buurman is allergisch voor computers, wifi en inkt. E-mails laat hij printen en 24 uur drogen. Hij schrijft alleen handgeschreven brieven terug.’

Prachtig, zo’n verhaal. Het vertelt veel over Amerika en laat zien dat ‘kleine’ verhalen belangrijk zijn: de problemen van een land teruggebracht tot de menselijke maat. Het radioprogramma Bureau Buitenland van de VPRO heeft een rubriek waarin een correspondent een geluid laat horen dat veelzeggend is voor het land. De verslaggever in Zuid-Korea liet de klanken van brekend porselein horen: als onderdeel van een therapie mogen gestreste cliënten drie minuten lang bordjes kapot smijten. De Koreaanse prestatiesamenleving teruggebracht tot een geluid.

Welk geluid zou ik vanuit Maastricht laten horen?, vroeg ik me af. Ik denk het gejengel van de blad- en vuilblazers in de vroege ochtend in het centrum van de stad. Gasten die aan het Vrijthof logeren, worden in alle vroegte uit hun slaap gerukt door het borende gejemerieer van blazers die in oneindige verveling papier, bladeren en plastic lopen weg te tetteren. Met hun bolle koptelefoons en vooruitgestoken blaasattribuut zijn het net grote muggen, aanwezig om de mens gek te maken. Sjiek en sjoen in een geluid vervat.

De gemeente stuurt nu accublazers in plaats van benzineblazers. Maar waarom kan er niet gewoon geveegd worden? Een komkommerverhaaltje: ik heb in een land gewoond waar ik elke ochtend gewekt werd door het zanderige, ritmische geschuif van de strobezem. Als ik in Johannesburg dat geluid hoorde, wist ik dat de dag goed begonnen was – degene die de bezem hanteerde, leefde nog. En dat was al heel wat in een land getergd door alledaags geweld. Het is een hoopvol geluid. Wie veegt, ordent zijn gedachten en is klaar om de dag te omarmen.

 

 

 

 

 

 

Reageer

De media zijn wij zelf

De Limburger, 28 juni 2018

‘Je kunt ons niet verantwoordelijk houden voor dingen die we creatief in ons hoofd bedenken,’ zei Denk-fractievoorzitter Farid Azarkan ter verdediging van hun nepadvertentie. Denk had die vorig jaar willen plaatsen als onderdeel van hun campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen. Azarkan zelf was toen campagneleider. De nepreclame bestond uit de leus ‘Na maart gaan we Nederland zuiveren’, met een beeld van Geert Wilders en het logo van de PVV. De advertentie werd getest op een aantal buitenlandse websites, maar niet doorgezet. Het was een proefballonnetje, een Denk-exercitie.

Wel een exercitie die in een paar landen, waaronder Duitsland, intussen een paar duizend keer bekeken was op Facebook. Bij Jinek werd de Denk-voorman daarover onder vuur genomen. Ze hadden willen laten zien, zei Azarkan, dat Wilders ‘steeds verder gaat’, maar uiteindelijk vonden ze de advertentie ‘te ver’ gaan. Ze hadden er vanaf gezien, dus wat was eigenlijk nog het probleem?

Verbijsterend, dat het bekokstoven van nepnieuws an sich blijkbaar geen probleem was. Dat het campagneteam met z’n allen informatie zat te vervalsen, was ondergeschikt aan de politieke afweging dat de advertentie inhoudelijk over het randje was.

Hoe wapenen we ons tegen nepnieuws? In café Zu Hause in Aken organiseerde het Duitse platform voor onderzoeksjournalistiek Correctiv onlangs een avond over dit onderwerp. Voor Correctiv werken twintig journalisten, onder wie drie ‘correctoren’ oftewel factcheckers. Een van die drie, Cristina Helberg, gaf een paar staaltjes nepnieuws die de meesten van ons nooit zullen bereiken, omdat we niet tot de doelgroep behoren.

Zo was er in de aanloop naar de Duitse verkiezingen vorig jaar een bericht over de leider van de SPD, Martin Schulz: ‘Onder het tapijt geveegd: Vader van SPD-kandidaat Martin Schulz liquideerde mensen in concentratiekamp Mauthausen.’ Het nepbericht van onduidelijke herkomst was volgens Helberg gericht gestuurd naar arbeiders in Noord-Rijn Westfalen, bedoeld om de SPD in een kwaad daglicht te zetten en wantrouwen in de democratie te voeden. Helberg vond het bericht op Facebook doordat ze wist binnen te komen in een ‘Zielgruppe’.

Naast zulke rauwe, gefabriceerde berichten zijn er een hoop andere manieren van beïnvloeding die niet zo makkelijk te herkennen zijn, zoals gegoochel met cijfers en vertaalde berichten van media uit het buitenland die, als je de taal niet beheerst, lastig te verifiëren zijn in de oorspronkelijke bron. Transparantie in de journalistiek is meer dan ooit nodig, benadrukte Helberg. Accurate journalistiek kost heel veel tijd. ‘Checken, checken, checken.’

Veel lastiger zijn de valse berichten, gebaseerd op geruchten. Helberg noemde een vals Facebook-bericht dat in Duitsland duizenden keren werd gedeeld: ‘Vanwege ramadan lustrumviering van school verplaatst’. Helberg probeerde de betreffende school te bereiken, maar de schoolleider was zo overspoeld door telefoontjes en berichtjes dat hij de telefoon niet meer opnam. En wat te doen met de talloze tendentieuze, gefotoshopte of uit de context gerukte filmpjes en foto’s die mensen met elkaar delen?

Dergelijke tendentieuze berichten creëren een klimaat, waar we allemaal verantwoordelijkheid voor dragen. Zijn we ons daar voldoende bewust van? Zijn we mediawijs genoeg? Snappen we dat het geld kost om iets uit te zoeken, om cijfers en feiten helder te krijgen? Als factchecker, zei Helberg tot slot in Aken, gunt ze iedereen het boek The Influencing Machine van de Amerikaanse radiomaker Brooke Gladstone.

In dit stripboek verwerpt Gladstone het idee van ‘de media’ als een soort externe kracht die ons manipuleert. Nee, de media zijn een spiegel die onze maatschappelijke en morele overtuigingen reflecteert. We krijgen de media die we verdienen. Als politici nepnieuws gaan maken, hopen we dat er journalisten zijn die dat boven tafel krijgen. En als niemand meer voor journalistiek wil betalen, zegeviert de leugen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reageer

De rommel van rechts

De Limburger, 14 juni 2018

Groot buitenlands nieuws vorige week. Van Le Figaro en The Washington Post tot de Indian Express: Rutte stal de show door zelf de koffie op te dweilen die hij had geknoeid. De Nederlandse gelijkheid! Maar hier kwam Rutte die dag met heel ander geknoei in het nieuws: de dividendbelasting. Alweer.

Onderzoeksplatform Follow the Money toonde aan dat door Shell gefinancierd onderzoek aan de basis stond van de afschaffing van de dividendbelasting. Het vreemde is: de VVD heeft nooit met een wetenschappelijk stuk gezwaaid om de afschaffing te beargumenteren. Dijkhoff sprak van ‘een gok’, Rutte zelf ‘voelde in al zijn vezels’ dat het een goed plan was. Dat gebrek aan onderbouwing was voor de oppositie nou net de grote frustratie. Nu weten we dat die onderbouwing er dus wél was. Alleen: die werd door Shell betaald; Shell was samen met VNO-NCW, Unilever, Akzo Nobel, Philips en DSM opdrachtgever. Geen wonder dat Rutte liever zei dat-ie op z’n onderbuikgevoel afging.

‘Dit gaat over de democratie,’ reageerde Groen-Links voorman Jesse Klaver terecht. ‘Wie is de baas in Nederland?,’ vroeg hij zich af. Goeie vraag. Steeds minder de Nederlandse burgers. Lobbyisme van multinationals is zo invloedrijk geworden dat belastinginkomsten uit winst van deze grootbedrijven al dertig jaar teruglopen, een wereldwijde trend. Het is een race naar de bodem en Nederland loopt daarin voorop. De prijs wordt betaald door het midden- en kleinbedrijf: stijgende sociale premies, verhoging van de btw. En door ons allemaal: de koopkracht gaat vrijwel niet vooruit en elk jaar gaat er minder geld naar de schatkist, elk jaar dus minder geld voor publieke voorzieningen, voor onderwijs, politie, rechtspraak.

Die dividendbelasting ligt inmiddels als een steen op de maag van Rutte en zijn coalitie. Coalitiegenoot Gert-Jan Seegers van de Christen-Unie sprak op de radio van een ‘meloen’ die hij moest doorslikken, omdat een coalitie nu eenmaal offers vraagt. Die meloen ligt hem zwaar op de maag. Seegers heeft daarom de strijd met het neoliberalisme aangebonden; hij waarschuwde verleden week dat we ‘dansen op een vulkaan’: banen zijn onzeker, huizen zijn onzeker, inkomens zijn onzeker. Hij wil een rechtvaardiger belastingstelsel en meer zeggenschap voor burgers. ‘Wat we nodig hebben is nieuwe zekerheid.’

Een dappere zet van Seegers. ‘Nieuwe zekerheid’ zou in de komende jaren weleens een sleutelterm kunnen worden. Links wordt verweten geen nieuwe ideeën te hebben voor het tackelen van de groeiende sociale ongelijkheid die leidt tot afnemende solidariteit, polarisering en wantrouwen in de politiek – gevolgen die desastreus zijn voor de democratie. Maar welke ideeën heeft rechts? De partij voor de hardwerkende ondernemer heeft een oneerlijke concurrentie gecreëerd tussen grote en kleinere bedrijven. Wat gaat ze daaraan doen? Wat een valse triomf om, zoals VVD-kopman Dijkhoff deed, zelfingenomen te roepen dat ‘we gewonnen hebben’. De problemen zijn niet rechts of links. Ze gaan iedereen aan. Kom eens met frisse ideeën, zou ik zeggen.

De Correspondent kwam laatst met een idee: ‘de basiszekerheid’, als opvolger van het basisinkomen, waar teveel haken en ogen aan zitten. De basiszekerheid komt neer op een negatieve inkomstenbelasting. Mensen die onder de armoedegrens zakken – de helft van de armen in Nederland heeft gewoon een baan – hoeven geen belasting te betalen en krijgen zonodig geld erbij. Zo blijft werken lonen en wordt bestaanszekerheid gegarandeerd.

Trouwens, dat een dweilende Rutte internationaal in het nieuws kwam, komt niet door zijn streven naar gelijkheid, maar omdat hij internationaal in the picture is. In Europese kringen wordt hij gezien als de topkandidaat om Donald Tusk op te volgen als voorzitter van de Europese Raad. De rommel die hij achterlaat, mogen wij hier dan zelf opruimen.

 

 

 

 

Reageer

Burgemeester Van Grunsven in het Maankwartier

De Limburger, 31 mei 2018

Wat zou burgemeester Van Grunsven van het Maankwartier gevonden hebben?, vroeg ik me af toen ik vorige week over het Maanplein wandelde. Het Maankwartier is de nieuwe stationswijk van Heerlen, waaraan sinds 2012 gewerkt wordt. Idee en ontwerp zijn van kunstenaar Michel Huisman, de regerende SP zette er haar handtekening onder en sindsdien verkeren Heerlenaren tussen hoop en vrees: gewaagd bouwkundig kunstwerk of megalomaan waanzinkwartier? Grandioos visitekaartje van het hernieuwde Heerlen of suïcidaal vastgoedproject?

Marcel van Grunsven was vijfendertig jaar lang burgemeester van Heerlen, van 1929 tot 1962. Al in de jaren direct na de oorlog wilde hij een nieuw station voor Heerlen. Het oude station uit 1913 paste totaal niet meer bij de moderne hoofdstad van de Mijnstreek, vond hij. Van Grunsven was een man met een missie, wat heet, hij was geobsedeerd door het beeld van Heerlen als stad van de toekomst, zo blijkt uit het prachtige boek Moderne Tijden van Joos Philippens.

Al vroeg wist Van Grunsven: een jonge industriële stad als Heerlen, met zoveel mensen uit verschillende windhoeken, kon niet anders dan de vlucht naar voren nemen. De eyeopener kwam toen hij in Stuttgart de Weissenhofsiedlung bezocht, een modelwijk ontworpen door zeventien Europese architecten onder artistieke leiding van Mies van der Rohe, pioneer van het Nieuwe Bouwen. Daar in Stuttgart zag hij de toekomst van het moderne, stedelijke wonen voor de gewone man: licht, modern, nieuw.

De burgemeester wist wat hem te doen stond: de anti-stad Heerlen, met zijn verstrooide, donkere mijnkoloniën op afstand van de stad, moest tot een licht en strak geheel gesmeed worden. Een stad met lijnen en ruimte, Amerikaans, met grootsteedse hoog- en laagbouw en een winkelcentrum aan de rand, waar de arbeider in de toekomst zijn eigen auto kon parkeren. Hij ging hoofdaalmoezenier Poels, de invloedrijke geestelijk vader der mijnwerkers die zijn kinderen graag kleinhield, schaakmat zetten. Hij ging de Heerlense mens optillen en verlichten.

Hé, daar komt-ie! Van Grunsven arriveert aan de noordkant van het Maankwartier en is verheugd: een monumentale toegang met strakke trappen. Op het Maanplein: hoge ramen, ruime balkons. Dat het spoor overwonnen kan worden en een bebouwde plaat de zuidkant van de stad straks verbindt met het stadsdeel aan de overkant ervaart hij als een huzarenstuk. Hij denkt terug aan het Retraitehuis op de Molenberg: onmogelijk, hadden de ingenieurs van Oranje-Nassau gezegd, er liggen mijngangen onder, het gebouw zal instorten. Maar architect Peutz had er iets op bedacht: een staalskelet, losse dragende kolommen en bewegende buitenmuren.

Van Grunsven is nieuwsgierig geworden naar dat stadsdeel aan de overkant. Hij loopt de trap af en is verrast: niet alleen Europeanen komen nu naar Heerlen, maar ook mensen uit Afrika en Azië. Hij ziet ze staan bij de bushaltes op de Spoorsingel. De Spoorsingel! Als door de bliksem getroffen blijft hij staan: het legendarische, strakwitte gebouw van Touringcar en Hotel White Cars is zwart geschilderd. Zwart! Hij spreekt er meteen, nogal autoritair, een man over aan bij de bushalte. Deze mompelt het woord ‘urban’. Urban! Maar dat is het woord waar hij voor gevochten had: urbane architectuur! Hoe kon zwart urbaan zijn?

Verward loopt hij naar een winkel, de Jumbo, waar hij De Limburger koopt. De Oostelijke Mijnstreek, leest hij, kleurt donkerrood op een kaart van problematische schulden: armoede, achterstand, psychische problemen, stress. Wat is er gebeurd? Had hij niet al in 1929 gezegd dat Heerlen op een tijdbom zat? Hij was op zoek gegaan naar nieuwe industrieën, maar de directie van Oranje-Nassau had hem tegengewerkt. Hij wandelt het Maankwartier uit. Om de hoek staat een bord: Brightlands Smart Services Campus. Zou dat de toekomst van Heerlen zijn?

 

 

 

Reageer

Dag rijke roomse kerk

De Limburger, 17 mei 2018

Dat nou net de hoogste rooms-katholieke leider uit Néderland roept dat paus Franciscus een dwaallicht is, ja dat met hem de antichrist lijkt binnengehaald. Is het tot kardinaal Eijk doorgedrongen dat in dit land bijna geen mens meer naar de kerk gaat? Volgens cijfers uit 2016 van de rk-kerk zelf staan er 3.832.000 mensen ingeschreven als katholiek. Daarvan gaan circa 170.000 mensen één keer per maand naar de kerk. Er waren 21.000 katholieke kerkelijke uitvaarten en 12.000 doopsels. Tel uit je winst. Ga op zondag naar een willekeurige kerk en je ziet een handvol ouderen boven de zeventig en een paar mensen van kleur, voor wie katholiek-zijn nog een religieuze betekenis heeft. Het overgrote deel van de rooms-katholieken is cultureel-katholiek: naar de kerk met kerst en Pasen en soms voor een kind dat gedoopt wordt of de eerste communie doet.

De NOS had een item over het dalend aantal communicantjes in Zuid-Limburg. Als je geluk hebt, doet de helft van een schoolklas mee, zei een pastoraal werker. Een vader van een communicantje sprak van ‘een mooie traditie’. Kwam hij volgende zondag weer naar de mis? Hij schudde schuldbewust zijn hoofd. De pastoor kwam uit India: niet alleen gelovigen komen niet meer, ook het grondpersoneel, zoals schrijver Gerard Reve de dienaars van de kerk noemde, is in Nederland steeds moeilijker te vinden.

De bisdommen in Nederland zitten dan ook al jaren in de rode cijfers. Er wordt ingeteerd op het vermogen, toch nog een slordige 85 miljoen. Dus wordt er gereorganiseerd, bezuinigd en gefuseerd. Een groot deel van de kerken moet dicht. De vraag is dus: welk publiek heeft Eijk in gedachten als hij paus Franciscus verwijt dat hij de toekomst van de kerk op het spel zet door menselijkheid toe te laten? Niet de Nederlandse katholieken in elk geval. Die worden nu, na alle misbruikschandalen, over het randje geduwd: de katholieke kerk is er voor de kerk, niet voor de gelovigen.

Die kerk is de rijkste multinational ter wereld. Kardinaal Eijk koos ervoor zijn felle aanval op Franciscus op een Amerikaanse en een Italiaanse katholieke website te publiceren. De VS is de grootste geldschieter van de katholieke kerk; de Amerikaanse katholieke kerk is goed voor 60 procent van haar wereldwijde rijkdom. Dan het Vaticaan. Dat heeft in de loop der tijden een miljardenvermogen opgebouwd uit vastgoed, aandelen, grondverkoop en pacht, huur, donaties, spaargeld en goud, en uit investeringen in alle mogelijke bedrijven en fondsen. Een speciaal, ondoorzichtig, vastgoedfonds binnen het Vaticaan beheert 680 miljoen euro aan vermogen, bleek in 2013, toen er ook aanwijzingen waren voor witwassen.

Dat vermogen moet binnen de familie blijven. Eijk spreekt fanatiek over ‘het bewaren van de eenheid van de katholieke kerk’. Geen wonder dat hij bang is voor het hellende vlak. Stel je voor: het begint bij de communie voor protestanten en het eindigt bij vrouwelijke priesters en priesters die willen trouwen! Daar komen dan kinderen van, en oei, kinderen zijn erfgenamen: daar gaat je vergaarde kapitaal.

Het treurige is dat de helft van alle Nederlanders aangeeft wel ‘religieus’ te zijn. Hun religieuze ervaringen halen ze uit popconcerten, meditatie, kunst of natuur. Terwijl het rooms-katholieke geloof, met een verering voor vrouwen als Maria en Maria Magdalena en menselijke heiligen als Franciscus van Assisi, spiritueel en esthetisch aantrekkelijk is. Zelf was ik op mijn veertiende vol van Franciscus, zoon van een rijke lakenkoopman. Onthutst door de uitgestoten melaatsen die hij op een dag had gezien, smeet hij de dure rollen stof uit het raam van zijn ouderlijk huis. Ik loop nog geregeld een katholieke kerk binnen, maar zodra een grondbediende begint te praten, ren ik naar buiten.

 

 

 

 

 

Reageer

« Vorige pagina« Vorige items « Vorige pagina · Volgende pagina » Volgende items »Volgende pagina »