Lang leve de eén-hond-politiek

[De Pers, 5 september 2011]

‘Uw hond is gevaarlijk. Die mag u niet meer hebben in Shanghai.’ De politiefunctionaris wijst naar een papier dat op het loket is geplakt. Het is in het Chinees, maar hier en daar staat er iets tussen haakjes in het Engels: Rottweiler, Dobberman, German Shephard. Dat moeten de gevaarlijke honden zijn, die volgens de nieuwe regels verboden zijn.

Ik schiet in de lach: onze lieve Xiaohei (Zwartje), een asbakkenras gered van de straat, gevaarlijk?  De functionaris buigt zich met een collega nog eens over de foto op de computer. Daarop is ze zó zwart, dat je haar bijna niet kan zien. En ze heeft de puntige oren van een Duitse herder.

‘Het is een hond van hier,’ zeg ik in mijn beste Chinees. ‘Van China, van de straat.’

In Shanghai is sinds kort de één-hond-politiek ingegaan: één huishouden één hond. De registratie wordt goedkoper en de boete voor illegale honden hoger. Het nieuwe beleid moet hondenbezitters ertoe aanzetten hun hond elk jaar te laten registeren. Veel honden in Shanghai zijn niet geregistreerd, want dat kost geld, in het centrum zelfs tweehonderd euro per jaar. De meeste Chinese hondenbezitters laten het dus wel uit hun hoofd. De hond zelf is al duur zat (de nieuwe Chinees koopt een rashond) en er is toch niemand die het controleert.

Trouwens, wat moet een hond buiten? Een hond moeten binnenblijven en mooi zijn. De ayi (hulp) laat hem wel uit. En in het weekend gaat-ie fijn naar de hondenkapper. Wij zijn juist blij dat we onze straathond kunnen laten registreren. Vorig jaar kreeg ze een chip geïnjecteerd waarop haar gegevens staan. Mocht ze kwijtraken, dan is de kans dat we haar terugzien groter. Toch wel prettig, de wetenschap dat ze niet als feestdis op tafel van een Chinese familie verschijnt.

[terug naar beginpagina]
[terug naar overzicht columns China]