Winnaars en verliezers

[De Pers 28 december 2010]

Mijn buurvrouw Nazli, een Canadese van Iraanse komaf, werkt op de Amerikaanse school en tutort een elfjarige jongen met een tic – voortdurend schudt hij even met z’n hoofd. Hij is een Chinese Amerikaan met een moeder die zijn week volledig heeft dichtgetimmerd met bijlessen Engels, wiskunde en Chinees, zwemtraining en pianoles. Het enige moment waarop hij kan uitblazen is tijdens de busrit van school naar huis, dertig minuten.

Gisteren, vertelt Nazli, heeft ze de moeder eens even flink de waarheid gezegd, want ze kon het niet langer aanzien. ‘Mevrouw,’ had Nazli gezegd, ‘u legt teveel op de schouders van uw zoon. Kijk eens naar hem, hij heeft een tic van de zenuwen.’

De moeder, een kordate vrouw van begin veertig, was perplex dat zij het in haar hoofd haalde ongevraagd commentaar te leveren. ‘Wij Aziaten zijn gewend om hard te werken,’ brieste ze. ‘Jullie westerlingen begrijpen dat niet.’

‘Maar denkt u dan niet aan de gezondheid van uw zoon? Het is nog een kind.’

‘U kúnt dat gewoon niet begrijpen. Wij Aziaten zijn met zovelen, wij moeten zorgen dat we eruit springen, dat we winnen.’

‘Weet u,’ had Nazli haar toegevoegd, ‘hoe hoog de zelfmoordcijfers onder scholieren in China zijn? Op een dag knapt er iets in uw zoon.’

Nazli zucht. Ze is blij dat ze het gezegd heeft, al zal het niet helpen. De Amerikaanse school bestaat voor meer dan de helft uit Aziatische Amerikaanse paspoorthouders, voornamelijk Chinezen en Koreanen. De ouders willen dat hun kinderen hoog scoren, in Amerika gaan studeren en vervolgens met hun prestigieuze papieren huiswaarts keren, terug naar Azië.

‘De twee campussen van de Amerikaanse school in Shanghai raken verdeeld in een Aziatische en een westerse,’ zegt Nazli, en ze voegt er droog aan toe:‘Een voor de winnaars en een voor de losers.’

[terug naar beginpagina]
[terug naar overzicht columns China]