Een ander China

[De Pers, 28 januari 2009]

Nieuwjaarsdag in Shanghai: de kruitdampen van het uitbundige vuurwerk zijn opgetrokken, het taaie Jaar van de Os is begonnen. Bijna iedereen heeft vrij, buiten is het koud en grijzig, bij ons thuis heerst een grieperig gevoel. Geen betere dag om naar ‘China’ te kijken, de historische documentaire van Michelangelo Antonioni.

De Italiaanse cineast liet zich in 1978 uitnodigen door de Chinese regering om het land te filmen. Het resultaat is een meer dan drie uur durende documentaire die door de RAI, de Italiaanse staatsomroep, werd uitgebracht. Het oude meesterwerk ligt nu in de bakken van China’s dvd-winkels, tussen Hongkongse karatefilms en pulp uit Hollywoord, voor de vriendenprijs van vijf renminbi, 60 eurocent.

‘China’ is een weldadig trage film, met lang uitgesponnen registraties van momenten uit het dagelijks leven. Sportoefeningen op school, een middagje sight seeing op het Plein van de Hemelse Vrede, een avondje naar het theater, met variete-acts van jongleurs en Sterke Mannen: het lijkt één grote knusse familie, het China van 31 jaar geleden.

Je knippert even met je ogen – 1978, was dat niet vlak na de Culturele Revolutie, die verhullende naam voor een van de wreedste periodes in de geschiedenis van het het moderne China? Klopt. Tien jaar lang, van 1966 tot 1976, was de Chinese bevolking geteisterd door een door Mao ontketende campagne tegen andersdenkenden. Onder het mom van een heroische strijd tegen verderfelijke ‘bourgeois’-gewoonten werden miljoenen geterroriseerd door rode gardisten, de schooljeugd die op instructie van Mao de vrije hand had om elk huis binnen te vallen, kunstwerken en antiek kapot te slaan, boeken te verbranden en doodsbange burgers te mishandelen en te dwingen tot ‘bekentenissen’.

Vele tienduizenden mensen overleefden deze donkere periode niet: ze werden doodgeslagen of pleegden zelfmoord, omdat ze de vernederingen niet langer konden dragen. Geen woord hierover, in Antonioni’s China. De Culturele Revolutie wordt in een bijzin in het commentaar genoemd, en dan gaan de toneelstukjes met beelden van gelukkige, arbeidszame Chinezen weer braaf verder.

Hoe langer je ernaar kijkt, hoe meer je beseft dat de Italiaan zich grandioos heeft laten inpakken door zijn Chinese gastheren. En waarschijnlijk vond hij dat nog wel prima ook. Antonioni kan last hebben gehad van dezelfde aandoening als de Nederlandse cineast Jorens Ivens en tal van andere linkse intellectuelen in Europa destijds. Ze zagen China ten tijde van Mao als een groot sociaal experiment, een alternatief voor het meedogenloze kapitalisme – en in hun bewondering vergaten ze even hun anders zo kritische blik.

[terug naar beginpagina]
[terug naar overzicht columns China]