Nooit niets doen

[De Pers, 15 januari 2009]

We waren twee weken in Australië, even weg van de dreun van Shanghai. Even niets doen. Dat gaat moeilijk in een stad die nooit slaapt en die zich opmaakt voor het kabaal van Chinees Nieuwjaar: het jaar van de Os staat voor de deur. De Os komt op een goed moment, het sterrenbeeld verbeeldt volharding, doorzettingsvermogen. De Os werkt hard, is geduldig en verdraagt tegenslagen zonder morren. Hij zou het Chinese volk kunnen symboliseren. Mensen boven de vijfendertig halen onwillekeurig de broekriem aan, in voorbereiding op minder Chinese groei; de schrale, moeizame jaren liggen nog vers in het geheugen.

Zo niet bij stedelijke twintigers. Zij wonen bij hun ouders en het geld dat ze verdienen geven ze meteen uit aan nieuwe mobieltjes, laptops, kleren en etentjes met vrienden. Nu worden ze zachtjes uit hun paradijselijke sluimer gepord: op internetfora sporen jongeren elkaar aan zuiniger te worden. Een jonge kantoorwerker uit Peking, Wang Hao genaamd, lanceerde op zijn blog een campagne om de wekelijkse uitgaven te beperken tot honderd renminbi (tien euro). ‘Sinds ik afstudeerde, kocht ik elke zes maanden een nieuwe mobiele telefoon,’ bekende Wang. Nu realiseert hij zich dat hij zijn baan kan verliezen. Hij heeft besloten te gaan sparen. Hij neemt niet meer de bus naar zijn werk, maar fietst twintig minuten. Tijdens de lunchpauze eet hij in plaats van pizza in een fastfoodrestaurant gestoomde dumplings bij een straatstalletje. En niet meer shoppen op zondag.

In Australië zaten we soms een uur op ons eten te wachten, terwijl het restaurant half leeg was. De serveerster wees op een tafel van acht personen en zei: ‘Sorry, het is vanavond nogal druk, het gaat even duren.’ Ondenkbaar, zo’n situatie in Shanghai. Meer gasten dan verwacht? Dan wordt het tempo opgevoerd. En de manager pleegt een telefoontje naar een familielid; in een mum van tijd heeft de zaak er een half dozijn personeel bij.

Alles draait door in Shanghai. Honderdduizenden mensen maken elke dag overuren. Meer uren, meer geld, meer winkels die laat openblijven. Nu lijkt er een lichte vertraging op komst. ‘Misschien is het goed,’ zegt Ming peinzend. Ming werkt voor een Engelstalige krant in Shanghai en schrijft veel over lifestyle. ‘Onze werkdrift gaat soms te ver,’ zegt ze. ‘Een paar maanden geleden was ik in Spanje. Daar doen ze op zondag niets. Er is tijd om na te denken, tijd voor contemplatie. Dat missen wij in China. Wij gaan altijd maar door. We doen nooit eens niets.’

[terug naar beginpagina]
[terug naar overzicht columns China]