Dertig jaar geleden

[De Pers, 17 december 2008]

De wasserette is gewoon een stukje straat. Je zet de auto langs de stoep en daar komt al iemand aanlopen met de hogedrukspuit – ze herkennen de auto. De ene man spuit de wagen af, een ander begint al met inzepen. Even afspoelen, en dan komen twee vrouwen, gerafelde handdoek in de hand, alles drooglappen. Ze halen de vloermatjes eruit en kloppen die uit tegen een lantaarnpaal. Vier mensen wassen je auto. Prijs: 1 euro.

Het zijn migranten uit Anhui, de arme boerenprovincie die aan Shanghai grenst. De straatwasserette hoort bij hun autobandenwerkplaats. Je kunt er een lekke band laten repareren en als de band niet meer te maken is, bestellen ze een nieuwe voor je. Terwijl ze die ergens gaan halen, wacht je op het bankje voor de werkplaats die zwart ziet van de smeerolie.

Gewoonlijk zit ik er niet lang. Zodra de kleermaker in het winkeltje ernaast me ziet, zwaait hij en loopt naar buiten. Kom hier zitten!, zegt hij. Hier is het warmer! In het naaiateliertje krijg ik de kruk aangeboden die achter zijn naaimachine staat. Zijn vrouw staat stof te knippen en schuift kleren voor me opzij, zodat ik meer ruimte heb. De kleermaker geeft me een paar visitekaartjes. ‘Voor je vrienden.’ Ik heb thuis nog een heel stapeltje, maar ik neem ze vriendelijk aan. Trots laat hij een paar naamkaartjes van nieuwe buitenlandse klanten zien: een Franse zakenman, een Amerikaanse diplomaat.

Kleermaker en bandenmaker zijn familie van elkaar. Vriendelijke kleine ondernemers, die weten hoe ze aan klantenbinding moeten doen. Veel hebben ze niet. De kleermaker en zijn vrouw wonen op het werk. Buiten, tegen de muur, staat hun bed. Het valt nauwelijks op, want ze hangen er was overheen. Als ze ’s avonds de zaak sluiten, halen ze hun bed naar binnen. Ze koken in een hoekje van het atelier, op een elektrisch kookstelletje. Maar ze hebben ook een tv, een mobieltje en een magnetron. En als het nodig is, kunnen ze naar de dokter.

Twintig jaar geleden zouden ze op het land hebben gewerkt. Ze zouden genoeg hebben gehad om te overleven, maar te weinig om iets te kopen om het leven te verlichten. Naar de stad verhuizen was onmogelijk, Mao verplichtte elke burger te wonen en te werken op de plek waar hij geboren werd. Toen ging Mao dood en besloot Deng Xiaoping dat het tijd was om China te moderniseren. Morgen (18 december) is het precies dertig jaar geleden dat hij dat besluit bekendmaakte.

[terug naar beginpagina]
[terug naar overzicht columns China]