Krekels

[De Pers, 5 december 2008]

Het begon allemaal met het mooie, droge geluid. Om de tijd te doden vingen hofdames tijdens de Tang-dynastie (618-907) krekels en stopten ze in kleine doosjes. ’s Avonds legden ze het doosje naast hun kussen om naar het getjirp te luisteren en sommigen stopten zelfs een krekel in hun boezem. De concubines vonden troost in het constante, licht-melancholische geluid en het duurde niet lang of de krekel werd een vast onderdeel van de Chinese hofcultuur. Dichters, schilders en muzikanten hielden zich onledig met het verfijnen van de krekelklanken – bijvoorbeeld door het ontwikkelen van een speciaal krekeldieet.

Later drong de krekel door tot de lagere klassen, waar men algauw nog iets anders aan het insect ontdekte: vechtlust. Mannetjeskrekels bleken, als je ze een beetje boos maakte, uitstekende kleine kemphanen. En toen was de stap naar het ultieme Chinese vertier maar klein: op de krekels werden weddenschappen afgesloten.

Het krekelhouden en -vechten is tegenwoordig vooral een hobby van werkloze mannen van middelbare leeftijd die na de sluiting van oude staatsfabrieken veel te vroeg met een mager pensioentje naar huis zijn gestuurd. Groepjes mannen drommen elke dag samen op de vele vogel- en bloemenmarkten in de stad. Gebiologeerd staan ze gebogen over tientallen kleine doosjes, afgesloten met een cellofaantje, zodat de krekels goed zichtbaar zijn.

In de Tibetstraat zijn een paar mannen bezig met de warming-up. In de ene hand houden ze een open doosje met hun krekel en in de andere een stokje. Daarmee porren ze het beestje in de zij. ‘Het is net als met atleten,’ zegt een van de mannen, ‘ze moeten eerst de spieren soepel maken.’ Wanneer gaat het gevecht beginnen? ‘Nog lang niet, ze hebben zeker een uur nodig om warm te lopen.’ Wel wisselt er hier en daar snel wat geld van eigenaar.

Gokken is in China verboden, maar er worden overal weddenschappen op afgesloten, van tafeltenniswedstrijden en de Europese voetbalcompetitie tot hanen- en krekelgevechten. Je koopt al een krekel voor tien renminbi (een euro), maar de prijs van een goede vechtkrekel kan oplopen tot tienduizend renminbi. Met een paar van dergelijke vechtkrekels in je bezit wordt het een serieuze aangelegenheid. De insecten worden gekoesterd alsof het om kostbare racehonden gaat. De verzorging luistert nauw. De eigenaren stellen elk een dieet samen van wormen, vis, met bloed gevulde muggen, calciumtabletten, ginseng. En elke dag krijgen de mannetjes gezelschap van een nieuw vrouwtje. De vrouwtjes vechten niet, ze moeten de mannetjes plezieren en voor sterke nakomelingen zorgen.

Er gaat zoveel geld om in de krekelvechterij dat er, net als in de professionele sportwereld, doping wordt gebruikt door sommige krekelvechters – ze wrijven vlak voor aanvang van de wedstrijd een druppel van een of ander stimulerend middeltje op de mond van de krekel. Vooral Shanghainese krekelvechters zouden er berucht om zijn. Onlangs maakte de Shanghaise politie bij een krekelgevecht vijfhonderdtwintigduizend renminbi (circa tweeenvijftigduizend euro) buit. Een van de arrestanten was de 51-jarige ‘meester Lin’, een van de beste krekelvechters van Shanghai. Als Lin een krekel onder handen nam, meldde de krant, kon hij het beestje zo kwaad maken dat-ie zelfs een zwaardere tegenstander kon verslaan.

[terug naar beginpagina]
[terug naar overzicht columns China]