Limit

[De Pers, 11 september 2008]

Daar sta je dan op de Skywalk 100, 474 meter boven de grond, en je loopt over doorzichtige tegels, waardoor je recht de diepte inkijkt. Wat zijn die stalen balkjes onder de tegels trouwens maar smal, zouden die niet gauw gaan roesten, hierboven in de vochtige Shanghaise lucht?

Die doorzichtige tegels brengen je aan het twijfelen, leiden je af van het spectaculaire vliegtuigperspectief dat je hier hebt, op het hoogste publieke uitkijkpunt ter wereld, in het hoogste gebouw van China, het gloednieuwe Shanghai World Financial Center.

We hebben net de persconferentie achter de rug. Ons is verteld dat dit gebouw, een Japanse investering van circa twaalf miljard euro, niet alleen een financieel knooppunt zal zijn, nee, het is een venster op de wereld, een kruispunt van informatiestromen, een magneet die mensen aantrekt ‘die niet gevangen zitten in bestaande ideeen of traditionele concepten’, enzovoort.

Vragen? Achter de tafel zitten de presidenten van de Japanse bouwfirma en het Amerikaanse architectenbureau, de onderdirecteur van het Kantoor van Informatie van de Stad Shanghai en de voorzitters van het Chinese en Shanghaise staatsconstructiebedrijf. Een slaapverwekkend grijze-mannen-gezelschap dat de uitstraling heeft van een club die zojuist een crematorium heeft neergezet.

Een lokale Chinese journalist informeert maar eens naar de symbolische betekenis van het gebouw voor de burgers van Shanghai. Dit gebouw, antwoordt de Japanse baas met uitgestreken gezicht, is een symbool van Chinees-Japanse vriendschap. ‘Heren!’, zou je willen roepen, ‘u heeft zojuist het nieuwe hoogste gebouw van China gebouwd! Een beetje enthousiasme!’

Maar ja, misschien denkt de Japanse baas aan de diepte van de rode cijfers of heeft de Chinese partner hem een oor aangenaaid. Misschien is de Shanghaise Informatie-baas zenuwachtig door al dat gepraat over informatie. En de Amerikaanse architectuurbaas piekert misschien over hoe hij dat verzoek van zijn vriend, een Amerikaanse schrijver die problemen met zijn visum heeft, moet inkleden bij de Chinezen. Dat zou de grafstemming verklaren. We weten het niet. Waarschijnlijk is het gewoon een vervelende plichtpleging voor de heren, zo’n persconferentie.

Bah, die doorzichtige tegels hier op de Skywalk maken je duizelig, ze trekken je naar beneden en leiden tot tobberigheid. De visaproblemen, bijvoorbeeld, zijn taai en hebben geleid tot een culturele droogte van jewelste in Shanghai. Buitenlanders ‘die niet gevangen zitten in bestaande ideeen’ zoals fotografen, journalisten en muzikanten, kwamen het land niet meer in. Vooral muzikanten (staatsgevaarlijk volk) hadden het moeilijk.

Wat een geploeter toch, daar beneden. De mensen moeten 150 RMB (dik 15 euro) bij elkaar zien te scharrelen als ze naar boven willen om mijn uitzicht te zien. De kroegen daarbeneden zitten al maanden zonder behoorlijke bands, de musea worstelen met budgetproblemen en staatscontrole, en de boekhandels met het gebrek aan persvrijheid.

[terug naar beginpagina]
[terug naar overzicht columns China]

Maar wat een uitzicht hierboven. The sky is the limit.