China en de wereld

[De Pers, 28 augustus 2008]

Zo, het zit erop. Hoe moet het nu verder, met China en de wereld? ‘De wereld,’ concludeerde het Chinese staatspersbureau, ‘heeft een beter idee gekregen van China, een land dat zijn beloftes houdt en alle internationale regels respecteert.’

Het is maar dat we het weten. Maar de boodschap is niet gericht aan ons, aan de internationale wereld. Ze wordt gedicteerd aan het eigen volk: het waren perfecte Spelen, georganiseerd door vriendelijke, behulpzame en gastvrije mensen. We hebben de wereld versteld doen staan. En alle problemen harmonisch opgelost.

Dat de leeftijd van sommige jonge turnsters twijfelachtig was en dat de stadions in naam telkens uitverkocht waren, maar dat in werkelijkheid veel stoelen leeg bleven, daarover wordt gezwegen. Dat de wereld nu ook een beter idee heeft gekregen van de Chinese machinaties, van hoe China tegenstemmen wegwerkt, daar ligt men niet wakker van in Peking. Het gaat erom dat het in de hoofdstad, op een paar incidenten na, rustig is gebleven. Dankzij harmonische oplossingen, zoals het intrekken van buitenlandse visa, het hermetisch afsluiten van Tibet en alle potentieel opstandige kloosters, het uit Peking wegsturen van alle kritische intellectuelen en het gelijk oppakken van elkeen die ‘Tibet Vrij!’ riep.

Wel werd uitvoerig bericht dat alle 77 ‘officiele aanvragen’ tot protest tijdens de Spelen via ‘bemiddeling’ zijn opgelost. ‘Zo doen we dat in de Chinese cultuur,’ zei de regeringswoordvoerder tevreden. Intussen zijn er arrestaties, uitzettingen, strafmaatregelen, verdwijningen. De buitenlandse journalist die ernaar vraagt, krijgt als standaardantwoord: ‘We regelen alles geheel volgens de wet.’ En daarmee is de kous af.

Wij, in het vrije westen, willen zo graag dat alle Chinezen boos worden en in opstand komen tegen dat autoritaire, paternalistische regime, dat precies bepaalt wat het volk wel en niet mag weten. Maar de meeste Chinezen zien daar geen heil in, ze verwachten meer van langzame veranderingen, kleine overwinningen. Ze kijken of hun leven vooruitgaat, welke kansen hun kind krijgt.

‘Honderd medailles hè!,’ zei ik gisteren enthousiast tegen mijn ayi (hulp), wier enig kind op de universiteit zit. Ze haalde haar schouders op. ‘Het was genoeg,’ stelde ze nuchter vast en ving aan met vegen.

[terug naar beginpagina]
[terug naar overzicht columns China]