Alle Chinese dissidenten zitten in een spagaat

De auteur is journalist en woont sinds 2004 in Shanghai. Ze stelt dat dissidenten kritiek leveren, maar dat China hún land blijft. Het Westen kan ze helpen, maar subtiel, via een omweg. Dat begrijpen dissidenten uitstekend.

[De Volkskrant, 2 mei 2011]

Uit angst voor een sluimerende ‘Jasmijnopstand’ naar het voorbeeld van het Midden-Oosten zijn de Chinese autoriteiten de afgelopen weken een stevige repressiecampagne begonnen. Tientallen juristen, schrijvers, kunstenaars, studenten, bloggers en activisten zijn gearresteerd, onder huisarrest geplaatst, naar werkkampen gestuurd of ‘verdwenen’. Ze zitten allemaal vast omdat ze een onafhankelijk, kritisch stemgeluid durven te laten horen: luizen in de pels.

Nu is Nederland in augustus gastland op de grote internationale boekenbeurs in Peking. Het Nederlands Letterenfonds krijgt er een grote stand om de Nederlandse literatuur te promoten. Diverse  Nederlandse uitgeverijen en schrijvers  reizen af om er hun beste beentje voor te zetten. Wie wil niet tot de Chinese markt doordringen?

Maar de huidige situatie werpt wel een horde op. Wat te doen als uitgever, schrijver, vertegenwoordiger van de Nederlandse literatuur, straks in China? Je koest houden (je bent immers te gast) of je mond opendoen (je komt uit een vrij land, je hebt waarden hoog te houden)? Is het gezellig thee drinken en over schone letteren praten in een huis met collega’s in de kelder en op de strafbank?

Het is het eeuwige dilemma van een bezoek aan een autoritair land. Vergeten wordt soms (zoals onlangs weer in de kritiek op Bob Dylan in China) dat het voor het Chinese publiek een fantastische ervaring is om westerse zangers, schrijvers en kunstenaars te zien en te horen. Dáár moet je het voor doen, als je als schrijver of uitgever naar China gaat. Maar het zou wel goed zijn om je van te voren te beraden over hoe je toch éven kan laten merken dat het niet allemaal rozegeur en maneschijn is voor schrijvers in China. Chinese functionarissen zijn meesters in gastvrijheid én subtiele intimidatie en enig kritisch commentaar van de Nederlandse literaire afgevaardigden zal onmiddellijk worden opgevat als een aanval op China, op de Chinese cultuur. Het moet vooral gezellig blijven. Een voorproefje daarvan hebben we verleden zomer mooi kunnen zien toen een handvol Nederlandse schrijvers Shanghai aandeed in het Dutch Culture House, dat voor de duur van de Wereldtentoonstelling in Shanghai Nederlandse cultuur aanbood aan het Chinese publiek.

Een van de gasten was Cees Nooteboom. Hij ging in gesprek met een Chinese collega. Het  gesprek verliep via een tolk, zodat het Chinese publiek het goed kon volgen. Het onderwerp kwam op Duitsland, waar Nooteboom geregeld vertoeft. Nooteboom liet zich zeer waarderend uit over dit land, hij sprak over de buitengewoon diepgaande verwerking van het Duitse oorlogsverleden, en maakte een vergelijking met Japan, waar nauwelijks sprake is (geweest) van enige verwerking van het misdadige oorlogsverleden. Nooteboom sprak zijn zorg daarover uit. Je zag de Chinese counterpart nerveus worden (straks gaat Nooteboom het nog hebben over óns verleden!) en zei snel: ‘En nu een wat luchtiger onderwerp….’

Intussen hadden de Chinese luisteraars (vrijwel allemaal jonge mensen) heel goed gehoord wat  Nooteboom zei, over hoe belangrijk het is je verleden onder ogen te zien en te analyseren. Of ze meteen een verband legden met hun eigen geschiedenis, is de vraag, maar dat iemand zo onomwonden en helder over het belang van Vergangenheitsbewaltigung sprak, was al een eyeopener.

De omweg is de wijze die Chinezen uitstekend verstaan. Laat als gast subtiel weten dat het slecht is voor de kunst en de literatuur van een land als de makers geen ruimte krijgen, gemuilkorfd worden. Verdiep je, voordat je naar China vertrekt, even in de Chinese literatuur. Google ‘Chinese writers criticism on society’ en je zult de in China beroemde modern-klassieke schrijver Lu Xun vinden. Lu Xun, die in de jaren twintig van de vorige eeuw op alle mogelijke manieren probeerde jonge schrijvers aan te zetten tot (literaire) vernieuwing. Hij richtte diverse tijdschriften op om jongeren een platvorm te geven. Verwachtingsvol zei hij daarover: ‘Ik heb er lang op gehoopt dat Chinese jongeren op eigen benen gaan staan en onomwonden critici zullen zijn van de Chinese maatschappij en cultuur.’

Laat Lu Xun spreken, of een andere Chinese klassieker. Haal Han Han aan, de jonge kritische blogger die wél door Peking gedoogd wordt. Voor Nederlandse schrijvers die uit hun land van herkomst gevlucht zijn: vertel vooral je eigen verhaal. Voor schrijvers over Zuid-Afrika: vertel over het ondergronds verzet en de verdwijningen tijdens het apartheidsregime.

En hou er rekening mee dat álle Chinese luizen in de pels in een spagaat zitten: aan de ene kant leveren ze kritiek, maar aan de andere kant blijft China hun land. Ze willen niet zozeer steun en waardering van het westen, ze willen vooral dat hun stem in China zélf gehoord wordt. Door het mes op tafel te gooien bereik je een averechts effect, maar door niets te zeggen, zullen Chinese schrijvers die vastzitten zich door hun westerse collega’s in de steek gelaten voelen. Ik denk dat Ai Weiwei c.s. blij zijn dat Bob Dylan naar China kwam. Hij zong in Shanghai toch maar mooi als eerste het nummer ‘Gonna Change My Way of Thinking’, een religieus lied nota bene.

[terug naar beginpagina]
[terug naar overzicht publicaties China]