Tussen de tijgertjes

De dochter van Petra Quaedvlieg, die met haar gezin in Shanghai woont, ging vier jaar geleden naar een particuliere Chinese school. Die beloofde een combinatie van oost en west. Maar in de praktijk hebben de zogeheten tijgermoeders het voor het zeggen; Aziatische vrouwen die niet snel tevreden zijn over het niveau van school en kind. Met minder dan een 8 hoeven hun kinderen niet thuis te komen, bijlessen zijn standaard en spelen met vriendjes overbodig.

[Volkskrant Magazine, 19 maart 2011]

Tijgermoeders – ik ontmoette ze bijna vier jaar geleden voor het eerst, aan de poort van een particuliere Chinese school met een internationale afdeling. Onder het motto ‘where east meets west’ zou deze tweetalige afdeling ‘het beste van twee werelden’ brengen. Wie wilde dat nou niet? Zo begon onze achtjarige dochter aan een schoolcarrière tussen de opkomende Aziatische middenklasse. De Chinese kinderen hadden allemaal ouders met een buitenlands paspoort en verder kwamen de leerlingen voornamelijk uit Hong Kong, Taiwan, Singapore en Zuid-Korea.

Maxine was het enige westerse kind in de klas en buiten het klaslokaal sprak geen enkel kind Engels. De westerse kinderen, vertelde de schoolassistente, werden uitgesmeerd over de klassen, zodat ze niet bij elkaar zaten. Maxine had twee juffen, een Canadese en een Chinese, de een sprak alleen Engels, de ander alleen Chinees. Elke eerste maandag van de maand stroomde de volledige school (duizend kinderen) leeg en vulde het sportveld. De vlag werd gehesen, het volkslied gezongen, de directrice hield een lange peptalk. Heerlijke onderdompeling in de Chinese cultuur.

Maar mijn Iraans-Canadese buurvrouw, die op de school lesgaf en er zelf twee kinderen had zitten, waarschuwde me. ‘Pas op voor de Aziatische moeders,’ zei Nazli, zelf behoorlijk ambitieus als moeder en leerkracht, ‘je zult tegenwicht moeten bieden, want ze zijn met velen en het zijn goede klanten. Wait and see.’

Als ik Maxine ’s middags ging ophalen, zag ik groepjes moeders geagiteerd met elkaar staan praten. Zodra het afdelingshoofd, een Brit, aan de poort verscheen, schoten ze en masse op hem af en begonnen vragen op hem af te vuren, in gebrekkig Engels, maar streng, venijnig: het niveau van het Chinees was niet hoog genoeg, het niveau van het Engels ging achteruit, er werd te weinig huiswerk gegeven, de leerkrachten waren te soft, er waren te weinig toetsen.

Het Britse hoofd praatte, suste, gaf uitleg: ‘het internationale leren is anders dan u gewend bent, meer huiswerk betekent niet dat uw kind meer leert. Uw kinderen moeten er plezier in krijgen, alleen zo worden ze life-long-learners.’ Hij nodigde ze uit voor een kijkje in de klas. Dan konden ze het zelf zien. De moeders grepen het met beide handen aan en ik ging mee. Daar zaten we, enkele dagen later, op een rijtje stoelen achterin de klas. De moeders zaten op het puntje van de stoel en namen alles scherp op. De Canadese juf werd er bloednerveus van, de Chinese juf deed alsof haar neus bloedde. De moeders gingen een stap verder, ze pakten brutaalweg mappen uit de kast en begonnen erin te bladeren. Ze liepen naar hun eigen kind om te controleren of het de sommen goed maakte. Wanneer een kind onrustig op de stoel draaide of praatte, gebaarden ze met ’n  ‘pssst!’ naar de Chinese juf dat ze moest ingrijpen.

Maxine’s Chinees ging gestaag vooruit, haar plezier in school met de dag achteruit. Vriendschap sluiten ging moeizaam. Ze paste niet in de Aziatische groepjes en na school hadden de moeders haast: de tutor of pianoleraar wachtte. Na een paar maanden kreeg Maxine eindelijk een Koreaans vriendinnetje, Jiyeon. Ze had alleen op zondag tijd, een paar uur. Op zaterdag moest ze naar de Koreaanse school en door de week was ze ’s avonds tot tien uur bezig met huiswerk, van de Koreaanse school én van haar moeder. Ze had bijles in Engels, speelde heel goed piano en kon ongelooflijk goed rekenen. Op de vraag wat ze het liefste deed, antwoordde ze lachend: slapen.

Hoe vaker ik op school kwam, hoe gedeprimeerder ik werd. Er klopte iets niet. Ja, de afdeling had een Brits hoofd en er liepen westerse leerkrachten rond, maar wanneer ik met hen sprak, kreeg ik vooral problemen en frustaties te horen: boeken die lagen te wachten om door de Chinese schoolleiding goedgekeurd te worden, agressie van kinderen tijdens de pauzes, de voortdurende pressie van ouders die ontevreden waren en het internationale systeem niet begrepen. De Chinese leiding die besluiten dicteerte, zonder uitleg of argumentatie.

Langzaam bekroop me het gevoel dat we Maxine op een school hadden gezet die niet zozeer ‘the best of both worlds’ als wel een ‘clash of both worlds’ bood. Wat vooral weerzin in me opriep was de enorme Aziatische waardering voor kinderen die het goed doen, die zich netjes gedragen en hoog scoren, en de voelbare minachting voor kinderen die uit de pas lopen. Ik wilde mijn kind niet in een omgeving waar kinderen in huilen uitbarsten omdat ze net geen A (90 procent of hoger) hebben gehaald voor een toets en weten dat er thuis wat zwaait.

Ik begon door alle verhalen wel te begrijpen waar de Aziatische moeders vandaan kwamen. Ze waren zélf de produkten van een schoolsyteem, waarin leerlingen op een plaats in de klas zitten naar gelang hun prestaties – vooraan zitten de slimmerikken, achteraan de minkukels. Waarin uitslagen van toetsen hardop in de klas worden voorgelezen. Waarin kinderen een insigne dragen met hun academische rang. Die moeders moesten vroeger zelf met straight A’s thuiskomen, wilden ze niet uitgescholden worden. Voor hún ouders was de nadruk op discipline en scores ongetwijfeld niet alleen een kwestie van ambitie, maar vooral van geld: met hoge scores kom je op een betere school en hoef je minder schoolgeld te betalen.

Na een incident met Jiyeon – ze wilde alleen Maxine’s vriendinnetje zijn op voorwaarde dat het geheim bleef (anders viel ze uit de Koreaanse groep) – was de maat vol. Ik wenste het gestresste Britse afdelingshoofd succes en klopte aan bij een van de peperdure wésterse internationale scholen in Shanghai – we moesten nog zien hoe we het gingen betalen. Op de Shanghai Community International School zitten kinderen uit de VS, Korea, Zweden, Nederland, Canada, China, Japan, India, Mexico, Italië en nog zo wat landen. Met grote tevredenheid las ik het papier met de schoolregels dat in elke klas ophangt: ‘No put-downs! We tonen waardering voor ieders unieke kwaliteiten.’ Onder de staf heerst een aanstekelijk (Amerikaans) optimisme, de leerkrachten die ik ken zijn gedreven, veeleisend en royaal met complimenten, een combinatie die ertoe leidt dat ook kinderen die minder slim zijn, worden meegetrokken naar een hoger niveau.

Na tweeënhalf jaar kan Maxine nog steeds haar geluk niet op. Ze heeft Amerikaanse, Italiaanse, Zweedse, Koreaanse en Chinese vrienden. De Aziatische moeders zijn relaxter en vriendelijker, maar kijken vaak toch een stuk bezorgder dan westerse moeders, voortdurend bang dat ze hun kind niet voldoende voorbereiden op de (universitaire) competitie. ‘Mijn dochter vindt het fijn op deze school,’ hoor je dan, ‘ze heeft veel vrijheid, maar het academische niveau ligt niet zo hoog.’ Of: ‘Ik ben blij dat ze hier onafhankelijk leert denken. Maar ik moet haar wel bijspijkeren, want deze school leidt niet tot de top.’ Waarmee bedoeld wordt: toegang tot Harvard of een andere topuniversiteit.

Dus ook op déze school gaan veel Koreaanse leerlingen na school nog naar de Koreaanse school en zijn ze tot diep in de nacht bezig met huiswerk. Dus ook hier hebben veel Aziatische kinderen tutors, voornamelijk voor Chinees, Engels en wiskunde. Bij naschoolse activiteiten (sport, toneel, vrijwilligerswerk) zijn ze opvallend in de minderheid, terwijl ze op de honorroll (de erelijst van leerlingen met een gemiddelde score van 95 procent of hoger) in de meerderheid zijn. Maxine’s Chinese vriendinnetje moet toch van haar moeder viool spelen, ook al heeft ze er een hekel aan, en laat die moeder die daar met een stopwatch langs het zwembad staat weer Aziatisch zijn.

Van alle tijgermoeders staan de Koreaanse onbetwist aan de top – daar zijn zelfs Chinese moeders het over eens. Hoe het in Korea toe kan gaan, werd me onthuld toen ik meehielp met een schrijfproject op Maxine’s nieuwe school. Alle kinderen schreven een verhaaltje over een eigen, persoonlijke ervaring in Shanghai. Een Franse jongen schreef smakelijk over hoe hij op de fake-markt strak over de prijs onderhandelde, een Indiaas meisje over het duizelingwekkende verschil tussen de treinen in Shanghai en Mumbai, en een Koreaanse jongen tikte gestaag een lange lap tekst over hoe gelukkig hij was dat hij op een internationale school zat. Want, schreef hij, op school in Seoul ging het héél anders:

‘Als je je misdraagt, slaat de meester je met een liniaal op je handen. Soms slaat hij zo hard dat je blauwe plekken op je vingers krijgt. Elke keer wanneer hij huiswerk opgeeft, ben je in shock, zoveel is het. Goede leerlingen doen er twee tot vier uur over, slechte leerlingen zijn de hele nacht bezig. Je huiswerk telt mee voor je cijfer. Dus als je je huiswerk niet maakt, krijg je een slecht cijfer en dan ben je doomed. Je moeder zal je slaan. Ze slaat je misschien totdat het tijd is om naar bed te gaan. Ze zal je nog meer huiswerk geven. Die pijn zul je nooit vergeten. Maar als je een heel hoog cijfer haalt, dan zal ze zo blij zijn dat ze er een feestje van maakt, je mag kopen wat je maar wilt, snoep of speelgoed dat je altijd al wilde hebben. Je zult de hoofdpersoon in het gezin zijn. No pain, no gain.’

Er is nog een andere angst onder tijgermoeders, realiseerde ik me toen ik laatst met m’n Iraans-Canadese buurvrouw sprak. Nazli werkt inmiddels als leerkracht op de Amerikaanse school, waar ze ook veel kinderen bijles geeft. Laatst heeft ze een moeder eens flink de waarheid gezegd, vertelde ze, want ze kon het niet langer aanzien. Nazli geeft bijles aan een elfjarige, Chinees-Amerikaanse jongen die een tic heeft van de zenuwen. Zijn moeder heeft zijn week volledig dichtgetimmerd met bijlessen wiskunde en Chinees, zwemtraining en pianoles. Het enige moment waarop hij kan uitblazen, is tijdens de busrit van school naar huis, dertig minuten. ‘U legt teveel op de schouders van uw kind,’ had Nazli gezegd. ‘Straks knapt er iets in uw zoon.’

De moeder reageerde als door een wesp gestoken. ‘Wij Aziaten zijn gewend om hard te werken,’ zei ze fel. ‘Jullie westerlingen begrijpen dat niet.’

‘Maar het is nog een kind.’

‘U kúnt dat gewoon niet begrijpen. Wij Aziaten zijn met zovelen, wij móeten zorgen dat we eruit springen.’

Kadertje: ‘Strijdlied van de ‘Tijgermoeder’:

De Aziatische tijgermoeder zorgde begin dit jaar voor ophef toen de Wall Street Journal met een voorpublikatie kwam van Strijdlied van de tijgermoeder van de hyperambitieuze Chinees-Amerikaanse Yale-juriste Amy Chua. Onder de kop ‘Why Chinese Mothers Are Superior’ zette Chua haarfijn uiteen hoe zij haar twee dochters drilt voor het Grote Succes. Ze begon met een opsomming van wat haar kinderen never en nooit mogen: bij een vriendinnetje spelen, logeren, meedoen in een schooltoneelstuk, tv kijken of computerspelletjes spelen, en wat ze te allen tijde móeten: de beste leerling zijn in alle vakken behalve gym en drama, nooit met een lager cijfer dan een 8 thuiskomen, elke dag een paar uur piano of viool spelen. Voor een Chinese moeder, legde Chua uit, is het een makkie je kind een uur piano per dag te laten oefenen. ‘Het is het tweede en derde uur dat moeilijk wordt.’ Chua deelt weliswaar geen klappen uit, maar trekt een heel register open van uitschelden, schreeuwen, dreigen en straffen.

Een barrage aan reacties volgde. Amerikanen reageerden zowel geschokt als paniekerig (zie je wel: we gaan het verliezen van de Chinezen!), Aziatisch-Amerikaanse lezers kwamen juist met pijnlijke getuigenissen over hun traumatische ‘tijgerjeugd’, reacties uit Hong Kong, Taiwan, China en Singapore volgden. Een Singaporese schreef: ‘Amy Chua lezen is als een boek lezen met je eigen smerige geheimpjes. Eerst voel je een vlaag van opluchting: “Ha, een ander jaagt de zweep er net zo hard over als ik!” Dan volgt een vlaag van angst: “O nee! Zij doet meer dan ik!”’

[terug naar beginpagina]
[terug naar overzicht publicaties China]