Geld geven is geen kunst

Willem Boshoff over zijn wraak op de Engelse arrogantie.

[Cultureel Supplement NRC Handelsblad, 4 januari 2002]

Jarenlang was niemand in zijn werk geinteresseerd, maar nu maakt de Zuid-Afrikaanse kunstenaar Willem Boshoff internationaal furore met zijn installaties.

Het bijna honderd jaar oude huis van Willem Boshoff, gelegen op een ‘koppie’ (heuvel) niet ver van het centrum van Johannesburg, heeft vele kamers. In een van de kamers woont Mandla, een zwarte man van in de veertig. Om preciezer te zijn: Mandla leeft in een kamertje middenin het atelier van Boshoff. Het kamertje, opgetrokken uit degelijk blank timmermanshout, lijkt sprekend op een ‘pondokkie’, een hut in een sloppenwijk. Binnen staat een bed, kookgerei, aan de muur hangen kleren en knipsels uit tijdschriften. Alleen: Mandla zit koel en droog en heeft elektriciteit.

“Ik heb hem gevonden op straat,” zegt Boshoff langs zijn neus weg. “Hij had buiten geen plek. Toen is-ie bij mij komen wonen. Hij doet wat klusjes voor me.” In het atelier scharrelt ook de 9-jarige Willempie rond, een van de vier kinderen van Boshoff. Hij is niet naar school vandaag, hij viert ziek. “Willempie is een van mijn twee Afrikaanssprekende kinderen,” zegt Boshoff . “De andere twee zijn Engelssprekend.”

Boshoff (50) is nog een ouderwetse kunstenaar – ribbroek, trui, lange haren, een woeste Taliban-baard, en een beetje maf. Zijn werk daarentegen is helder en sober. Hij maakt conceptueel werk, “alles zit in mijn hoofd, alles is denkwerk”, vanaf het begin van zijn loopbaan als beeldend kunstenaar, midden jaren zeventig. Hij wist toen niets van de bloeiende conceptuele kunst in Europa en de VS – door de culturele boycot bleef de Zuid-Afrikaanse kunstwereld jarenlang afgesloten van nieuwe invloeden. De Engelstalige hogere middenklasse beheerste de blanke kunstwereld; vooral landschapsschilders en figuratieve beeldenmakers werden gewaardeerd.

“Er was tot voor héél, héél kort geen enkele tolerantie,” zucht Boshoff. “Tussen 1974 en 1989 was ik de enige die conceptueel werk maakte. Vijftien jaar lang kocht niemand van mij, niemand was in mijn werk geinteresseerd.” Inmiddels zwerft Boshoff’s werk over de wereld. Zijn atelier staat vol dozen met buitenlandse poststempels. “Die zijn net terug uit Miami,” wijst hij, “en die uit Minneapolis. Deze hier komen uit Frankrijk, en dit,” hij knikt naar een houten kooiconstructie, “is juist aangekocht door de Duitse verzamelaar Hans Bogatzke. Het moet naar Düsseldorf.” Zorgelijk voegt hij eraan toe: “Ik exposeer wel veel, maar ik verkoop weinig. Al die exposities kosten veel geld, inpakken, vervoeren…”

Het (on)vermogen tot spreken, tot communicatie is het overheersende thema in Boshoff’s werk. Aan de basis ervan liggen meer dan twintig persoonlijke woordenboeken die hij sinds de jaren zeventig aanlegde, zoals ‘Dictionary of Colour’, ‘Dictionary of Manias and Phobias’ en ‘Dictionary of Strange Financial Terms’. Bovenal is er het ‘Dictionary of Perplexing English’, een woordenboek met 18.000 moeilijke Engelse termen, dat Boshoff  beschouwt als zijn ‘moederwerk’.

Recent putte Boshoff uit dit moederwerk voor twee installaties, ‘The Writing in the Sand’ voor de Biënnale van Havana, en ‘Kring van Kennis’, gemaakt in opdracht van de Rand Afrikaans Universiteit in Johannesburg. In beide werken worden moeilijke Engelse woorden verklaard in de tien niet-Engelse talen van Zuid-Afrika.

De universiteit wilde graag een mooi ‘millenniumbeeld’ voor in de tuin, vertelt Boshoff in zijn studeerkamer, die een bibliotheek bevat aan woordenboeken en bijbels in vele vreemde talen. “Ze denken dan aan een sculptuur met de handen omhoog geheven. Ik zeg: ik wil iets ‘below your knees’. Ik wil niet dat mensen een beeld aanbidden. Ik wil juist dat ze erop gaan zitten, zodat ze de tijd hebben om wat te keuvelen.”

Boshoff liet elf forse granieten keien (een diameter van één meter) plaatsen – een voor elke officiële Zuid-Afrikaanse taal. De bovenkant van de keien werd gepolijst en met een zandstraaltechniek werden teksten in het graniet gegraveerd. Obscure Engelse woorden als Pognotrophy (het laten groeien van een baard), Onolatry (het vereren van ezels), Aretology (de wetenschap van de deugd) worden verklaard in het isiZulu, Venda, isiNdebele, Pedi, siSotho etc. De gepriviligieerde Engelse student, gewend om andere, niet-Engelse studenten uitleg te geven, moet voor de betekenis van woorden in zijn eigen taal de hulp inroepen van een zwarte medestudent. Zo draait Boshoff de historische machtsrelaties om. De kunstenaar grijnst. “Daar heb ik nou lol in.”

De wortels van Boshoff’s obsessie met taal liggen in zijn jeugd. Hij groeide op in een nationalistisch-Afrikaner milieu. Zijn beide grootmoeders hadden tijdens de Anglo-Boer War, de burgeroorlog van Engelsen tegen Afrikaners (1899-1902), in de concentratiekampen van de Britten gezeten. “Ik hoorde van mijn oma’s welke gruweldaden de Engelsen hadden begaan. Dat ontstak in mij een grote weerzin tegen alles wat Engels was.”

In de loop van zijn leven verzoende Boshoff zich met het Engels en de Engelsen, in de wetenschap dat de gedomineerde Afrikaners zelf de nieuwe meesters waren geworden. Hij ging lesgeven aan een Engelse kunstacademie, trouwde een Engelse vrouw en “werd de vader van twee Engelssprekende kinderen” (later hertrouwde hij met een Afrikaanstalige vrouw, hetgeen de twee Afrikaanssprekende kinderen opleverde). Wat bleef, was de ergernis om de arrogantie van Engelsen die mensen met een ander accent (sprekers met een andere moedertaal, zwart én blank) voor dom verslijten.

“Ik deed enorm m’n best om netjes te spreken,” zegt Boshoff ironisch, “en toch zagen ze me niet voor vol aan.” Al bladerend door de 25 delen van de Oxford English Dictionary besloot hij wraak te nemen. “Met mijn woordenlijst van perplexing English kon ik elke slimme Engelse collega op de academie aftroeven. Ik heb toen veel vrienden verloren! Haha!”

In 1990 ontwikkelde Boshoff een installatie voor blinden met zijn ‘Dictionary of Perplexing English’ als uitgangspunt. ‘Blind Alphabet’ bestaat uit 350 zuiltjes, elk met een deksel waarop een tekst in braille is aangebracht. De tekst bevat een ‘perplexing word’ plus uitleg. Bijvoorbeeld ‘Choroid: het zakje waarin de foetus zit’. Onder elk – afschuifbaar – deksel zit een klein houten beeldje, dat het trefwoord verbeeldt. Rond de installatie staan bordjes met de waarschuwing ‘Don’t touch!’.

Boshoff: “De museumbezoeker komt en ziet die rijen met teksten in braille die hij niet kan lezen. De beeldjes kan hij niet zien, want hij mag nergens aankomen. De bezoeker raakt dus enorm gefrustreerd. Nu komt de blinde. Hij vindt een brailletekst, leest, schuift het deksel opzij, voelt het beeldje. Hij is blij! Verheugd scharrelt hij verder naar het volgende zuiltje, ongestoord door de bordjes ‘Don’t touch’, want die kan hij niet lezen! Hé, hij voelt nóg een interessant object, en daarna nóg een. Hij begint te beseffen: dit is allemaal voor mij. De afhankelijke blinde heeft een machtspositie gekregen. Iedereen die meer wil weten, moet bij hem te rade gaan.”

In 1995 wist Boshoff met ‘Blind Alphabet’ internationaal de aandacht te trekken op de eerste Biënnale van Johannesburg. Het werk leverde hem verschillende prijzen op, delen ervan werden aangekocht door zowel musea als blindeninstituten. De verzoeken om deelname aan exposities in Londen, Atlanta, Lissabon, Sao Paulo en andere wereldsteden stroomden binnen. Binnen een paar jaar was Boshoff in het internationale kunstcircuit geen onbekende meer. Op de afgelopen 49ste Biënnale van Venetië was Boshoff als een van de weinige Afrikanen vertegenwoordigd.

In Venetië toonde Boshoff de installatie ‘Panifice’ (‘het maken van brood’), bestaande uit zestig stenen broden op stenen broodplankjes. De plankjes zijn aan de zijkant voorzien van een inscriptie uit Mattheüs 7:9  ‘Of welk mens onder u zal, als zijn zoon hem om brood vraagt, hem een steen geven?’ De tekst is te lezen in dertig Europese en dertig Afrikaanse talen, voor elke steen een andere taal.

“Panifice”, legt Boshoff uit, “gaat over het onvermogen om te delen, om brood te breken als het brood van steen is. De verschillen tussen Europese en Afrikaanse culturen en idealen blijven struikelblokken. Vaak is er van echt brood breken, van echt delen geen sprake. Het brood blijkt van steen. De ene partij wil geld geven, maar de andere partij vraagt niet om geld. Hoe komt het toch dat we niet in staat zijn te communiceren? Moeten de Afrikanen Spaans en Frans leren of gaan de Europeanen zich nu eens verdiepen in Shona en isiZulu?”

Boshoff staat op en begint te rommelen in de kasten. “Ik heb foto’s van schitterende kleine sculpturen…” mompelt hij. Terwijl hij om zich heen blijft speuren, zegt hij: “Ik geef les aan zwarte houtsnijders op het platteland. Ze maken al jaren dezelfde beeldjes van olifanten en giraffen die bijna niemand meer koopt. Het eerste was ik deed was: zitten en praten. Urenlang. Ik zei: ga terug naar je verleden, naar je herinneringen als kind. Toen vertelden ze me de meest fantastische sprookjes. Ik zei: maak daar nou eens beelden van. Het resultaat was een serie prachtige Jeroen Bosch-achtige beeldjes. Die brengen veel meer op dan die giraffen. Wat ik wil zeggen: geld geven in Afrika is geen kunst, maar brood breken is iets anders.”

‘Panifice’ van Willem Boshoff is te zien op de tentoonstelling ‘Unpacking Europe’ in Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam.

[terug naar beginpagina]
[terug naar overzicht publicaties Zuid-Afrika]