De echte Trauerarbeit komt nog

Gesprek met de Zuid-Afrikaanse schrijfster Marlene van Niekerk

[Cultureel Supplement NRC Handelsblad, 4 februari 2000]

‘Triomf’ heet de roman van Marlene van Niekerk en zo heet ook de verloerderde blanke wijk waar de hoofdpersonen wonen. De reacties logen er niet om. Was dit boek nou wat Zuid-Afrika nodig had?

Het moest een statement zijn, een afrekening. Het was eind 1993. Terwijl Zuid-Afrika zich opmaakte voor de eerste democratische verkiezingen, naderde Marlene van Niekerk haar veertigste verjaardag. “Ik zei tot mezelf: Van Niekerk, dit is een mijlpaal in je leven, je moet iets doen! In de lucht hing een gevoel van: nu krijgen we de grote ommekeer, een totale herwaardering van alle waarden. Nu moeten we het verschrikkelijke onheil dat door het apartheidsregime gepleegd is onder ogen zien. Ik voelde een enorme historische druk, in de zin van: maak de rekening maar op, schrijf maar een belijdenis!”

Het resultaat was Triomf, een absurdistische en bij vlagen ontroerende roman van bijna vijfhonderd pagina’s over de white trash van Zuid-Afrika. Het boek beslaat een jaar uit het leven van het verloederde Afrikaner gezin Benade  – een zus, twee broers en een zoon – dat permanent op de rand van de waanzin balanceert. Zoon Lambert tiranniseert het gezin met de krankzinnigste fratsen, zo sluit hij zijn moeder in een ijskast op en gaat hij middenin de nacht het gras maaien om de buren te pesten. Hij lijdt bovendien aan epilepsie en ma Mol probeert de ergste aanvallen te voorkomen door Lambert  – inmiddels bijna veertig jaar – seks met haar te laten hebben. Met seks bezweert Mol ook haar broers Pop en Treppie. Zo weet ze als vrouw de rust in huis te bewaren.

Treppie is de geestelijke onruststoker van het gezin; hij dist voortdurend verhalen op over de superioriteit van de Afrikaner, om ze vervolgens genadeloos af te breken. Terwijl Mol, Pop en Lambert niets liever horen dan dat ze tot het uitverkoren volk behoren (ze ontlenen er hun laatste restje eigenwaarde aan), is Treppie degene die beter weet: hij doorziet de leugens van de regerende ‘nats’ (de Afrikaner nationalisten) die met de bijbel in de hand hun arrogante nepotisme botvieren en alleen maar zieltjes willen winnen terwijl ze de zwaksten laten verrekken.

De roman is opgebouwd rond de aanstaande veertigste verjaardag van Lambert, die dan van Pop en Treppie ‘het meisje van zijn dromen’ cadeau zal krijgen – Lambert heeft het (behalve met zijn moeder) nog nooit met een vrouw gedaan. Met dat droommeisje zal Lambert, zo is het plan, op verkiezingsdag (de dag dat ‘de kaffers het land gaan overnemen’) samen met de rest van het gezin naar het noorden trekken in hun rammelende ‘Volksie’ (Kever), de grens over, naar een land waar de kaffers nog hun plaats kennen.

Via de meesterlijke innerlijke monologen van de personages leren we de voorgeschiedenis van de Benades kennen, een geschiedenis van armoede en deprivatie. De ouders van Mol, Pop en Treppie, eenvoudige kleine boeren, zagen zich door de depressie van de jaren dertig gedwongen naar de grote stad te trekken. Daar werden ze deel van een ongeschoolde, werkloze blanke onderlaag. De drie kinderen groeien op met honger en slaag; de enige geborgenheid ontlenen ze aan seks met elkaar.

Zo wordt Lambert op een dag verwekt. Het is het grote gezinsgeheim dat de Benades samenbindt. Lambert zelf weet niet beter dan dat Treppie zijn oom is en Pop zijn vader, een oude buurtvriend met wie zijn moeder op een dag getrouwd is. Wanneer Lambert de gruwelijke waarheid over zijn herkomst ontdekt, is het alsof hij het monster van Frankenstein in het gezicht kijkt: ‘Hij voelt over zijn gezicht. Een monster. Een duivelmonster. Geen wonder! Geen wonder dat hij zo’n misbaksel is! Geen wonder dat hij niet eens een meid kan naaien! Geen wonder dat alleen z’n moeder goed genoeg voor hem is! Het zit in de familie! De pest!’

Marlene van Niekerk (45), klein van stuk, doordringende donkere ogen, praat met grote hartstocht in zinnen vol uitroepen en vragen, terwijl ze voortdurend schakelt tussen Afrikaans, Engels en Nederlands. We spreken elkaar in haar mooie verandahuis uit het begin van de jaren twintig in de Johannesburgse wijk Westdene. Binnenkort moet ze dat huis verlaten; ze heeft een baan aangenomen bij de universiteit van Stellenbosch in de Kaapprovincie. Aan de Wits Universiteit in Johannesburg – die nu grotendeels zwart is  – hebben de studenten geen interesse meer voor haar vak, Afrikaanse en Nederlandse taal- en letterkunde. “Er zijn nog precies twee studenten over. Twee! Maar het is beter dan voor vierhonderd studenten staan die verplicht Afrikaans moeten doen.”

In haar keuken valt meteen de kolossale ijskast op. De ijskast is een personage op zichzelf in Triomf. Het is een heilig object voor de Benades die zich in leven houden door het repareren van afdankertjes. Voortdurend duiken ze in het Handboek Ijskasten, dat geëerd wordt als een familiebijbel. Van Niekerk zelf heeft het boek ‘Modern Refrigeration And Airconditioning’ in de kast staan en “dègelijk bestudeerd”. “Kijk, ik heb van Michel Tournier geleerd dat het interessant is de lezer een soort metafysica van de technische dingen mee te geven,” zegt ze opgeruimd.

Een paar straten verderop begint Triomf, de wijk die eind jaren vijftig werd gebouwd op de ruïnes van Sophiatown, de zwarte volkswijk waar de Zuid-Afrikaanse jazz grootwerd. Sophiatown was een ‘black spot’ in een blanke omgeving en moest opgeruimd worden. In de plaats kwamen eenvormige woningen, bedoeld voor minder draagkrachtige blanken: een triomf voor de blanke onderklasse. Triomf werd het prototype van de suburb voor ‘poor whites’: prefab muurtjes, vrouwen met krulspelden, mannen gebogen over tweedehands auto’s.

Van Niekerk woonde er van 1991 tot 1993, samen met haar toenmalige vriendin. “We hadden niet veel geld en het was er goedkoop. Bovendien was het dicht bij ons werk. Maar vanaf het begin vond ik het zeer deprimerend. Vanwege de voorgeschiedenis en vanwege de algemene armoede om me heen. Tegenover ons woonde een gezin waarvan ik de gelijke nog niet gezien heb. Echt verloederde mensen. Ze hadden een woeste zoon die ‘s nachts verschrikkelijk kabaal schopte. Ik dacht: wat is er met die mensen gebeurd? Hoe zijn ze zo geworden? Ik begon aan een reconstructie van de geschiedenis van de arme Afrikaner, hoe hij naar de stad kwam in de tijd van de grote depressie, hoe hij daar verdwaalde en aan lager wal raakte, en ik verbond dat met de gefictionaliseerde geschiedenissen van de overburen.”

“Het was de eerste roman die ik schreef en het liep helemaal uit de hand. Ik dacht: hoho Van Niekerk, dit kun je niet máken! Ik schokte mezelf met dat boek. Ik schreef als een waanzinnige, ik werd gedreven door het Afrikaanse bargoens dat ik zelf creëerde en dat als het ware de inhoud provoceerde, en pas op zeker moment zag ik: o, dus dìt is waar het over gaat? Het gaat over de geschiedenis van het Afrikaner nationalisme, in z’n slechtste, z’n meest onvermijdelijke, noodlottige historische oorsprongen. Het is ook niet voor niks dat ik in het boek die toespraak van Hendrik Verwoerd aanhaal over Zuid-Afrika’s uittreden uit het Gemenebest! Het incestueuze gezin is de ultieme metafoor van de ‘Laagertrekkerij’ van de Afrikaner, van het ‘wij hebben aan onszelf genoeg’. Als je nou de vraag stelt: hoe is het gekomen dat wij zo verarmd zijn, op menselijk vlak, op cultureel vlak, dan is dat omdat wij ons geïsoleerd hebben, omdat wij dachten: wij gaan alle rijkdom die we nodig hebben, putten uit onze eigen volksziel. En de wereld kan stikken.”

Triomf, dat in 1994 verscheen, deed de gemoederen in de Afrikaanstalige literaire wereld hoog oplaaien. Was dat nou wat Zuid-Afrika nodig had? Werd het niet tijd voor iets positiefs, voor regenboogliteratuur? “Ik was wel een beetje voorbereid op de reactie uit de boezem van het volk,” grinnikt Van Niekerk, die eerder twee “keurige” poëziebundels schreef en een bundel “nogal cerebrale” verhalen. Ze vond exemplaren van Triomf bij de post, gescheurd en bekrast met teksten als: ‘hier heb je je vuile toestand terug’, ‘dit is een lastering van ons volk’.

Maar na de eerste schok over de realistische verhaallaag en de rauwe slang waarin de roman was geschreven, ontdekte men dat er meer aan de hand was, ja dat Van Niekerk in wezen een moralist is: Triomf beschreef op allegorische en ironische wijze hoe apartheid blanke monsters kweekte. In korte tijd won het boek drie belangrijke literaire prijzen. Vorig jaar kreeg het een tweede leven doordat het in twee versies in Engelse vertaling verscheen. Een voor de Zuid-Afrikaanse markt, met behoud van alle Afrikaner slang, en een voor de Britse. Komende week ligt de Nederlandse vertaling in de boekhandel. Overigens blijken er ook in Nederland conservatieve krachten die liever niet zien dat Triomf op de salontafel terechtkomt. Van Niekerk: “Een Nederlandse literator vertelde me dat hij niet wilde dat mijn boek in het Nederlands verscheen, want dat zou een verkeerd beeld geven van de Afrikaner. Ha!”

Van Niekerk studeerde wijsbegeerte, Afrikaans en literatuurwetenschap in Stellenbosch, Johannesburg en Amsterdam, waar ze van 1980 tot 1985 woonde. “Nederland was een gróte eyeopener. Kijk, ik was op Stellenbosch wel betrokken bij de linkse studentenbeweging, maar door de ontzettend goed georkestreerde pseudo-fascistische propagandamachine werden wij heel erg benauwd. Wij hadden geen kans om vanuit een groter kritisch raamwerk naar onze eigen activiteiten te kijken. In Nederland had je een grote beschikbaarheid van informatie, plus een uitgebreide exil-gemeenschap.”

Wijzer maar mismoedig keerde ze terug naar Zuid-Afrika. “Als ik toen iemand als PW Botha op tv zag praten, dacht ik: jij schoft. Maar ik dacht ook: o, ik schaam me diep, vanwege mijn taal, vanwege mijn afkomst. Ik scháám me! Een plaatsvervangende schaamte ook voor mijn rechtse taalgenoten. Het was heerlijk om daarvan ontslagen te zijn in 1994.”

Is er nog wel toekomst voor haar vak in het huidige Zuid-Afrika? “Afrikaanstalige literatuur is een brón van historisch materiaal, een absolute grabbelton van rijkdom voor enige interpreet. Alles is erin neergelegd, racisme, klasseconfiguraties, stedelijke antropologie, de verhouding tussen links en rechts.” Op ironische toon: “Maar ja, kritische interpretatie is niet meer interessant tegenwoordig. Heritage-studies, dát is interessant. Maar dat is een soort doodlegging van de levende geschiedenis.”

Het concept van de ‘Afrikaanse Renaissance’ waar de nieuwe zwarte middenklasse graag mee pronkt en die ook tot de universiteit en de kunsten is doorgedrongen, noemt Van Niekerk dan ook ‘oppervlakkige onzin’. “Het is een soort export-vernis. Je moet het goeie Afrikaanse hemd en hoofdtooisel dragen en dan ben je al deel van de Renaissance. Die zou moeten inhouden dat de oude vergeten bronnen, die nog in de kleine landelijke enclaves leven en waarvan de oude mensen in de zwarte cultuur nog de dragers zijn, door een grote input van geld levend gemaakt worden, heropgewekt. Maar dat gebeurt niet. De staat doet niets voor de literaire voeding van de inheemse talen. Hoe kun je dan ooit belangwekkende zwarte literatuur verwachten? Het Engels is een grijze, lege, fletse boel aan het worden… De grote romans over de apartheid en de gevolgen ervan moeten trouwens nog geschreven worden. De echte Trauerarbeit moeten we hier nog doen, die moet ook in de literatuur nog beginnen. Maar dat moet wel gestimuleerd worden, want vergetelheid is iets wat snel wortelt in deze bodem van ons.”

JM Coetzee doet anders zijn best.

“Ja, hij is de enige die diepgaand over onze problematiek en over de problematiek van het kolonialisme in het algemeen schrijft. Maar waarom is er geen zwart intellectueel debat over Disgrace [de roman waarmee Coetzee onlangs de Bookerprijs won, PQ]? Want als ìk een zwarte intellectueel was in dit land en ik had dat boek gelezen, dan zou ik denken: fuck! en nú ga ik naar de kranten schrijven, want als dìt de blanke intellectuele verantwoording is van wat mogelijk en onmogelijk is in dit land, dan zou ik iets te zeggen hebben! Want wat zegt Coetzee in dat boek?  Hij zegt – voor zover men uit zulk een hecht georkestreerd werk een leesoptie man putten – : als je hier in Zuid-Afrika wilt overleven, dan zul je moeten toelaten dat er geweld tegen je gepleegd wordt. Want dat is wat jouw voorvaderen deden met de mensen in dit land. Je zult je moeten voegen in de symmetrie van de asymmetrische machtsrelaties. Eerst was er het geweld van wit op zwart en nu zal het andersom gebeuren: een elegante balans van wraak die zich uitstrekt over driehonderd jaar kolonialisme… Maar er is geen openbaar intellectueel debat hier. Het is de armoede, de ruimte, de geisoleerdheid van de individuen, het gebrek aan scholing, aan een leescultuur, aan een hechte literaire wereld…”

Van Niekerk worstelt zelf met het probleem of ze in haar nieuwe roman een politieke laag moet aanbrengen of niet. Het gaat opnieuw om een omvangrijk boek met een ongewoon onderwerp: een anuskundige. “Er is voortdurend die druk: ben ik met de echt belangrijke dingen bezig? Kijk, ik laat mijn hoofdpersoon zeggen: ik ben een proctoloog, een specialist, ik wil alleen maar mijn werk doen. En dan zegt zijn vriend: maar jij bent in Afrika! Jij zult hier te maken krijgen met vergiftigde anussen door de dirty tricks van de veiligheidspolitie!”

Haar Engelse uitgever was niet blij toen ze het onderwerp van haar nieuwe roman (die ze direct in het Engels schrijft) aankondigde. “Ze zeiden: dat ligt ons niet, dat is een naar onderwerp. Kan het niet over mensen gaan? Toen werd ik heel boos. Ik zei: als jullie willen dat ik over een bidsprinkhaan schrijf, dan zal ik altijd over het linker achterbeen van de bidsprinkhaan schrijven. Ha! Mijn nieuwe boek gaat dus over een upmarket asshole doctor in Africa. Het is een kritiek op de voorrang van het rationele denken.”

Van Niekerk staat op uit haar stoel. Vertwijfeld zegt ze: “Het móet goed worden. Ik kan nu niet mislukken, na het succes van Triomf. Anders zeggen ze: dat was een eendagsvlieg. Dat is verschrikkelijk! Kijk, tijdens Triomf ging mijn relatie kapot. Je komt je schrijfkamer uit met rode konen en de ander denkt dat je daar een soort geliefde hebt zitten! Dat kan gewoon niet. Nee, ik heb langzamerhand het gevoel: het is niet te rijmen, het schrijven en de liefde. Als het zo obsessief is als bij mij, als er zo’n beetje alles vanaf hangt. Maar soms wanhoop ik eraan, dan denk ik: Stel je toch niet zo aan! Doe een beetje normaal. Maar de standaard moet nu eenmaal hoog blijven want er is een hoge prijs voor betaald.”

Marlene van Niekerk: Triomf
Vertaald door Riet de Jong-Goossens en Robert Dorsman
Uitgeverij Arena

[terug naar beginpagina]
[terug naar overzicht publicaties Zuid-Afrika]