Elite doet niet aan politiek

Journaliste Lijia Zhang sluit tweede ‘1989’ uit

[De Pers,  3 juni 2009]

‘Een tweede ‘89 zie ik niet gebeuren,’ zegt Lijia Zhang stellig. ‘Daarvoor is de stedelijke elite veel te tevreden. En zonder hun steun zal er geen landelijke protestbeweging mogelijk zijn.’ Zhang (45), die in Peking werkt als journalist voor diverse Engelstalige media, was twintig jaar geleden een fabrieksmeisje. Haar arbeidseenheid organiseerde een demonstratie in Nanjing, als steun voor de studenten op het Tiananmenplein in Peking.
Op het dakterras met uitzicht over de Bund, de beroemde rivierboulevard van Shanghai, nipt Zhang van haar jasmijnthee. Aan de overkant van de rivier knipperen lichtreclames van Gucci en Sony over de volledige zijgevels van torenflats. Zhang laat haar blik over de lichtreclames gaan. ‘De regering heeft de afgelopen twee decennia hard geprobeerd de energie van de burgers te kanaliseren in het zakendoen, geld verdienen,’ zegt ze. ‘Tegelijkertijd heeft ze hen er diep van doordrongen dat het geen zin heeft om je in te laten met politiek.’
Daarin, zegt Zhang, is ze uitstekend geslaagd. ‘De stedelijke elite is binnen de communistische partij gehaald. Ondernemers, advocaten en accountants zijn partijlid geworden en partijleden werden zakenlui. Die cocktail van macht en geld heeft buitengewoon goed gewerkt. Het Chinese volk heeft de consumptiemaatschappij volledig omarmd. Vraag de gemiddelde student wat hij van de politieke situatie in China denkt en hij zal antwoorden: ik bemoei me niet met politiek.’
Kijk naar mij, zegt Zhang, en je begrijpt wat een revolutionaire veranderingen er in China hebben plaatsgevonden. Op zestienjarige leeftijd mocht Zhang de baan van haar moeder overnemen in een raketfabriek in Nanjing. Het werd beschouwd als een buitenkansje: een baan voor het leven. Maar Zhang vond het verschrikkelijk, ze wilde studeren. ‘De fabriek was een soort mini-communistische staat. We woonden in identieke huizenblokken, moesten ons strikt aan kledingvoorschriften houden. Lippenstift, hoge hakken waren uit den boze, afspraakjes met jongens eveneens. Elke maand moest je naar de menstruatie-politie, laten zien dat je niet zwanger was.’
En kijk nu. Zhang werd journaliste. Ze heeft net een boek over haar leven als fabrieksmeisje in het Engels gepubliceerd. ‘Doordat China meer open is gegaan, heb ik alsnog bereikt wat ik wilde. Talloze jongeren in de steden kunnen nu naar de universiteit. Ze hebben zoveel kansen. En zoveel persoonlijke vrijheid: je mag je kleden zoals je wilt, je mag je laten tatoeeren, naar rockconcerten, vriendjes hebben, seks…. Dit zijn dingen die je niet zomaar kunt wegwuiven.’
En kijk naar de goed opgeleide, stedelijke elite, zegt Zhang. In 1989 deden ze enthousiast mee aan de democratische beweging, niet alleen omdat ze politieke hervormingen wilden, maar ook omdat ze verbitterd waren over hun lage salarissen, hun slechte behuizing, het gebrek aan kansen voor hun kinderen. Nu heeft de middenklasse een eigen huis, een auto, ze kunnen over de hele wereld reizen. Hun kinderen studeren in het buitenland.’
Zhang knikt naar een groepje meisjes op het terras, in hotpants en navel t-shirts. ‘Als de studenten nu de straat opgaan, zal het protest gericht zijn tegen een buitenlandse mogendheid die China bekritiseert. China’s groeiende status in de wereld heeft jongeren zelfbewust en nationalistisch gemaakt.’

[terug naar beginpagina]
[terug naar overzicht publicaties China]