Huisschool van Confucius

‘De kinderen worden gelukkiger’

[De Pers, 2 maart 2009]

‘Vrienden die van ver komen, ontvangen we met open armen.’ Losjes zegt een meisje van een jaar of acht een paar zinnen van Confucius op. Lili Yao, een van de leerkrachten op de Confucius huisschool, hoort het tevreden aan. Ze wijst op het portret van de oude leermeester boven de open haard. ‘Respect en tolerantie voor mensen die anders zijn, is een van de kernwijsheden van Confucius,’ zegt ze.
De school is gehuisvest in een villa in een van Shanghai’s nieuwste buitenwijken, een uur gaans van het centrum. In de woonkamer staat een piano, een boekenkast met Chinese en westerse (Shakespeare, Tolstoi) klassieken en een groot tv-scherm. Kinderen van verschillende leeftijd lopen in en uit. Het is middagpauze.
‘De klassieke Chinese geschriften zijn een groot geschenk van onze voorouders,’ zegt Yao. ‘Decennialang hebben we geen kans gehad om er kennis van te nemen. Nu zijn steeds meer mensen erin geinteresseerd.’ Yao heeft zelf een dochter op de school. ‘Ik koos ook voor deze school omdat ik de prestatiedruk op mijn dochter wilde verlichten,’ zegt ze. ‘Deze school kijkt naar de ontwikkeling van het hele kind, niet alleen naar scores. Ze krijgen sport, les in viool of een Chinees instrument en ze leren over Kunqu en Peking opera.’
Alle kinderen, varierend van vier tot zeventien jaar, wonen hier, en sommige ouders ook. ‘Het is een soort familie,’ zegt Yao. ‘Wij vinden het belangrijk dat kinderen van verschillende leeftijden en achtergronden met elkaar leren omgaan.’ Ze wijst naar de meisjes die Kunqu opera kostuums aan het passen zijn, in een hoek van de kamer. ‘Dat meisje is katholiek, het meisje met de roze broek is half Japans half Chinees, en dat oudere meisje komt uit Shenzhen. In het gewone Chinese schoolsysteem zouden dergelijke kinderen vreemde eendjes zijn.’ Het meisje uit Shenzhen heet Ling Ling en is zeventien jaar. Ze kan een heel boek van Confucius uit haar hoofd opzeggen, vertelt ze. Wat ze daarvan leert? ‘Het is heel bevredigend om dat te kunnen,’ zegt ze. ‘Ik ben er trots op. Maar belangrijker is dat de geschriften mij leren een goed mens te zijn.’

De huisschool is een initiatief van de vijfendertigjarige Lu Liwei. Ze komt uit de de zuidelijke provincie Fujian, waar ze jarenlang Engelse les gaf op een staatsschool. ‘Ik vond de prestatiedruk verschrikkelijk. Alles was gericht op het maken van examens.Van mijn grootmoeder had ik veel over de klassieke filosofen geleerd en in mijn vrije tijd gaf ik kinderen les in de Chinese klassieken.’
‘Toen mijn dochter geboren werd, realiseerde ik me dat ik haar niet naar een Chinese school wilde sturen. Toen ze tweeenhalf was, heb ik ontslag genomen. Ik besloot om mijn dochter zelf te onderwijzen.’ De negatieve reactie van haar familie was zo benauwend, dat ze besloot naar Shanghai te verhuizen. ‘Aanvankelijk gaf ik alleen mijn eigen dochter les,’ zegt Lu, ‘maar gaandeweg vroegen vrienden en bekenden mij of ik hun kind ook wilde lesgeven.’
Na een jaar zaten er vijftien kinderen op de school, inmiddels heeft ze er drie villa’s bijgehuurd om alle vijftig leerlingen te huisvesten. De kinderen krijgen twee uur per dag les in de Chinese klassieken, met name in de ‘Vier Boeken’, de vier belangrijkste confucianistische werken. Maar ze krijgen ook gewoon rekenen, Engels en andere vakken. En de ouderen maken kennis met westerse klassieken. ‘De grootste verworvenheid is dat ik kinderen hier heb zien veranderen,’ zegt Lu. ‘Ze krijgen een bredere blik, meer zelfdiscipline en zelfvertrouwen. De effecten die ik gezien heb, zijn mijn verwachtingen teboven gegaan.’
De huisschool stuitte echter vanaf het begin op weerstand van de schoolinspectie, die dreigde met een verbod: Lu had geen vergunning om een school te beginnen. Twee jaar werd lang werd de school gedoogd, maar nu dreigt er opnieuw een verbod: volgens de onderwijswet, zegt de inspectie, moet elk kind negen jaar onderwijs krijgen op een reguliere school. Maar huisonderwijs is wettelijk wel degelijk mogelijk; het lijkt de schoolinspectie vooral te hinderen dat de school niet in een stramien past. Lu heeft nog een ander probleem: omwonenden klagen over overlast van joelende kinderen; de vereniging van huiseigenaren wil de school kwijt.
Lu zucht. ‘Huisonderwijs heeft in China een traditie van vijfduizend jaar. Maar mensen zijn dat vergeten.’ Ze heeft besloten de handschoen in de ring te gooien en is nu op zoek naar andere huisvesting. ‘Ik zie het slechts als een horde die we moeten nemen. Het zal de stijgende interesse voor mijn school en voor de klassieke Chinese cultuur niet tegenhouden.’

[terug naar beginpagina]
[terug naar overzicht publicaties China]