In Nederland

DE UITDAGING

[De Stemming, L1, 11 oktober 2015]

De Algerijns-Italiaanse schrijver Amara Lakhous onvluchtte in 1995 Algerije en belandde in Rome, waar hij sindsdien werkt als journalist. Hij is Algerijn, moslim en spreekt Arabisch, Frans, Italiaans en Engels.

Afgelopen zomer gaf hij een lezing getiteld ‘De uitdaging van diversiteit’. Daarin zei hij: ‘Het is bijzonder om in een land tot een minderheid te behoren. Het biedt je een geweldige kans om creatief te zijn. Je moet nieuwe antwoorden vinden en nieuwe vragen stellen.’

De twintiger Abdulrahman Kasem vluchtte vorig jaar uit Syrië. Hij belandde via Libanon en een levensgevaarlijke boottocht uiteindelijk in Weert. Tegen een journalist van De Limburger vertelde hij dat hij teleurgesteld is. Hij zei:
‘Ik word raar aangekeken als ik over straat loop. Het lijkt of mensen bang voor me zijn. Ik krijg geen contact. Wat doe je hier, wordt me gevraagd. Dit is niet wat ik me van Europa heb voorgesteld. Ik wil graag werken maar ik krijg geen baan. Als je me nu vraagt of het al die gevaren die ik heb doorstaan waard was, dan zeg ik nee. Ik was liever in Syrië gebleven met het risico te sterven.’

Ervaringen van vluchtelingen zijn net zo verschillend als er mensen zijn. In de discussie over de komst van vluchtelingen wordt voortdurend een voor of tegen gecreëerd: het zijn slachtoffers die wegvluchten uit een land in oorlog, nee het zijn calculerende migranten die precies weten naar welk land ze vluchten. Je zit in het Welkom kamp of je zit is het Wilders kamp. Kritische vragen en twijfels worden in beide kampen verontwaardigd van de hand gewezen.

Je vraagt je af of mensen die in een bootje stappen en vooraf een telefoonnummer op hun zwemvest schrijven met de tekst: ‘if I die please call my mom’ calculerende migranten zijn. Je vraagt je af of jonge jongens met Adidas sneakers, een i-Phone in de hand en torenhoge verwachtingen weerloze, zielige vluchtelingen zijn.

Ongebreidelde instroom van vluchtelingen is net zo onrealistisch als angst voor criminaliteit, terrorisme en testosteronbommen. Mij baart iets heel anders zorgen. De teleurstelling zoals Abdulrahman Kasem uit Weert die voelt. Dat je uiteindelijk liever in je eigen land was gebleven, zelfs na de gruwelijke overtocht. In een ander land helemaal opnieuw beginnen is geen sinecure. Ook geslaagde vluchtelingen houden een knoop in hun maag. Lees het interview in De Limburger van gisteren met de Noord-Koreaanse schrijfster die naar China vluchtte. Ze zegt daarin: ‘Veel mensen zijn geschokt als ik zeg dat ik Noord-Korea mis. De mensen. De omgeving waar ik opgroeide. Ik droom van de dag dat Noord- en Zuid-Korea worden herenigd. Dan ga ik terug.’

Hoe gaan we voorkomen dat groepen vluchtelingen zich straks terugtrekken in hun eigen wereld, met enkel lotgenoten als gezelschap en een nostalgie naar het oude leven in Syrië? Hoe kunnen ze een por in de ribben krijgen waardoor ze hun verblijf in Nederland, of ze nou over een paar jaar teruggaan of niet, als waardevol gaan zien? Als we daar nu niet over nadenken, zitten we straks met een verloren generatie en met een geweldig probleem.

[luister hier naar de column in de radiouitzending De Stemming]

Je kunt niet reageren.