In Nederland

IDENTITEIT

[De Stemming, L1, 13 september]

Alweer bijna twintig jaar geleden, in 1996, schreef de Libanees-Franse schrijver Amin Maalouf het essay Moorddadige identiteiten. Amin Maalouf ontvluchtte in 1975, bij het begin van de burgeroorlog in Libanon, zijn land en kwam met vrouw en kinderen via Cyprus in Frankrijk terecht, in Parijs.

Maalouf behoorde tot een christelijke minderheid in Libanon. In de kelders van zijn ouderlijk huis runde zijn grootvader een seculiere school. Deze grootvader – die het Ottomaanse, het Franse en het onafhankelijke Libanon had meegemaakt – koesterde het ideaal van een verlicht Libanon, een verlichte Levant, waar een mengeling van culturen – islamitisch, christelijk, joods – zou gaan zorgen voor een ongekende beschavingsbloei.

Het mocht niet zo zijn. De Levant waarvan hij droomde, het gebied ten oosten van de Middellandse zee, Israël, Jordanië, Libanon, de Palestijnse gebieden en Syrië is nu een onstuimige zee van onrust en oorlog, bevolkt met groepen die zich hebben ingegraven in hun religieuze of etnische identiteit en elkaar tot op het bot wantrouwen en haten.

Amin Maalouf werd in Frankrijk een gerenommeerde schrijver. Hij won de Prix Goncourt en werd hij lid van de prestigieuze Academie Francaise. In zijn essay Moorddadige identiteiten pleit hij voor het recht van mensen om tot meerdere identiteiten tegelijk te behoren. Zelf is Maalouf Arabier, christen en Fransman. Elke immigrant, zegt hij, moet je de mogelijkheid geven om te zeggen: ja, ik hoor bij het land waar ik woon, en ik hoor ook bij het land waar ik vandaan kom. Als je mensen dwingt om te kiezen dan creëer je ‘moorddadige identiteiten’, want als mensen gedwongen worden om te kiezen zullen ze in conflict komen met zichzelf en dat zal leiden tot frustratie, intolerantie en woede.

Hier in Limburg hebben we iemand die heel hard werkt aan het verspreiden van dit gedachtengoed: de Bosnisch-Nederlands-Limburgse documentairemaker Sergej Kreso. Kreso vluchtte in 1993 uit voormalig Joegoslavië, belandde in Echt en werd documentairemaker. Hij maakte onder meer de documentaire Vraem Luuj, over vier immigranten die Limburgs dialect leerden en in het dagelijks leven plat kalle.

Vorig jaar verscheen van hem Asielzoeka’s, over jongeren die hun jeugd samen in een asielzoekerscentrum doorbrachten. Ze kwamen uit Afghanistan, Armenië of Joegoslavië en werden hechte vrienden. Inmiddels hebben ze elk een eigen leven, in Limburg, Noord-Holland of Overijssel. Vaak verlangen ze terug naar de afgesloten, saamhorige wereld van het asielzoekerscentrum, waar ze lief en leed deelden en ze een gezamenlijke geschiedenis hebben.

Vraem Luuj en Asielzoeka’s zijn komende week te zien tijdens Docfest, het eerste Limburgse documentairefestival in Maastricht, waar Kreso speciale gast zal zijn. Intussen heeft Kreso een zeer Limburgse film gemaakt die binnenkort op het Nederlands Filmfestival in premiere gaat: MijnstreekComplex, over Heerlense jongeren en hun opmerkelijke verbondenheid met de mijnstreek en het mijnverleden, waar ze eigenlijk niet zoveel van weten.

Op de vaak gestelde vraag of Kreso zich meer Nederlander of meer Bosniër voelt, zegt de filmmaker: ‘Ik voel me als een moderne nomade die met wijd open ogen naar de wereld kijkt waarin hij op dit moment leeft, maar die de wereld waar hij vandaan komt nog niet vergeten is.’

[luister hier naar de column in de radiouitzending De Stemming]

Je kunt niet reageren.