In Nederland

DE VLOEK VAN DE MIJNEN

[De Stemming, L1, 15 maart 2015]

Het was een soort tropengeneeskunde, vertelde een Amsterdamse psychiater over zijn werk in Heerlen en Hoensbroek de afgelopen jaren. ‘De achterstand is enorm. Er zijn veel psychische problemen, vaak in samenhang met armoede, huiselijk geweld, drugs en werkloosheid die van vader op zoon wordt doorgegeven.’

De psychiater was vooral geschrokken van de eenzaamheid van veel mensen met problemen. In Amsterdam, vertelde hij, had hij vaak gewerkt met Marokkaanse migranten. Die kwamen meestal samen met een familielid op het spreekuur en konden zo rekenen op emotionele steun. In Hoensbroek zag hij bij de patiënten -geboren en getogen Limburgers- een heel ander beeld: geen familie, geen betrokkenheid van de buurt.

Ik las dit allemaal in het universiteitsblad Observant, in een speciale bijlage over  de Oostelijke Mijnstreek, de ongezondste regio van Nederland. De levensverwachting is hier twee jaar lager, de sterftecijfers zijn het hoogst, de inwoners lijden het meest aan psychische stoornissen, jongeren zitten hier het vaakst in de jeugdzorg en er worden nergens zoveel bijstandsuitkeringen verstrekt als hier.

En dit is nu al decennia zo. Het meest deprimerend zijn de cijfers en observaties over jongeren. Er wordt veel gerookt, te vet gegeten en het opleidingsniveau komt bij tweederde van de jongeren niet boven het VMBO uit, terwijl er weinig werk is voor laagopgeleiden.

Frank Soomers, die als huisarts al 31 jaar in een praktijk in Kerkrade werkt, maakt zich vooral daarover boos: het gebrek aan werk, aan vooruitzicht. ‘Dat neem ik de overheid zeer kwalijk,’ zegt hij. Dat gebrek aan perspectief draagt bij aan de passiviteit en gelatenheid in de streek. Want dat blijkt een terugkerend kenmerk van de Oostelijke mijnstreek: de lethargie.

Als verklaring van zowel de ongezonde leefstijl als de passiviteit verwijzen de artsen en onderzoekers geregeld naar het mijnverleden. Mijnwerkers verdienden relatief goed en konden zich daardoor een zekere luxe permitteren: veel alcohol, tabak en vlees. Daarnaast regelden de mijnen alles voor hun werknemers: huisvesting, onderwijs en allerlei medische en sociale voorzieningen.

‘Tropengeneeskunde’. Inderdaad, de Oostelijke Mijnstreek vertoont de symptomen van een ontwikkelingsland. Het gaat gebukt onder de erfenis van wat in Afrikaanse landen de ‘resource curse’ wordt genoemd, de vloek van de grondstoffen: hoe meer kapitaal er in de grond zit, hoe minder een land, een bevolking zich breed-economisch en -sociaal ontwikkelt.

Laten we het eens onder ogen zien: de mijnen zijn meer een vloek dan een zegen geweest voor Zuid-Limburg. Ze hebben een monocultuur en een onderklasse opgeleverd. Ze hebben verhinderd dat de bevolking initiatiefrijk werd, op zoek ging naar gevarieerde manieren om geld te verdienen en de streek te ontwikkelen. Niet de sluiting van de mijnen is het drama van de Oostelijke Mijnstreek, maar de komst ervan.

‘Een mentaliteitsverandering,’ zegt Frank Soomers, de doorgewinterde huisarts in Kerkrade, ‘dat is het enige dat helpt. Begin bij de peuterspeelzalen en de scholen en hopelijk zie je dan over dertig jaar resultaat.’

Hoe trek je de kinderen, de jongeren van de Oostelijke Mijnstreek uit het moeras – dat, en alleen dat, moet de opdracht zijn van het Jaar van de Mijnen en IBA Parkstad.

[luister hier naar de column in de radiouitzending De Stemming]

Je kunt niet reageren.