In Nederland

NARRATIEF

[De Stemming, L1, 18 januari 2015]

Deze week bekeek ik het glossy magazine van Al-Qaida op internet. Die glossy heet Inspire, Inspireer, en geeft uitleg over de heilige oorlog, profielen van dappere martelaren en diverse tips; tricks voor aanstormende jihadi’s, waaronder instructies voor het maken van brandbommen en andere explosieven.

Het verontrustende van het blad was dat het zo normaal oogde: gladde vormgeving, opiniestukken, achtergronden en eindigend met een gedicht. Dit is het leesvoer van een jongere die eenmaal in het narratief van de revolutie zit.

Het narratief, the narrative – dit woord dook deze week verschillende keren op. ‘Het verhaal’ is niet de goede vertaling. Het narratief betekent: de uitgezette lijn, het kader, het vastomlijnde verhaal met een duidelijk doel.

Moslimjongeren die radicaliseren raken in de ban van het narratief van de rechtvaardige strijd. Eenmaal binnen dat narratief is het heel moeilijk ze daar weer uit te krijgen. Welk narratief stellen wij daar tegenover, vroeg ik me de afgelopen dagen af. Wij reiken geen afgebakend kader aan, geen vastomlijnd doel anders dan: je in vrijheid kunnen ontwikkelen, ongeacht je afkomst, geloof, ras of politieke voorkeur. Maar welke verhalen bieden zoekende jongeren de mogelijkheid tot identificatie, tot inspiratie?

Wat gebeurt er op scholen? Op de beide debatavonden in Maastricht en Sittard miste ik ervaringen van docenten. Op de radio hoorde ik de uit Weert afkomstige Trudy Coenen, sinds jaar en dag docent aan een vmbo-school in Amsterdam. Coenen kijkt helemaal niet op van leerlingen die de jihad wel tof vinden, de holocaust ontkennen en roepen dat de Franse cartoonisten het toch zeker zelf schuld zijn. Coenen laat al die kinderen hun zegje doen, maar daagt ze tegelijkertijd uit om met feiten en argumenten te komen, niet alleen maar met meningen en emoties.

Coenen vond het een slechte zet dat een vmbo-school in Heemskerk een cartoon van Charlie Hebdo weghaalde, omdat moslimleerlingen geklaagd hadden. Je moet naar leerlingen luisteren, zei Coenen, maar ook voor iets staan. Ga maar in gesprek, maak maar duidelijk dat dit in Nederland tot de persvrijheid behoort.

De directrice van de vmbo-school legde in De Telegraaf uit dat moslim-leerlingen emotioneel op de cartoon reageerden: ze zagen alleen het beeld, begrepen de Franse tekst niet en zagen de nuances niet.

Ja, daar zit wel een begrijpelijk probleem. Het is mooi dat de laatste jaren de beta-vakken zo’n opmars hebben gemaakt – daar heb je toekomst in, daar kun je iets mee studeren waarmee je een goede baan vindt. Maar met verhalen, met literatuur, met geschiedenisonderwijs schop je de leerling een geweten, om met Louis Paul Boon te spreken.

Wat betekent satire en ironie? Wat is de rol van de nar en wat is het verschil tussen feit en fictie, tussen feiten en meningen? Boeken, romans, bieden de beste aanleiding om het over ethische kwesties, morele dilemma’s te hebben. Romanfiguren de beste manier om je in te leven in personen die anders denken, anders zijn. Stof Oeroeg af, haal Schuld en Boete van de plank, lees het Huis van de Moskee, vertel over Max Havelaar, over Raskolnikov, De Uitvreter, Anna Karenina en de man die in een kakkerlak veranderde – en luister naar wat leerlingen te vertellen hebben.

[luister hier naar de column in de radiouitzending De Stemming]

Je kunt niet reageren.