In Nederland

VUILNIS

Toen we zestien jaar geleden uit Nederland vertrokken brachten we geloof ik de flessen naar de glasbak en misschien dat we het papier ook wel in een papierbak kieperden. Nu mogen we bijna niks zomaar weggooien. Elke gemeente regelt het naar eigen goeddunken, begrijp ik, maar hier in Maastricht heb je de zogenoemde ‘restzak’, rood-witte vuilniszakken waarop staat wat er niet in mag: ‘geen blik geen glas geen klein chemisch afval geen gft geen papier geen plastic flacons geen drankkartons geen textiel’. Wat mag er in godsnaam wel in?, vraag je je af, vers uit China, waar je alles, maar dan ook alles gewoon buiten zet.

Daar heb je namelijk mannen en vrouwen die in hun driewieler-bakfiets de buurten afstruinen naar afval. Ze zijn blij met glas, plastic, papier, karton, blik, textiel en nog veel meer, al die zaken die niet in de restzak mogen en waar wij nu zelf vanaf moeten zien te komen.

Erger: hier moet je betalen om van je afval af te komen, terwijl je er in China geld voor kan vragen! Dat deden wij niet, diep tevreden als we waren dat we van onze kranten, kleren en oude meuk afkwamen door simpelweg ‘ons’ recycling-echtpaar met hun driewieler te bellen (er is concurrentie in de afvalbusiness, in elk buurtje gelden afspraken wie het grotere afval mag komen ophalen), maar onze (welvarende) Chinese buren vroegen keihard geld voor hun kranten en plastic.

Het afval gaat naar loodsen, recyclingdepots en afvalbergen die enorme afmetingen kunnen aannemen en waar de mensen die leven van afval gewoon wonen: vaak in zelf in elkaar geflanste hutjes van oude planken, karton en plastic. Het ziet er armetierig uit, troosteloos, deprimerend, zeker als het regent. En je wil er niet aan denken hoe het daarbinnen is als het tegen het vriespunt loopt, of als de temperatuur oploopt tot vijfendertig graden met een luchtvochtigheid van 95 procent.

En toch. De mensen bouwen er een bestaan op. Wie de kans krijgt een blik in zo’n hutje te werpen zal ontdekken dat het er huiselijk en piekfijn uitziet. Met een netjes opgemaakt bed, het beddengoed opgevouwen aan het voeteneind. Met plankjes aan de wand voor rijst, noodles en kruiden, en een matje voor de deur. Met nieuwsgierige kleine kinderen die giechelen achter moeders rok. Een vriendin in Shanghai die op een steenworp afstand van zo’n vuilnisbelt woonde, legde contact met de bewoners, bracht er spullen heen die ze niet meer nodig had, regelde een kinderwagen toen er een baby werd geboren en sleepte er alle vrienden uit Nederland mee naar toe.

‘Ons’ recycling-echtpaar, een opgewekte man en vrouw van midden veertig, haalde zeven dagen per week vuilnis op en kreeg daarmee hun enig kind op de universiteit. Het is een fascinerend onderwerp, afval. De Braziliaanse kunstenaar Vik Muniz maakte een paar jaar geleden een documentaire over de mensen die op een van de grootste vuilnisbelten ter wereld hun geld verdienen, net buiten Rio de Janeiro. Het werd niet alleen een aangrijpende film, maar het hele project leverde ook een paar prachtige kunstwerken op, die ten goede kwamen aan de vuilnisbeltgemeenschap.

Je kunt niet reageren.