In Nederland

KAMPEREN

Nog voordat de container arriveert, zijn we officieel Maastrichtenaar geworden: man, dochter, hond en ik. Een allervriendelijkste dame schrijft ons in en de hond krijgt een koperkleurige hondenpenning met het wapen van Maastricht erop: Voila!

Het is zomer, Maastricht lacht ons toe. De Maas glinstert, de terrasjes lonken. Je krijgt hier altijd een koekje bij de koffie, en een royaal stuk vlaai. O, kruisbessenvlaai met schuim! Bij de kaaswinkel proeven we romige askaas en bij de slager gebakken pastei.

In afwachting van huis en spullen vieren we vakantie op een kamping vlakbij de stad. We hadden via internet een plekje geboekt helemaal achterin de wei, met uitzicht over de landerijen. Het is een plek zonder stroom en er staat bijna niemand. Op het voorste deel van de kamping, het deel met stacaravans (en stroom), zit men hutje mutje op elkaar.

Een gezellige, Limburgse kamping, dachten we. We hadden er niet bij stilgestaan dat Limburgers natuurlijk niet in Limburg gaan kamperen. Zodoende zitten we nu tussen lijvige Hollanders en Duitsers.

 ’s Ochtends ga ik gezellig met Xiaohei (onze Chinese hond) broodjes kopen bij de kampingwinkel. Twee blonde vrouwen in roze badjassen, luid keuvelend in hard-Rotterdams, komen aansloffen. Met enkele andere kampinggasten wacht ik rustig af totdat de winkel opengaat. Het is na negenen en de winkel is nog dicht. Limburgs kwartiertje, denk ik goedmoedig. Bovendien is het vakantie. Maar de vrouwen in de roze badjassen denken daar anders over en bonzen op de deur. ‘Ze zijn hier verdomme nooit op tijd,’ bast de een.

De ander heeft een jonge hond bij zich die onze hond in de gaten krijgt en er enthousiast op afspringt. Onze Xiaohei (‘Zwartje’), die van straat is gered en nogal angstig is, kruipt weg. ‘Is-ie bang voor zo’n klein hondje?!,’ snerpt de roze badjas.

‘Wij zijn net uit het buitenland verhuisd, uit China. Ze moet nog wennen,’ verdedig ik Xiaohei.

‘Hebben jullie daar gewoond ofzo?’, blaft ze. Ze wacht mijn antwoord niet af, want de deur van de winkel zwaait open. ‘He he,’ keft ze richting winkeljuffrouw, ‘we staan hier al een kwartier wortel te schieten.’

Wat ben ik blij dat ik in Limburg kan acclimatiseren. Qua indirectheid en terughoudendheid zijn Limburgers toch een beetje de Chinezen van Nederland.

Je kunt niet reageren.