Olympisch Rekenen

Rekenen heeft in China dwangneurotische vormen aangenomen. Dagblad Shanghai Daily berichtte verleden week over de naschoolse cursus ‘Olympisch rekenen’ die in veel steden populair is. In die cursus breken kinderen van tien, elf jaar twee keer in de week twee uur lang het hoofd over rekensommen in de trant van ‘wat is som van de eerste vijfhonderd cijfers (1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8….etc.).’
De verslaggeefster noteerde het hartverscheurende verhaal van de elf-jarige Xu Xiangyu uit Peking die door zijn moeder op de cursus was gezet en die op een zaterdagmiddag de eindtoets aflegt. ‘Met elke tik van de klok zag Xu er ongelukkiger uit,’ meldt ze. ‘Voor hem lag een blad met zestien opgaven die hij in een uur moest oplossen. Hij leek er niet in te slagen. Af en toe voelde hij de ogen van zijn moeder, die samen met andere ouders in de achterste rijen zat, in zijn rug prikken.’
Xu’s moeder had 1600 renminbi (dik 160 euro) voor de cursus betaald. ‘Ik heb geen keus,’ zei ze. ‘Bijna alle kinderen in Xu’s klas doen deze cursus. Ik ben bang dat Xu achterop raakt en straks niet op een goede middelbare school komt. De competitie is fel.’

In mijn boek In Shanghai heb ik dit onderwerp uitgebreid aangekaart, en het blijft verbijsteren en ontstemmen, zeker als je zelf een kind in die leeftijd hebt. Het is de achterkant van het groeiverhaal, van de Chinese vooruitgang: het (vaak enige) kind moet het gaan maken, nu eindelijk de kansen geboden worden.
Met een ‘top-award’ in Olympisch rekenen maak je grote kans om op een top middelbare school te komen. Er zijn ook andere manieren, maar die zijn minder elegant: guanxi (contacten) of een ‘vrijwillige donatie’ aan de school (varierend van een paar honderd tot duizenden renminbi’s). Dus als je geen contacten en geen geld hebt, moet je zorgen dat je kind bij de besten hoort. Rekenen en taal scoren hoog, maar virtuoos pianospelen of tafeltennissen helpt ook (dat geeft de school cachet).
Gelukkig maken steeds meer Chinezen zich zorgen over deze trend. Yang Dongping, docent aan een technische universiteit in Peking, meldde op zijn weblog: ‘Cursussen zoals Olympisch Rekenen en andere naschoolse klassen, opgezet voor het selecteren van elite-studenten, maken van kinderen gevangenen en brengen schade toe aan een hele generatie.’ Hij kreeg duizenden reacties: allemaal ouders die net als hij bezorgd zijn over de ‘worship of high academic credentials’, zoals iemand het noemde.
Wat zo pijnlijk is voor de elfjarige Xu is dat hij, om zo te zeggen, uit de grot van Plato is geweest: hij heeft een schooljaar op een lagere school in Londen gezeten toen zijn moeder daar een jaar studeerde. ‘Op die school vond ik alle lessen leuk en de enige naschoolse activiteit was voetbal,’ zegt hij in de Shanghai Daily. En zijn moeder voegt eraan toe: ‘De meester in Londen vond Xu een rekengenie, maar zijn Chinese meester zegt dat hij maar middelmatig is.’
Nu is het natuurlijk wel zo dat er, gezien het lage rekenniveau op veel Europese scholen (inclusief de Nederlandse), waarschijnlijk weinig voor nodig was om Xu tot rekengenie uit te roepen. In Europa zijn we naar de andere kant doorgeschoten.

Je kunt niet reageren.