WE LACHTEN, MAAR EIGENLIJK WAREN WE ER KAPOT VAN

De Limburger, 17 september 2022

We zaten met z’n allen in een klein lokaal, dicht tegen elkaar aan. Het was een lokaal voor misschien twintig mensen, maar onze groep groeide maar aan, ik denk tot wel vijftig. Er werden klapstoelen gehaald. Terwijl het praatje al begonnen was, glipten er nog bezoekers naar binnen en op een bepaald moment moest een vrijwilliger daar een eind aan maken. Hij duwde de mensen terug, sloeg de deur dicht en zette zijn lijf ertegenaan. Eigenlijk was het theater van de eerste orde, en toen moest het beste nog beginnen.

Want waarom zaten we daar? Niet vanwege een onverwacht bezoek van koningin Máxima of zo, oh nee. We zaten daar vanwege een ontmoeting met een koe. Echt waar. De universiteit in Maastricht had de deuren opengezet voor haar jaarlijkse traktatie muziek, theater en wetenschap – korte, gratis voorstellingen en toegankelijke praatjes van een half uur. In de wandelgangen rumoerde het al: ga jij ook naar het praatje over de koe? Ik werd er zenuwachtig van, straks was er geen plaats meer.

Professor Leonie Cornips, bekend als de taalkundige die zich intensief met het Limburgs bezighoudt, ging het over de koeiengroet hebben. Sinds een paar jaar doet Cornips onderzoek naar de taal van dieren en naar de communicatie tussen dieren en mensen. Ze bezoekt stallen en doet veldwerk onder melkkoeien. Aan de hand van korte filmpjes liet ze ons zien hoe koeien elkaar begroeten, of juist niet, de ene nieuws­gierig, de andere nukkig, want het zijn eigenzinnige dieren met karakter.

Nu zult u smalend lachen en zeggen: ja zeg, dat kunnen boeren je ook vertellen! Hebben we daar een wetenschapper voor nodig? Maar u spreekt misschien dialect, elke dag, zonder erbij na te denken, en toch is het belangrijk dat het dialect ook wetenschappelijk wordt onderzocht. En er volgde meer. We zagen een filmpje waarop een koe met een bal speelt. Ik zeg het niet goed: een vrouw rolde een grote bal naar een koe in de wei en het dier raakte door het dolle heen, ze schopte de bal vooruit, rende er als een wilde achteraan, sprong de lucht in en maakte uitzinnige loei-geluiden.

We barstten met z’n allen in lachen uit, een geweldig, bevrijdend lachen. Wat? Een koe als een hond? We lachten, maar eigenlijk waren we er kapot van. Want als een koe geen productiedier meer is, als een koe net als een hond is, ja, dan verandert er iets. We eten immers geen hond. Ik vermoed, maar ik weet het niet zeker, dat we daarom met zovelen kwamen luisteren naar het verhaal over de koe: om ons iets te laten vertellen dat we, diep in onszelf, al wisten, maar dat we nu zeker weten. In de woorden van de Duitse dichter Rainer Maria Rilke: Du musst dein Leben ändern.

Je kunt niet reageren.