Achterhaalde jongenscultuur

De Limburger, 11 augustus 2022

Ik heb mijn vader, die niet meer leeft, nooit iets negatiefs of denigrerends over vrouwen horen zeggen, ook niet als grap. Ik vraag me af of het de generatie was, de laten we zeggen Sinatra-generatie, althans de Sinatra zoals hij opstijgt uit zijn muziek, zijn liedjes: galant en romantisch. Vrouwen behoorden voor mannen van deze generatie nog tot een ander domein, denk ik, het universum van schoonheid en ja, afhankelijkheid. Je behandelde ze als man met respect en lichte verontrusting, want je wist niet wat ze dachten en begreep hun gedrag soms niet – dat was het vrouwelijke. En dat liet je met rust.

Nu zitten we met een heel ander verhaal. Verschillende emancipatiegolven zorgden ervoor dat vrouwen massaal (weer) betaald werk gingen doen en zich invochten in domeinen waar voorheen alleen mannen actief waren. Tegelijk bleven ze het (merendeel van het) huishouden en de zorg doen. Dat is nog steeds zo. Maar nu begint het hard te gaan met vrouwen op tal van (top)posities, en het lijkt erop dat de nodige mannen niet met de tijd zijn meegegaan. Wel de lusten – wij zijn toch gelijk, ik mag jou dus benaderen als iemand die seksueel vrij beschikbaar is – maar niet de lasten: we zijn gelijk, dus laten we elkaar respecteren en stimuleren in al onze keuzes en capaciteiten en taken gelijkelijk verdelen.

Dus als er bij het studentencorps grappen worden gemaakt over vrouwen die hoeren zijn, dan is er niks nieuws onder de zon. Het is precies de uitdrukking van jongemannen die even flink de stemming erin willen brengen, zoals dat zo vaak gaat als groepen mannen bij elkaar zijn zoals Leon Verdonschot zo snedig in een column in De Limburger formuleerde toen hij schreef over een reisje met een oude vriendengroep: ‘Zo gauw de gezamenlijke lach de bulderende oe-klank krijgt en de schouders schokkend op en neer gaan, weet je genoeg: dan is de gezamenlijke intelligentie lager dan die van ieder afzonderlijk lid van de groep, dan is 1+1 opeens 0’.

Dat incident bij het Amsterdamse studentencorps is dus nogal een opgeblazen dingetje geworden, als je het bekijkt in het licht van wat er zoal gebeurt tussen groepen mannen die zich ongezien weten, onder ons. Maar onder de oppervlakte suddert er wel degelijk iets wat blijkbaar schuurt bij mannen binnen het corps. Vrouwelijke studenten zijn al jaren in de meerderheid aan de universiteiten en doen het beter. In tal van bedrijven en organisaties genieten ze bij sollicitaties nu de voorkeur, want die voelen haarfijn de tijdgeest aan. En beeldvorming, daar gaat het om. Zo sjiek is het dus niet meer om te zeggen dat je lid was van een studentencorps waar meer dan eens vrouwen hoeren worden genoemden erger.

Het corps is trouwens allang niet meer voor de elite. Massa’s eerstejaars staan te dringen om er lid van te kunnen worden. Dat heeft te maken met een hang naar vroeger, stelde oud-lid Christiaan Alberdingk Thijm in een rede bij de opening van de lustrumviering van het Amsterdamse corps: ‘een hang naar een gevoel van onaantastbaarheid en je buiten de maatschappij plaatsen’. Maar deze ‘jongenscultuur’ of liever ‘jongensenergie’, stelde advocaat en schrijver Alberdingk Thijm (51), heeft zijn beste tijd gehad. ‘Ik heb ervan geprofiteerd’, zei hij, maar ‘de jongenscultuur bracht ons de kredietcrisis, Brexit, Trump, Harvey Weinstein, Vandaag Inside, Brett Kavanaugh, GeenStijl, Thierry Baudet, Willem Engel en de oorlog in de Oekraïne.’ En daarom, stelde hij, zal precies die hang naar het verleden, dat jezelf buiten de maatschappij plaatsen, het corps fataal worden als het niet verandert.

Je kunt niet reageren.