Andere zorg voor pechvogels

De Limburger, 6 mei 2022

Hoe vrij kun je zijn als je in je hoofd geen ruimte voor vrijheid hebt? Dat zat ik me dezer dagen af te vragen toen ik las over een belangwekkend initiatief. De Brightlands Campus in Heerlen – waar gewerkt wordt aan digitale oplossingen voor maatschappelijke problemen – krijgt van het ministerie van Binnenlandse Zaken startgeld voor een project om armoede en schulden terug te dringen.

Inmiddels leven in Nederland meer dan een miljoen mensen op of onder de armoedegrens. Honderdduizenden gaan gebukt onder schulden. Volgens Brightlands Heerlen kampen zo’n 1,5 miljoen Nederlanders met problematische schulden, 40 procent heeft onvoldoende financiële inzicht voor het runnen van een gezond huishouden. Deze mensen zijn, kort gezegd, de godganse dag bezig met de vraag hoe ze hun huur, gas, water en licht, dagelijkse boodschappen en andere rekeningen nog kunnen betalen. Dat levert zoveel stress op dat het brein gaat tegensputteren en dichtklapt. Rekeningen worden genegeerd, er wordt (nog meer) op krediet gekocht, de schulden lopen op en men komt er niet meer uit.

Het idee achter het Brightlands ‘Lab Armoede en Schulden’, dat zich richt op Heerlen, is even simpel als prikkelend: je kunt mensen wel toegang geven tot allerlei hulp en toeslagen, maar het is natuurlijk veel beter als ze helemaal niet in de armoede en schulden terechtkomen. Via data-analyse en kunstmatige intelligentie gaan onderzoekers bekijken hoe mensen exact in de problemen belanden. ‘Denk aan de gevolgen van te hoge hypotheken, studieleningen, zzp’ers zonder pensioen, een echtscheiding, een zwaar ongeluk of ziekte’, zegt Pieter Custers op de site van Brightlands. ‘Als we de data over dit soort levensgebeurtenissen op een goede manier kunnen ontsluiten’, zegt hij, ‘dan kunnen we komen tot op maat gemaakte adviezen voor burgers om te voorkomen dat ze in de problemen komen’.

Goed initiatief. Diepgaande kennis van de problematiek is een begin. De Nederlandse politiek komt langzaam tot het inzicht dat de groeiende ongelijkheid niet zomaar stopt. Dat decennia van heilig vertrouwen in de markt en in de individuele verantwoordelijkheid van de burger hebben geleid tot een groot wantrouwen tegen de overheid. Nu gaat het erom die ongelijkheid aan te pakken. En, nog belangrijker: om anders naar ongelijkheid te kijken.

Want de Nederlandse politiek heeft van mensen die het minst weerbaar zijn ingewikkelde verplichtingen gevraagd. Je vraagt van mensen met weinig geld en een lage opleiding dat ze de gevolgen van een ingewikkeld onlinesysteem voor het regelen van toeslagen kunnen overzien. Je vraagt van bijstandsmoeders en -vaders dat ze zich een weg banen door een woud van regelgeving en loketten. Van gestreste mensen met schulden vraag je digitale handigheid en de sociale vaardigheid om telkens met andere hulpverleners te communiceren.

En als ze dat niet blijken te kunnen, als ze fouten maken, dan hebben ze het aan zichzelf te wijten. Hoe mooi is eigen verantwoordelijkheid als je gezond bent, een goed stel hersens hebt, een behoorlijke opleiding en een financieel vangnet in de vorm van ouders die wel wat kunnen opvangen. Dan kun je het je permitteren om fouten te maken, dan heb je een vrij hoofd en speelruimte om te bewegen, voorwaarden om vooruit te komen.

Die vrijheid is voor een groep mensen in Nederland beperkt. Simpelweg omdat ze de instrumenten niet hebben. Bij bestuurders moet toch een lichtje opgaan nu blijkt dat bijna de helft van alle gedetineerden een licht verstandelijke beperking heeft, zoals Trouw op 13 april berichtte. Ongelijkheid komt niet alleen maar voort uit een gebrek aan kansen. En dat betekent dat er een andere aanpak moet komen voor mensen die niet mee kunnen, die pech hebben.

Je kunt niet reageren.