Woorden kun je niet vernietigen

De Limburger, 8 april 2022

Ooit had ik een interview met een Roemeense schrijfster die naar het Westen was gevlucht. Jarenlang was ze geterroriseerd door de Securitate, de Roemeense veiligheidsdienst. Ik vroeg haar waarom ze niet eerder was vertrokken. ‘Ja maar!’ viel ze uit, ‘waarom zou ik vertrekken? Ik ben daar geboren! Ik hoor daar, in dat land! Het kan toch niet zo zijn dat de dictator blijft en dat alle anderen gaan?’

Ik moet vaak aan deze woorden denken, nu zoveel Oekraïners vluchten, met achterlating van alles wat hun dierbaar is, huis, werk, hun hele sociale omgeving, inclusief familieleden en vrienden die niet kunnen vertrekken, of niet willen – precies om die reden: waarom moet ik gaan? Dat de Russen vertrekken! De onverzettelijkheid van de blijvers is ongelooflijk. Ik lees en hoor het en heb er diep respect voor.

Woorden kun je niet vernietigen, zei een Oekraïense schrijver die weigert te vertrekken op de radio. Je kunt alles vernietigen, zei hij, maar de woorden zullen blijven. Woorden die nu geschreven worden, die straks deel zullen zijn van de oorlogsliteratuur van Oekraïne. In Oekraïne blijven schrijvers schrijven, is het niet digitaal of op papier, dan is het wel in hun hoofd.

Schrijver Artem Chapeye (40) sloot zich als vrijwilliger aan bij het leger. ‘Het verbazingwekkendste is’, zei hij vanuit de frontlinie in een interview met The New Yorker, ‘dat de meesten van ons niet verwacht hadden dat we zoveel verzet en solidariteit in ons hadden.’ Hij krabbelt alleen dagboeknotities, maar de verhalen verzamelen zich in zijn hoofd. ‘Vrouwen baren kinderen in schuilkelders, ouderen vervoeren de lichamen van hun buren in kruiwagens, honden en schapen volgen het leger omdat ze hun baasjes zijn kwijtgeraakt.’

Schrijfster Natalia Yavorska, een pseudoniem uit zelfbescherming, beschreef haar evacuatie door de Russen uit een dorp bij Marioepol (gepubliceerd door het mediaplatform OpenDemocracy). Niemand wilde vertrekken, en al helemaal niet naar Rusland. Ze moesten. Na een week van zware bombardementen kwam ze voor het eerst uit de schuilkelder. ‘Het is een surrealistisch gevoel als je ziet dat je oude school nu een hoop stenen is, en schoolboeken overal bezaaid liggen. Er hing nog steeds een plaat aan de muur, de erelijst van de school, met een foto van mijn zus, en overal om ons heen waren Russische soldaten.’

Na een gruwelijke tocht de grens over, via een Russisch doorgangskamp waar ze ondervraagd en bedreigd werd, wist Yavorska op de trein te springen naar familie in Rostov. ‘Het was absurd. Ze waren heel gastvrij, maar totaal gehersenspoeld door Russische propaganda.’ Op de trein naar Moskou duizelt het haar. ‘Treinreizigers beweerden dat in Marioepol biologische wapens gemaakt werden om de voortplantingsorganen van Russische vrouwen te verwoesten. Het voelde als een soort collectieve waan. Voor de oorlog geloofde ik echt dat Russen niet hetzelfde waren als Poetin. Ik was ervan overtuigd dat niemand oorlog wilde met Oekraïne. Nu denk ik dat zelfs verstandige mensen in Rusland er verantwoordelijk voor zijn.’

Schrijver-regisseur Oleh Sentsov (45), afkomstig uit de Krim, liep zes weken geleden in smoking over de rode loper in Kiev, vanwege de première van zijn film Rhino. Nu is hij vrijwilliger in het leger. ‘Op dit moment’, zegt hij in een interview met The Atlantic, ‘denk ik niet aan films. Ik ben geen filmmaker. Tot de overwinning ben ik een soldaat’. Al weken zit Sentsov in de loopgraven. Over het verbeelden van de oorlog zegt hij: ‘het echte gezicht van oorlog, het ware gezicht, is er een waar je niet over kunt lezen, die je niet op het nieuws kunt zien. Je moet het met je eigen ogen zien’.

Je kunt niet reageren.