Volt liet Gündogan in de kou staan

De Limburger, 29 maart 2022

Is er iemand die zich erover verbaast dat Marc Overmars een nieuwe topbaan in het betaald voetbal heeft? Wie vreesde dat de arme man voor zijn leven getekend zou zijn en aan de bedelstaf zou raken – hij gaat meer verdienen dan bij Ajax. Flinterdun is de verhitte buitenkant van de samenleving, als een buitenbad bij felle zon. Aan de oppervlakte is het warm, maar daaronder blijft het akelig koud.

Akelig koud is het bijvoorbeeld voor Nilüfer Gündogan, het Kamerlid dat uit de Volt-fractie werd gezet en werd geroyeerd als partijlid. Ik betrapte me erop dat ik zocht naar bijval of op z’n minst begrip voor haar. Het is dun gezaaid. Toch is het op z’n zachtst gezegd opmerkelijk dat Volt-fractievoorzitter Laurens Dassen het besluit om Nilüfer Gündogan uit de partij te zetten motiveerde door naar de media te verwijzen: naar NRC dat onderzoek naar de Volt-melders tegen Gündogan had gedaan, en naar de talkshow Jinek, waarin Gündogan zich verweerde.

Dus Volt had de anonieme melders, de eigen medewerkers van de partij, niet zelf uitgebreid gesproken, maar liet de berichtgeving van de krant zwaar wegen? En Volt viel erover dat Gündogan zichzelf verdedigde in een tv-show, terwijl de partij haar eerder niet de kans had gegeven om dat binnenshuis te doen. Om het geheugen op te frissen: Nilüfer Gündogan werd in februari plotseling geschorst als fractielid op beschuldiging van ‘grensoverschrijdend gedrag’. Om wat voor gedrag het precies ging werd niet bekendgemaakt en ook Gündogan zelf werd daarover niet door de partij geïnformeerd.

Ik noem dat een vorm van geweld. Het bestuur van Volt zegt het verschrikkelijk te vinden dat de melders onvoldoende zijn beschermd. Maar hoe zit het met de bescherming van Gündogan, de eigen fractiegenoot met wie Volt zo trots de landelijke politiek bestormde? Zij heeft net zo goed recht op bescherming, ondanks de aantijgingen die tegen haar gedaan zijn en die wijzen op intimiderend, dominant en soms handtastelijk gedrag, waarbij Gündogan zich in al haar bevlogenheid van geen kwaad bewust leek.

Je vraagt je af hoe het mogelijk is dat Volt-medewerkers die door NRC geschetst worden als ‘jong, hoog opgeleid en verbaal sterk’ niet in staat waren om met z’n allen rond de tafel te gaan zitten om dat gedrag bespreekbaar te maken, zeker nadat ze zich eerst als dolenthousiaste fans gewarmd hadden aan het vuur van Gündogan, een vrouw die werd geboren in Turkije en op jonge leeftijd naar Nederland kwam. Die een moeilijke jeugd had, getekend door een gewelddadige vader. Die geregeld haar studie geneeskunde in Amsterdam onderbrak vanwege de situatie thuis. Die haar studie niet afmaakte, maar via D66 in de Amsterdamse gemeentepolitiek opklom en in 2021 voor de nieuwe partij Volt in de Tweede Kamer werd gekozen. De vaandeldrager van Volt: vrouw, migratieachtergrond, op eigen kracht ingevochten. Juist zo iemand, zou je denken, gun je bescherming in je partij.

Ik heb waardering voor de enkeling die zich liet horen. ‘Je zult maar anoniem beschuldigd worden en geen gelegenheid krijgen je te verdedigen,’ aldus een lezer van De Limburger. Daar is eigenlijk alles mee gezegd. Een NRC-lezer raakte aan een ander essentieel punt. Hij verbaast zich erover dat de mogelijke beweegredenen van de melders, ‘hekel, haat, rancune?’, buiten beschouwing werden gelaten in de krant en hij schrijft: ‘Wat opvalt is dat – zo het allemaal klopt – helemaal niemand zich volwassen en dus weerbaar heeft opgesteld.’ ‘Weerbaar’ – dat is een woord dat wat mij betreft naast het woord ‘onveilig’ mag staan. Wie is wanneer onveilig en wanneer word je verondersteld weerbaar te zijn? In de politiek, weet iedereen, moet je tegen een stootje kunnen. Wie zich daar eerst warmt, kan zich ook een keer verbranden.

Je kunt niet reageren.