Potloodventer 2.0

De Limburger, 11 februari 2022

Het was eind jaren zeventig, je zus en jij fietsten elke dag de 3 kilometer naar school en terug. Heen ging het naar Heerlen in drommen, scholieren uit andere dorpen namen dezelfde weg. Terug was het stil op het landweggetje naar Ten Esschen en meestal fietste je alleen – je zus had haar eigen rooster. Op dat stille landweggetje diende zich om de zoveel tijd een potloodventer aan. Hij stelde zich verdekt op tussen de struiken, net voorbij het fietstunneltje onder de snelweg: een fuik. Bij het naderen van het tunneltje schoot het door je hoofd: misschien stond hij er weer? Waarom had je niet gewacht totdat je met je zus mee kon fietsen?

Gejaagd snelde je de helling naar het tunneltje af, om met een rotvaart door de bocht te sjezen, zodat je in elk geval zo snel mogelijk voorbij de plek zou zijn waar hij zou staan, en je het niet hoefde te zien: de man met zijn ding. Als hij er stond racete je als een dolle de rest van de weg naar huis – alsof hij achter je aan kon komen. Zolang hij er stond, was je op de fiets in elk geval sneller. Op zekere dag fietste je opgelucht voorbij de plek, de kust was vrij en je zwierde vrolijk de heuvel af toen je achter je het geronk van een brommer hoorde. Net toen het bergop ging hoorde je dat de brommer achter je vaart minderde en voordat je het wist was hij naast je: een man op een bromfiets met zijn ding uit zijn broek, bewegingen makend met zijn hand. Sinds je tienerjaren kun je geen brommer achter je horen zonder dat je eraan denkt: de potloodventer op zijn bromfiets.

Vier decennia later is er de potloodventer 2.0, de man die vrouwen belaagt met zijn dickpic. Wat is dat voor een fenomeen? Wat bezielt die mannen? Maar wacht, waarom vraag ik dat? Want met die vraag probeer ik me te verplaatsen in de man. En dat is precies wat er de afgelopen decennia is gebeurd: vrouwen hebben zich verplaatst in mannen, hebben zich aan hen aangepast, waardoor ze zijn opgeschoven op de maatschappelijk ladder. Intussen hebben mannen niet meebewogen, of in elk geval te weinig. Anders zouden we nu niet met de brokken zitten.

Nu zegt u: overdrijf toch niet zo. De meeste mannen deugen. Die oude potloodventers waren ziek. En de nieuwe zijn gewoon zielig. Uit reacties op mijn laatste column kan ik opmaken dat sommige mannen zich ergeren aan het debat. ‘Laten we niet vergeten,’ schreef een lezer, ‘dat deze hele discussie op het overgrote deel van de mannen (gelukkig) helemaal niet van toepassing is. Ook niet op mijzelf. Toch word ik hier door de wijze van discussiëren op aangesproken, terwijl ik me geenszins aangesproken voel.’

Ach, natuurlijk, hoe ongevoelig van mij, ik moet me wel een beetje inleven. Waarom sturen mannen dickpics? Nee, laten we het omdraaien. Wat vinden vrouwen ervan? Het is nu tijd voor mannen (ja, in het algemeen, ook al gaat het niet om jou) om zich in vrouwen te verplaatsen. Hoe voelt dat: wanneer je ongevraagd plaatjes van piemels krijgt toegestuurd? Laat ik bij jongere vrouwen te rade gaan. Zij krijgen ze via Instagram of Snapchat met regelmaat ongevraagd toegestuurd, van mannen die ze niet of nauwelijks kennen. ‘Ongevraagd is nooit oké,’ zeggen de vriendinnen uit Heerlen die van de oogst aan dickpics een scheurkalender maakten. Mijn eigen dochter (22) zegt resoluut: ‘het is gore online seksuele intimidatie en als het door een meerdere gebeurt puur misbruik’.

Je kunt niet reageren.