Nieuw Limburgs kwartiertje

De Limburger, 14 januari 2022

Ik vond het wel mooi dat Emile Roemer als kersverse gouverneur het Limburgs kwartiertje ter sprake bracht in zijn eerste nieuwjaarstoespraak. Hij gaf er wel een draai aan: ‘Een klein kwartiertje waarin mensen nog even kunnen nadenken of hun bericht echt de wereld in moet en niet onnodig kwetsend of bedreigend is voor een ander.’ Een kwartiertje langer nadenken, dat lijkt me een wijze raad om het jaar mee te starten.

Die mogen ook journalisten en opiniemakers zich ter harte nemen: net iets meer reflecteren op het vak. Verschillende kranten, inclusief De Limburger, werken gelukkig aan journalistieke zelfreflectie, via een ombudsman, via een hoofdredacteur die lezers een blik in de keuken gunt. En via de lezers zelf. Die vragen erom, steeds dringender.

‘Een nieuw kabinet, dan graag ook een nieuwe journalistiek’ – op een lezersbrief met deze kop in de Volkskrant volgde een stroom aan instemmende reacties. De briefschrijfster ergert zich eraan dat de journalistiek de nieuwe regering lijkt af te serveren voordat deze goed en wel begonnen is, dat ze ‘door zure artikelen heen moet lezen’ om aan feitelijke informatie te komen. Ze vraagt van de krant ‘of het mogelijk is om andere journalistiek te bedrijven. Om plannen op hun merites te beoordelen (…), om mensen een kans te geven te laten zien wat ze bedoelen en ze niet al op voorhand neer te sabelen. Om in de vetgedrukte tussenkopjes van alinea’s te nuanceren in plaats van te escaleren’.

Ook NRC ontving zo’n kritische lezersbrief die navolging kreeg. Kan de journalistiek niet wat meer werk maken van de eigen kwaliteitscontrole? vraagt deze lezer zich af. Ze stoort zich aan gemakzuchtige verslaggeving die de politiek als een soort voorstelling of wedstrijd verslaat: wie scoorde leuk, wie trapte het hardst. Intussen, stelt ze, vragen lezers gewoon om ‘zo objectief mogelijke analyses van de dilemma’s waar kabinet en parlement zich voor gesteld zien’.

Maar kranten doen tenminste nog aan zelfreflectie. Bij radio- en tv-verslaggeving kunnen ze wel een reflecterend bosberaad gebruiken in plaats van een Limburgs kwartiertje. Spelen op emotie, de geïnterviewde woorden in de mond leggen, het is courante journalistiek geworden. Op televisie werden nieuwe ministers meteen onderworpen aan de scoringsdrift van journalisten die uit waren op ‘leuk en gevat’.

Christianne van der Wal, minister van Natuur en Stikstof, werd nog maar eens gevraagd naar haar uitspraak over ‘het biertje na afloop van een vergadering’ die de hele week al voorbij was gekomen. Dennis Wiersma, minister voor Primair en Voorgezet onderwijs, werd doorgezaagd over de ‘stapeling’ tijdens zijn schooltraject en zijn aanmelding, als zestienjarige, bij de Lijst van Emile Ratelband. Lachen. Zou niemand op de redactie denken: misschien moeten we daar eens mee ophouden? Gewoon, omdat kijkers het niet waarderen. Die stemmen namelijk op een informatieve uitzending af omdat ze geïnformeerd willen worden, zonder al die lollige ruis.

Sterker, het publiek hongert juist naar gedegen, goed voorbereide tegenspraak. En die is ook hard nodig. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de opmerkingen van iemand als Cees Roels, waarnemend ambassadeur in Afghanistan ten tijde van de val van Kabul. In een interview legde hij uit dat de evacuatie zo misliep omdat er op de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie te weinig tegenspraak was. ‘Het is essentieel’, zei hij, ‘om meer mensen te hebben die contrair durven denken.’ Hij pleitte voor een Red Team: ‘een team van mensen dat tegen de club rondom een minister durf te zeggen: dit is allemaal apekool wat jullie vertellen’. Een Red Team. Dat lijkt me ook wel iets voor de nieuwe gouverneur: elke dag een Limburgs kwartiertje met contraire denkers voor wat krachtige tegenspraak.

Je kunt niet reageren.