Máxima als voorbeeldfiguur

De Limburger, 21 mei 2021

Kijk eens: met de jarige koningin, een vrouw met een migratie-achtergrond, komt zowaar de poëzie ons land binnenrollen op prime time tv. Eerst las ze, op verzoek van de interviewer, voor 3,2 miljoen Nederlanders een gedicht van Pablo Neruda voor en hoorden we onder de Spaanse dichtregels de trilling van haar achtergrond: een complex continent, stormachtig en ruig, niet vlak en aangeharkt zoals Holland. Daarna gaf Máxima de interviewer een bundel van de Amerikaanse dichteres en Nobelprijswinnaar Louise Glück en als Matthijs van Nieuwkerk op dat moment doortastend was geweest had hij haar gevraagd daaruit óók een gedicht te lezen, een die ze zelf koos.

Dat had ons een inkijkje gegeven in de ziel van Máxima. Niet dat ons dat inkijkje nu onthouden werd: haar vader kwam voorbij, haar zusje dat zelfmoord pleegde, haar werk, haar dochters. Zelfs een verstokte republikein moest toegeven: hier zat een vrouw die het land verhief, die bevlogenheid paarde aan verstand, die ontwapenend én zakelijk was, bijzonder én gewoon. Maar met een gedicht van Glück hadden we nog een trilling kunnen horen, misschien wel onder deze regels: ‘uit het hart van mijn leven spoot een grote fontein diepblauwe schaduwen’.

Eigenlijk was natuurlijk een vrouw aan de beurt om Máxima te interviewen. Maar die was zeker onvindbaar en onzichtbaar. Uit de krant vernam ik recentelijk dat van alle koninklijke lintjes die rond de verjaardag van Maxima’s eega werden uitgereikt slechts een derde vrouw is. Nu zal dat veel vrouwen niet boeien, dat lintje, maar het is veelzeggend, om niet te zeggen totaal absurd.

Theatermaker Adelheid Roosen maakte onlangs een film over de onzichtbare vrouwen die allemaal een lintje zouden moeten krijgen. ‘Wanneer ik door de wijken van de stad loop en die buitenkant afpel, de gebouwen, de buurthuizen, dan zie ik daaronder allemaal vrouwen,’ zei ze in een interview. ‘Vrouwen die moeders van de wijk zijn. Die de kinderen van de straat grissen die hulp nodig hebben, die de eenzamen vanachter hun ramen als bloemen wegplukken. Vrouwen die net meer waarnemen. Als vanzelfsprekendheid.’

Vrouwen zijn meestal niet zo goed in hun eigen pr. Ze vinden wat ze doen normaal en tetteren het niet rond. Dat geldt ook voor Máxima: ze reist voor haar werk stad en land en de wereld af, maar er is vooral aandacht voor hoe ze eruitziet. Het is een ingesleten gewoonte: vrouwen beoordelen op hun uiterlijk. Mijn eigen dochter moest ons er thuis op wijzen: stop eens met commentaar leveren op hoe vrouwen eruitzien. Niet in negatieve, maar ook niet in positieve zin. Luister, net als bij mannen, gewoon naar wat ze te vertellen hebben. Zo, die zat.

Rivkah Op het Veld, al tien jaar werkzaam in de sportjournalistiek, schetste in een lezing hoe vaak vrouwen in de sport worden becommentarieerd op hun uiterlijk. ‘Het zal de meeste mensen een worst wezen hoe Frenkie de Jong eruitziet,’ zei ze, ‘maar er zijn wel talloze beschrijvingen van het uiterlijk van Jackie Groenen of Lieke Martens.’ Ook wordt een sportvrouw anders geïnterviewd, constateerde ze. Als een vrouw een slechte dag heeft wordt haar gevraagd naar persoonlijke, emotionele omstandigheden, terwijl men bij een mannelijke sporter eerder vraagt naar factoren buiten hemzelf, het hobbelige veld, de botte schaats.

Was het niet tegenstrijdig, vroeg Matthijs van Nieuwkerk aan de koningin, dat haar vader niet aanwezig kon zijn op de gelukkigste dag van haar leven? Een vraag die vanalles suggereerde en die haakte naar emotie en spijt. Maar Máxima trapte er niet in: ‘Weet u,’ zei ze, en ze veegde de vraag in één keer van tafel, ‘het leven ís tegenstrijdig.’

 

 

Je kunt niet reageren.