De kont tegen de krib gooien

De Limburger, 23 april 2021

Gelukkig was er David Jongen die het voor Limburg nog een beetje hooghield. De bestuursvoorzitter van het Zuyderland ziekenhuis kwam met een woeste brief aan minister Hugo de Jonge: ‘Astra-Zeneca, Janssen of welk vaccin dan ook: wij willen prikken in plaats van eindeloos debatteren,’ schreef hij. De vaccins lagen te wachten in de koelkast en hij wilde zijn personeel niet langer laten werken zonder adequate bescherming. De minister bougeerde: er zou een speciale levering Pfizer vaccins voor zorgmedewerkers richting de ziekenhuizen gaan.

Om iets voor elkaar te krijgen moet je af en toe je kont tegen de krib gooien. Wat mij betreft had Jongen dat Astra-Zeneca sowieso wel kunnen uitdelen onder zijn medewerkers. Als werkgever ben je verantwoordelijk voor de veiligheid en het welzijn van je personeel, dus wat houdt je tegen? Ja, het besluit van de minister, het advies van de Gezondheidsraad. Nou en? Gaat de veiligheid van je personeel niet voor?

Soms moet je gewoon dwarsliggen en iets proberen. Dat is de les van het opmerkelijke boek Meester van de medicijnen van journalist Karel Berkhout dat deze week verscheen. Het gaat over de Haagse apotheker Paul Lebbink en zijn strijd tegen de peperdure medicijnen van de farmareuzen. In zijn apotheek in het Transvaalkwartier, een van de armste wijken van Nederland, bereidt Lebbink voor zijn patiënten medicijnen die veel en veel goedkoper zijn.

Met zijn ‘magistrale bereiding’, de term voor de eigen bereiding door de apotheker, zet hij de farmaceutische industrie die geen openheid wil geven in de werkelijke kosten van een medicijn, de voet dwars. Onder het motto ‘ik ga het gewoon proberen’ maakte hij onder meer een medicijn voor een baby met een zeldzame stofwisselingsziekte. Lebbink maakte het voor ongeveer 3000 euro per jaar, terwijl Big Pharma er 150.000 euro per jaar voor vroeg.

Meester van de medicijnen laat zien hoe belangrijk het is dat er mensen zijn die regels en afspraken doorbreken die zich tegen de menselijke maat keren. De magistrale bereiding bleek voor Lebbink hét middel om geneesmiddelen beschikbaar te maken voor zijn veelal armlastige patiënten. Want door een combinatie van ‘armoede, geneesmiddelenbeleid en winstmaximalisatie door farmaceutische bedrijven’, schrijft Berkhout, zijn veel medicijnen langzamerhand onbereikbaar geworden voor een hoop mensen.

Eigengereidheid en tegenspraak – dat is wat nu nodig is in Limburg. ‘Hoe is het met de tegenspraak in de provinciale omgeving? Durven medewerkers tegen gedeputeerden te zeggen: dat kan op die manier niet? Het heeft ook iets te maken met een veilige werkomgeving,’ zei Johan Remkes, de waarnemend gouverneur, in een interview met De Limburger afgelopen maandag.

Daar valt wel een beerput open te trekken voor Remkes, want de verhalen van gedeputeerden die zich gedroegen als onaantastbare machers, Ger Koopmans (‘Napoleon’) voorop, zijn legio. NRC-journalist Joep Dohmen, die de crisis in bestuurlijk Limburg in gang zette met zijn onderzoek naar het misbruik van subsidiegelden door oud-CDA-gedeputeerde Herman Vrehen, vatte de kern van het probleem in Limburg nog eens fijntjes samen op L1 radio: tijdens een bezoek aan Vrehen begreep de goede man helemaal niet wat er mis was met wat hij deed.

Tegenspraak komt niet uit de lucht vallen. Het is geen kwestie van iemand aanwijzen en zeggen: zo, vertel jij maar eens wat je denkt. Tegenspraak moet je zélf organiseren, door een werkklimaat te creëren waarin er openlijk flinke kritiek geleverd kan worden, harde vragen kunnen worden gesteld. Dat is lastig in conservatief Limburg, waar men bang is controle te verliezen en kritiek als aanval wordt gezien. Het gaat alleen lukken met vers bestuurlijk talent van buiten en met een werkvloer vol mensen die niet op elkaar lijken.

 

Je kunt niet reageren.