Doodknuffelen van zieligheid

De Limburger, 9 april 2021

Ze kunnen alles over je zeggen, zolang ze maar niet zeggen ‘ocherm’. Een volkswijsheid die ik van huis uit meekreeg. De boodschap: zodra mensen je zielig gaan vinden is het met je gedaan. Ik moest hieraan denken toen ik daags na Pasen de radio aanzette en in de actualiteit viel. Aan leerlingen die aan hun eindexamen waren begonnen werd gevraagd hoe ze het ervoeren, examen doen in Coronatijd.

Verslaggever: hoe moeilijk is het voor je? Hoe zwaar vind je het? Hoewel diverse leerlingen aangaven dat het wel meeviel, drong hij aan: voel je je benadeeld? Het volgende item ging over Nederlanders die op tweede Paasdag nog snel, zonder coronatest, in Duitsland gingen tanken. Verslaggever: ben je boos dat je met Pasen in de file moet staan? Hoe vervelend is dit voor je? En nog maar eens: hoe boos ben je?

Mensen wordt het in de mond gelegd: dat ze zielig en boos zijn, niet serieus worden genomen, niet worden gezien, erkend. Het is de doodsknuffel van de zieligheid: jij, ocherm, het wordt tijd dat ze iets voor je doen! Niet vreemd dus dat mensen gaan denken dat ze tekort worden gedaan, en dat ze gaan klagen dat ‘ze’ allemaal zakkenvullers zijn, plucheplakkers, daar in de gemeente, de provincie, in Den Haag, ja eigenlijk iedereen in een bestuursfunctie die niet luistert naar hun noden. En geef ze eens ongelijk: met de huidige puinhopen van geritsel en gerommel in bestuurlijk Nederland.

Ik stel het nu even gechargeerd om een tendens te signaleren. Om een lijn te trekken naar de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen in Limburg, waar de PVV in bijna alle gemeenten de tweede partij werd (en in enkele de eerste). Het geeft aan dat de PVV niet alleen populair is bij proteststemmers aan de onderkant, in achterstandswijken, maar dat de populariteit breed gedragen wordt. Ook Forum voor Democratie deed het in Limburg goed (6,5 procent), de partij naderde zelfs het aantal stemmen van de PvdA (7 procent). Uit cijferanalyses blijkt dat het gros van de PVV-kiezers middelbaar is opgeleid. Bij FvD is het aantal hoog- en middelbaar opgeleiden samen meer dan tachtig procent (verkiezingen in cijfers, NOS).

Met andere woorden, het gros van de kiezers van Wilders en Baudet bestaat niet uit de onzichtbare verliezers die onze onvoorwaardelijke solidariteit verdienen. Zijn niet de tweeënhalf miljoen mensen waarop de Nationale Ombudsman wijst: de mensen in armoede, de laaggeletterden, de mensen met een arbeidsbeperking, de mensen in de laagstbetaalde banen. Is het dan niet fair om ook de mensen die volgens Wilders en Baudet ‘het volk’ uitmaken eens kritisch te bevragen? Om de mensen die boos zijn op de overheid, op de politiek, op migranten, eens te vragen om hun boosheid te relativeren, om te vragen of ze bereid zijn rekening te houden met andere standpunten, met de noden van anderen?

‘Het volk’ bestaat niet uit zielige mensen die nooit gehoord worden. Sterker, ‘het volk’ wordt in kranten, radio- en tv-programma’s voortdurend aan het woord gelaten. En er wordt naar geluisterd. Jarenlang heeft VVD-leider Mark Rutte zijn oor laten hangen naar ‘het volk’, met zijn uitspraken over het ‘invechten’ van jongeren met een migratieachtergrond, met ‘pleur op’ tegen Turkse Nederlanders, met zijn ‘Brief aan alle Nederlanders’ in 2017 waarin hij zei: ‘Doe normaal of ga weg’, met zijn ‘goede populisme’ – enkel omdat hij meende dat ‘het volk’ erom vroeg, om kiezers weg te lokken bij de PVV. Wordt het niet tijd om iets terug te vragen? Wat meer begrip, bijvoorbeeld, voor de Nederlanders die door de woorden van Wilders en Baudet worden afgeserveerd?

 

 

Je kunt niet reageren.