Voortschrijdend inzicht

De Limburger, 12 juni 2020

Ik was een jaar of tien toen ik met mijn ouders een galerie bezocht in Amsterdam. Bij ons vertrek verscheen de vrouw van de galeriehouder uit een aangrenzende kamer met twee grote, imponerende honden. In Amsterdam was het oppassen, zei de galeriehouder. Hij keerde zich naar de hond en fluisterde ‘negers’, waarop de honden vervaarlijk begonnen te grommen.

Dit voorval bleef lang in mijn hoofd hangen. Honden, negers en gevaar vormden samen een cocktail die ik in al zijn cruheid jaren later opnieuw aantrof toen ik in Zuid-Afrika ging wonen, waar witte mensen hun honden trainden op zwart gevaar. Het zoontje van mijn hulp werd aangevallen door een hond, terwijl ze naar ons huis op weg waren. Wekelijks berichtten kranten over zwarte mensen die waren belaagd door honden, vaak op het platteland, waar zwarte arbeiders op weg naar huis het pad van een witte boerderij kruisten.

Racisme in zijn schaamteloze virulentie, iedereen zal zich er vol afkeer vanaf wenden. Maar de geschiedenis laat zich niet zo snel opzijzetten, zoals premier Rutte denkt. Hij zei dat we naar de toekomst van iemand moeten kijken, niet naar zijn afkomst. Maar daar gaat het nu juist om: dat we de geschiedenis erkennen van mensen van kleur, hoe beschamend zij eeuwenlang zijn behandeld, in hun eigen land, in Europa, in Amerika, en hoe de naweeën van die geschiedenis nog steeds hun leven mede bepalen.

Daarom was ik erbij afgelopen zondag in Maastricht, waar zwart en wit bij elkaar waren gekomen om te demonstreren tegen racisme. Voornamelijk jongeren, een nieuwe generatie die het onbegrijpelijk vindt, ja onbestaanbaar, dat er vandaag de dag nog steeds verschil wordt gemaakt tussen witte Nederlanders en degenen met een kleur. Zoals een jongeman zei: ‘Ik ben een grote zwarte man, ik moet de hele tijd laten zien dat ik niet voldoe aan de vooroordelen over een grote zwarte man.’ En een vrouw: ‘ik zorg dat ik er fit uitzie, je wil niet overkomen als lui.’

Een cijfer van het CBS: op 1 mei 2020 had 24,4 procent van de Nederlandse bevolking een migratieachtergrond. Het is dus tijd. Het kan niet meer gaan over de goede bedoelingen van witte Nederlanders. Diversiteit is geen geste naar gekleurde mensen, het is een noodzaak. Premier Rutte kreeg een voortschrijdend inzicht doordat hij sprak met jongeren die vertelden hoe pijnlijk Zwarte Piet voor hen is. Laten we leren van de jongere generatie. Ze leggen ons uit waarom we dingen niet begrijpen: omdat we ze zelf niet voelen.

Zo had ik afgelopen week een discussie met mijn dochter over wat zij het n-woord noemt. Hoezo n-woord? zei ik. Het zou toch absurd zijn als je een woord niet meer mag uitspreken? Een jaar geleden was ik het nog van harte eens met columnist Frits Abrahams die in een stukje betoogde dat het onzin is om het woord ‘slaaf’ niet meer te gebruiken. ‘We weten allemaal wat ermee bedoeld wordt en dat het geen woord is dat ook maar iets vergoelijkt of verhult,’ schreef Abrahams.

Wat Abrahams en ik vergeten, zei mijn dochter, is dat wij als witte Nederlanders niet kunnen voelen hoe het is om over je voorvaderen te spreken in termen van ‘slaven’. De zin: ‘jouw overgrootmoeder was een slaaf’ is pijnlijk, kwetsend, want deze vrouw was een mens zoals jij en ik, geen economisch product. Zo wrijft mijn dochter mij nu in dat het woord ‘neger’ voorbehouden is aan zwarten zelf, om dezelfde reden: het is kwetsend en heeft een historische beladenheid: het is uitgevonden om de ander te degraderen. Dat is voortschrijdend inzicht: niet alleen meer weten, maar dat weten ook kunnen navoelen.

 

 

Je kunt niet reageren.