Leven in de pauzestand

De Limburger, 29 mei 2020

Ik ben twintig jaar, vijfentwintig jaar, achtentwintig jaar. Hoe lang gaat dit duren? Ik ben niet ontslagen, maar ik heb veel minder werk. Waar ga ik mijn huur van betalen? Ik studeer, maar ik ben mijn bijbaantje kwijt en mijn schulden lopen op. Ik deed een afstudeerproject in Praag, maar de Flixbus van Maastricht naar Praag strandde in Duitsland, omdat Tsjechië de grens had dichtgegooid.

Mijn stage is gestopt. Ik zit veel thuis, tussen de stress van mijn ouders. Op straat houden handhavers ons constant in de gaten. Vooral mijn donkere vrienden worden aangesproken. Ik zou gaan werken in Spanje, maar dat gaat niet door. Ik zou een stage gaan doen in Amsterdam. Ik zou op uitwisseling gaan naar Hongkong. Ik was aangenomen in een boetiek in Maastricht. Ik zou optreden in tien steden in Nederland en België.

De zomer is dé tijd om geld te verdienen, voor mijn studie, voor mijn stage. Een stage wordt nauwelijks betaald. Zijn er ook compensatieregelingen voor jongeren? De dikkoppen worden gespekt, zonder voorwaarden. Gemeenschapsgeld, ons geld. Ik heb thuis geen laptop, geen goede internetverbinding. Misschien kan de gemeente me geld geven voor een laptop? En dat ik die dan niet hoef terug te betalen als ik mijn studie afmaak? Is dat misschien mogelijk? Een bonusje voor een student?

Het leven is platgeslagen. In plaats van verwachting en opwinding heerst er stilstand, als een moeras. Ik voel me opgesloten, zonder toekomst. Ik mis het fysieke contact, de speelsheid. Ik voel een disconnectie, online contact voelt als een surrogaat, je kan niet werkelijk een gesprek, een discussie hebben. Ik mis het samenzijn, ik zie nog wel vrienden, maar de spontaniteit is weg. Volgens de schrijver Camus is de zin van het leven het leven zelf. Voor mij staat het leven nu in de pauzestand. Hoe lang? Komt er straks een nieuwe bedreiging die weer hele andere repercussies heeft? Ik wil léven.

Voor mij pakt dit heel goed uit, digitaal onderwijs is veel relaxter en productiever. Docenten beperken zich tot de kern. Ik heb altijd al geweten dat al die ruis, al die sociale contacten, te veel voor me waren. Ik kom tot rust. Ik heb eindelijk weer uren kunnen tekenen, muziek maken, schrijven. Dit is goed voor mij. Ik heb geluk, ik woon nu bij mijn ouders en die zijn financieel niet getroffen. Ik voel me veilig en geborgen.

Ik kan mijn moeder dit jaar niet meer zien, ze woont in Curaçao. Ik realiseer me dat ik een keuze zal moeten maken over waar ik ga wonen. Ik wil niet ergens vastzitten en mijn ouders niet meer kunnen zien. Ik studeer in Maastricht maar nu verberg ik me in mijn kamer in Oekraïne, voor het virus, voor de dood. Op een dag moet ik mijn schuilplaats verlaten, ik kan me niet mijn hele leven blijven verbergen.

Laten we experimenteren met leeftijd. We kunnen starten met bios­coopzalen en café’s zonder anderhalve meter voor mensen onder de dertig. Laten we ervoor zorgen dat ouderen en andere kwetsbaren zoveel mogelijk in thuisisolatie blijven. Een leeftijdslockdown kan ervoor zorgen dat de economie weer gaat draaien. Ik vind dat er niks mis is met leeftijdsdiscriminatie zolang we ouderen beschermen.

Dit is geen gezondheidscrisis van alleen ouderen, het is een probleem van ons allemaal. We dragen een collectieve verantwoordelijkheid. Oudere mensen moeten zelf beslissen waar ze willen gaan en staan. Leeftijdsrestricties, dat voelt fout voor mij. Ik vind het niet erg om nog een paar maanden niet naar een concert of festival te kunnen als dat betekent dat een oude dame niet hoeft te sterven.

 

Je kunt niet reageren.