Schrijvers verjagen hokjesgeest

De Limburger, 18 oktober 2019

COLUMN – Ligt het aan mij of waren de Nobelprijzen voor Literatuur vroeger prominenter in het nieuws? De bekendmaking, vorige week, leek een bijzin in de actualiteit. Schrijvers, zegt u? Er schrijven zoveel mensen tegenwoordig. Net als dat van fotografen en journalisten is de erkenning van het schrijversvak onderhevig aan erosie. Iedereen denkt dat-ie het kan, of is. Zou het daardoor komen?

Tussen 1901 en 2019 hebben 116 schrijvers de Nobelprijs voor Literatuur gewonnen. Vijftien keer was dat een vrouw. Dit jaar waren er twee winnaars, omdat de prijs vorig jaar niet werd uitgereikt vanwege een ­#MeToo-schandaal binnen de Zweedse Academie. Je zou denken: doe dan twee keer een vrouw, om de achterstand een beetje weg te werken. Maar nee, naast de Poolse schrijfster Olga Tokarczuk koos men de Oostenrijkse schrijver Peter Handke. Een pijnlijke keuze, gezien Handkes steun voor de Servische leider Slobodan Milosevic. ‘Een verdediger van genocide’, schreef The Guardian over Handke.

Zweeds lijstje

Over die kwestie zal de jury zich vooraf ongetwijfeld achter de oren hebben gekrabd en toen misschien stilgestaan hebben bij de Joegoslavische schrijfster Dubravka Ugresic, die ook op een Zweeds lijstje moet staan. Ugresic woont sinds eind jaren negentig in Nederland en geldt als een Nobelprijskandidaat. Ze nam van begin af aan stelling tegen de nationalistische ideeën van zowel de Kroaten als de Serviërs.

Al vijfentwintig jaar schrijft ze over de vernietiging van de oud-Joegoslavische cultuur. Niet alleen door de machthebbers, maar ook door iedereen die als doorgeefluik functioneerde voor, wat zij noemde, ‘een cultuur van leugens’. Het gaat dan om het zwartmaken van de ander, het voortdurend benadrukken van verschillen, het gebruiken van woorden als ‘zuiver’ en ‘etnisch zuiver’. Voor het rijp maken van de gedachte, kortom, dat de verschillende volken en religies in Joegoslavië niet meer met elkaar konden samenleven.

Woede

Ugresic verzet zich fel tegen elke vorm van hokjesgeest, net als Nobelprijswinnares Olga Tokarczuk. En net als Ugresic wordt de Poolse schrijfster in eigen land gehaat door nationalisten. Tokarczuk vertelt Poolse verhalen waarvan de conservatieven in Polen in woede ontsteken. Verhalen over vrouwen, over rebellen, over Pools antisemitisme en Poolse misdaden die het beeld van Polen als slachtoffer onderuithalen. Haar laatste boek is een felle aanklacht tegen de jacht in Polen, die door de overheid wordt aangemoedigd. Scheldkanonnades waren haar deel: ‘antichristelijke eco-terrorist’.

Zo worden Ugresic en Tokarczuk in eigen land langs de politieke meetlat gelegd: pas je in het nationalistisch profiel? Nee, dan ben je een landverrader. Terwijl ze niets anders doen dan verhalen vertellen over gewone mensen. Net als een andere Nobelprijswinnaar, Svetlana Aleksije­vitsj, uit Wit-Rusland, de enige die, in 2015, de Nobelprijs voor Literatuur kreeg als journalist. En wat voor een! Al meer dan veertig jaar wijdt ze zich gepassioneerd aan een vorm van orale literatuur, ze schrijft verhalen volledig gebaseerd op interviews. Zo vertelt ze aan de hand van heel persoonlijke getuigenissen een nieuwe versie van de Sovjetgeschiedenis – de Tweede Wereldoorlog, het communisme, de oorlog in Afghanistan, de Tsjernobylramp. Ook Aleksijevitsj is niet geliefd in eigen land. ‘Mensen zoals ik voelen zich een paria in Wit-Rusland’, zei ze laatst op de radio, ‘we worden stilgehouden.’

Dankbaarder

Schrijvers. We zouden wat respectvoller mogen zijn tegenover deze beroepsgroep. Er wat meer aandacht aan mogen besteden. We zouden wat dankbaarder mogen zijn voor hun boeken. In tal van landen worden ze vervloekt, gevangengezet en de mond gesnoerd. De meesten verdienen een habbekrats, maar ze rammen geen deuren open. Ze eisen niet luidkeels het voortbestaan van hun authentieke beroep op. Ze schrijven. Ze trappen alleen de deuren in van de geest, om ons wakker te schudden. Om ons uit onze hokjesgeest te verdrijven.

Je kunt niet reageren.