Schrijven als daad van verzet

De Limburger, 31 mei 2019

‘Schrijven is engagement. Het is een daad van verzet tegen middelmatigheid, barbaarsheid, stommiteit, dogma’s, intolerantie, onwetendheid. Schrijven is de urgentie om je medemensen mee te delen wat je hun mondeling niet kunt zeggen zonder onderbroken of verkeerd verstaan te worden.’ De Franse schrijver Hugo Horiot slingerde zijn woorden de zaal in tijdens zijn dankwoord voor de Euregio Literatuurprijs in Aken, een prijs van scholieren voor het beste boek in het Nederlands, Duits of Frans: schrijven betékent iets, is niet gratuit, geen Twitter, geen politiek.

Het was aan de vooravond van de Europese verkiezingen. Zo’n honderd leerlingen van scholen uit de Euregio hadden zich in de balzaal van het Altes Kurhaus verzameld om Horiot te feliciteren, en om hem te vertellen waarom hij de prijs verdiende voor zijn boek ‘De keizer, dat ben ik’, waarin een autistische jongen over zijn leven vertelt. De lofredes kwamen van leerlingen uit Meerssen, Aken, en Verviers/Luik. De Nederlandse afvaardiging (Stella Maris College) bracht een persoonlijk verhaal: door het boek hadden ze een ander leven geleefd, het leven van iemand die in het dagelijks leven vreemd, zelfs bizar, lijkt. De Duitse leerlingen zongen de lof van de onopgesmukte, pretentieloze taal. De Franstaligen lieten in hun toespraak de autistische jongen zélf spreken: met een treffend fragment uit het boek.

Horiot was ‘zeer geraakt’, liet hij weten, dat zijn autobiografische boek niet alleen in Frankrijk, maar ook over de grenzen heen, op Europees niveau, weerklank vond bij zoveel jonge mensen. ‘De kwestie van anderszijn is universeel, zij gaat ons allemaal aan,’ zei hij. ‘Onze omgang met het vreemde laat het richtsnoer van ons persoonlijke bestaan zien en vormt het kader van ons collectieve project. Deze uiterst politieke kwestie zal in de komende dagen weer aan de orde komen, ten goede of ten kwade.’

En daarmee was Horiot bij de Europese verkiezingen beland. De omgang met het vreemde als meetlat, als richtsnoer – door Horiots woorden maakten mijn gedachten een sprong naar een andere Europese auteur die onlangs te gast was in onze contreien: de Italiaanse schrijfster Francesca Melandri, die in Maastricht tijdens het Story-Line programma ‘Europe: Stories of Love and Hate’ werd geïnterviewd door hoogleraar Europese geschiedenis Mathieu Segers. In haar roman De lange weg naar Rome verbindt ze de hedendaagse immigratieproblematiek met het fascistische verleden van Italië. De hoofdpersoon, lerares Ilaria, treft op een dag een zwarte jongen voor de deur van haar appartement aan. Hij is gevlucht uit Ethiopië en beweert dat hij haar neefje is, de zoon van haar broer. Ilaria weet niets van een Afrikaanse halfbroer en duikt in het verleden van haar vader. Dat verleden blijkt getekend door zijn leven als overtuigd fascist en koloniaal in Ethiopië.

Gevraagd naar haar engagement zei Melandri dat dat niet bestaat uit het schrijven over immigratie, Italiaanse politiek of fascisme an sich, maar dat het erom gaat de lezer mee te nemen in de complexiteit van situaties en mensen. ‘Ik kan feiten, daden, veroordelen, maar mensen veroordelen is een ander verhaal. Alleen genuanceerd schrijven creëert een interessante relatie met de lezer. Al het andere leidt tot een preek, of propaganda.’

Al het andere: de grote, opgeblazen woorden van de politiek die in de afgelopen weken leeggelopen zijn. Migranten, klimaat, Brexit, lonen, populisten, nationalisten – woorden die gebruiksvoorwerpen zijn geworden voor agitatie of minachting. Schrijven, literatuur, is een daad van verzet daartegen. Het is de urgentie om iets te zeggen ‘zonder onderbroken of verkeerd verstaan te worden’. Laat Twitter links liggen, schort je oordeel op, verdiep je in het leven van de ander en lees.

 

 

 

 

Je kunt niet reageren.