De mythe van het grote verzet

De Limburger, 17 mei 2019

We zitten met een man of twaalf op het station van Valkenburg, in een zaaltje van de Stationnerie. Deze plek was ooit het wachtlokaal van het station, zegt Jan Diederen, geboren en getogen in Valkenburg. Hij vertelt over de rol die de trein heeft gespeeld bij de deportatie van de Valkenburgse joden in de Tweede Wereldoorlog. Voor de meesten was het vanaf hier een enkele reis naar de dood. Maar sommigen ontsnapten, zoals de broers Fredo en Gert Nathan, die de trein uit sprongen en het op een lopen zetten.

Jan Diederen, 82 jaar, is een van de verhalenvertellers bij Open Joodse Huizen, een jaarlijks terugkerend herdenkingsproject op 4 mei. Op plekken waar joden hebben gewoond wordt verteld over hun leven en sterven. Het initiatief ontstond in 2012 in Amsterdam en sindsdien doen er elk jaar meer plaatsen mee. In Limburg vorig jaar Maastricht, dit jaar Valkenburg. Jan Diederen bracht twee publicaties uit over de oorlog: ‘42 Joodse Valkenburgers opgepakt en vermoord’ en ‘Mijn oorlog en bevrijding’.

Na afloop vraag ik Jan waarom hij onderzoek is gaan doen naar het lot van zijn joodse medeburgers. Door zijn kinderen, zegt hij. Die wilden graag dat hij zijn herinneringen aan de oorlog opschreef. Toen is hij in de archieven gedoken en stuitte hij op de verhalen van Fredo en Gert Nathan, van Marja en Leib Eisenberg, van Jacob en Salomon Jacobs, van Bertha Cahn. Allemaal doodgewone Valkenburgers die zich ineens moesten registreren. Die een Jodenster moesten gaan dragen. Die niet meer mochten sleeën op de Cauberg. En die vrijwel allemaal omkwamen in de vernietigingskampen. Diederen besloot toen dat hij eerst hun verhalen ging optekenen, voordat hij aan het zijne begon.

Hij kwam documenten tegen waar hij stil van werd. Zoals een briefje in potlood, een kladblaadje, dat Bertha Cahn in de trein schreef voor haar geliefde: ‘Liefste Jan, ik ben de grote reis aangevangen. Ja, liefste Jan, ‘t ging niet anders, ‘t was het noodlot. Houd je ook flink want ik doe het ook en hoop op een vlug weerziens.’ Bertha Cahn kwam nooit meer terug. Zo houdt Diederen de herinneringen levend aan mensen die dromen hadden zoals u en ik. Geliefden, vrienden, buren, kennissen, de slager, de bakker, de leraar. Allemaal individuen die geen bescherming kregen. Integendeel, vertelt Diederen. De burgemeester van Valkenburg meldt in 1943 ‘dat zich bij het vertrek van de Joden geen stoornissen of moeilijkheden hebben voorgedaan’. Waarom niet? Hoe kon dat?

Die vraag moeten we blijven stellen, zegt de Limburgse historicus Herman van Rens in een recent interview in De Limburger. Van Rens heeft diepgaand onderzoek verricht naar de jodenvervolging in Limburg voor zijn boek Vervolgd in Limburg (2013). ‘We moeten ons realiseren dat de Holocaust hier in onze eigen provincie, in ons eigen land, in onze moderne tijd heeft kunnen plaatshebben,’ zegt Van Rens. ‘Ik denk dat het nodig is dat we daar vragen bij stellen, omdat we onze eigen samenleving niet begrijpen als we ons niet afvragen hoe dat kon gebeuren.’

Na de oorlog groeide in Nederland de mythe over het grote Nederlandse verzet. Die mythe is inmiddels genadeloos ontmaskerd, maar zit bij veel Nederlanders nog diep in het bewustzijn. En dat is een van de verkeerde lessen van de geschiedenis, betoogde de Nederlands-Britse historicus en schrijver Ian Buruma afgelopen maandag in zijn Schumanlezing in Maastricht. De waarheid is dat we goed met de Duitsers hebben meegewerkt. De waarheid is ook dat Limburg daar nog steeds, ook in het jaar van 75 jaar Bevrijding, niet graag aan herinnerd wordt, getuige de moeizame totstandkoming van de struikelstenen en de Open Joodse Huizen hier.

 

 

 

Je kunt niet reageren.