Kom met betere antwoorden

De Limburger, 5 april 2019

Schelden, dreigen, de vuisten ballen, met de doosjes van de medicijnen smijten: je maakt het allemaal mee, vertelt de Heerlense apothekersassistente. Het was al een trend de afgelopen jaren, zegt ze, maar sinds er steeds meer medicijnen niet leverbaar zijn, is de agressiviteit aan de balie gestadig opgelopen. ‘We worden dagelijks voor van alles en nog wat uitgemaakt, geldwolven, afzetters. Mensen begrijpen niet dat wij er niets aan kunnen doen.’

Voor apothekersassistenten is de maat vol. Zij staan machteloos, terwijl de agressie een direct gevolg is van de keuzes van regering en zorgverzekeraars. De verzekeraar bepaalt welke medicijnen vergoed worden en dat is volatiel, net als de beurskoersen. Want verzekeraars hanteren een ‘preferentiebeleid’: per werkzame stof vergoedt een verzekeraar één middel. De ene dag wordt een middel vergoed, de volgende dag wordt het vervangen door een ander middel dat goedkoper is. Producenten van goedkope pillen zitten tegenwoordig vooral in India en China en problemen in de productie of aanvoer leiden tot prijsschommelingen.

Geneesmiddelen verdwijnen ook geregeld van de Nederlandse markt, omdat de afzet minder interessant is: klein land, lage medicijnprijzen en relatief laag medicijngebruik. Dan is zo’n preferent middel in de Nederlandse apotheek ineens op en moet de apothekersassistente op zoek naar een alternatief. Maar dat wordt dan niet vergoed, dat moet de patiënt zelf betalen. Per maand moeten apothekers bij 580.000 recepten op zoek naar een alternatief. Het tekort aan medicijnen is de laatste jaren snel opgelopen. In 2014 waren minder dan 100 medicijnen tijdelijk of definitief niet beschikbaar, in 2018 waren dat er 769 (cijfers apothekersorganisatie KNMP).

Daar sta je dan als apotheekmedewerker met een mooie publieke taak: de juiste match maken tussen mens en medicijn, en krijg je ‘stom wijf! fascisten! ik trek je over de balie!’ en medicijndoosjes naar je hoofd geslingerd. Begrijpelijk dat een groeiend aantal apothekersassistenten – zeker in sociaaleconomisch zwakke regio’s waar mensen veel geld kwijt zijn aan zorg –  niet meer met plezier naar het werk gaat. Van dienstverleners zijn ze agressiemanagers geworden. Daarom gaan ze op 1 mei, de Dag van Arbeid, actie voeren. Hoe wrang. De partij ‘van de arbeid’ heeft de afgelopen twee decennia vrolijk meegedanst in de liberale tango, waarin de markt koning is. Wie beschermt hen?

Het KNMP vraagt de overheid om op te treden tegen de uitwassen van de markt. De kosten van niet-beschikbaarheid moeten voor rekening komen van de partijen die hier invloed op hebben: de zorgverzekeraar en fabrikant. Leveringszekerheid moet onderdeel zijn van de inkoopvoorwaarden die verzekeraars met leveranciers overeenkomen. En apothekers moeten de vrijheid krijgen om bij een tekort de patiënt het beste alternatief te bieden zonder dat die daar extra voor moet betalen.

‘Vrijheden kunnen in diskrediet raken als het gevoel van onveiligheid groeit,’ schrijft Paul Scheffer, hoogleraar Europese studies en publicist, in zijn essaybundel De vorm van vrijheid, waarin hij de gevolgen van de globalisering analyseert. Wat er in de apotheek speelt, is een demonstratie van wat er gebeurt als je de markten opengooit, maar er niet voor zorgt dat de mensen die de negatieve gevolgen ervan ondervinden beschermd worden.

Een groeiend gevoel van onveiligheid, zegt Paul Scheffer, drijft mensen naar partijen met grootse beloften van geborgenheid. En de middenpartijen staan erbij en kijken ernaar. Ze zijn voortdurend bezig met crisismanagement. Kom met betere antwoorden, is Scheffers oproep. Dat is de opdracht van de middenpartijen, en van een ‘sociaal Europa’. Stel hardere eisen aan de grote verzekeraars en farmaceuten, en maak ze verantwoordelijk voor de uitwassen van hun metier.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Je kunt niet reageren.