De kleurling bestaat niet

De Limburger, 8 februari 2019

‘Dit kan ik niet eten!’ In het buurtwinkeltje downtown Johannesburg gooit een man een plastic zakje met koekjes op de toonbank voor de betraliede kassa. Ik sta daar net een paar bananen af te rekenen. Het is zo’n typisch Afrikaans winkeltje waar je alle basale levensmiddelen kan vinden, van lucifers tot deodorant, van rijst tot boorzalf. De uitbater zit achter de kassa, een man uit Bangladesh zo te zien. Veel van dit soort winkeltjes zijn in handen van mensen uit het oosten: India, Pakistan, Bangladesh.

‘Het is over de datum,’ zegt de man, zonder mij een blik waardig te gunnen. ‘Geef me m’n geld terug.’ De winkelier pakt het zakje met koekjes op, wil ernaar kijken, maar besluit de zaak te laten rusten. Hij opent de kassa en schuift wat muntgeld onder de tralies door. ‘Zeker omdat ik zwart ben,’ zegt de man. ‘Als jij niet oppast laat ik de politie komen. Kunnen ze zien hoeveel bedorven producten jij aan ons verkoopt.’

Het is absurd: de winkelier is zwarter dan de zwarte man die briesend het winkeltje uit beent. Maar kleur is nog steeds een complexe en beladen kwestie in Zuid-Afrika. Indiërs en andere Aziaten hadden tijdens de apartheid een hogere status dan ‘kleurlingen’, die weer hoger in rang stonden dan zwarten (‘bantoes’). Gevoelens van wrok zitten diep en kleinigheden kunnen leiden tot plotselinge uitvallen van ergernis en woede.

Kleur ligt ook aan de basis van een diepgevoelde wrok van een groep Khoisan, die nu al maanden protesteert op de glooiende gazons aan de voet van de Union Buildings, de regeringsgebouwen in Pretoria. Vertegenwoordigers van de allereerste, oudste bewoners van Zuid-Afrika zitten in kleine tentjes bij elkaar en willen eindelijk gerechtigheid. Tijdens de apartheid werden de Khoisan bij de categorie ‘kleurlingen’ geveegd en in het nieuwe, democratische Zuid-Afrika, dit jaar alweer vijfentwintig jaar oud, kregen ze geen eigen rechten. Nu willen ze wettelijke erkenning: /xam als officiële taal, declassificatie als ‘kleurling’ en een First Nation status – met aanspraken op land en geld van de mijnen die nu op hun oude geboortegrond staan.

De jonge Zuid-Afrikaanse schrijver Sihle Khumalo windt zich in zijn boek Rainbow Nation My Zulu Arse op over het voortbestaan van de aanduiding ‘kleurling’. De term werd bedacht voor iedereen die noch blank noch ‘bantoe’ was: afstammelingen van relaties tussen Europese kolonisten en lokale Khoi en San (‘Bosjesmannen’), van politieke gevangenen en moslims uit Nederlands Indië, van kinderen uit alle mogelijke andere relaties van kleur. Er is nooit een kleurling-cultuur geweest, schrijft Khumalo, er zijn geen kleurling-tradities, geen kleurling-gewoonten. De kleurling bestaat niet, sterker: doe een bloedtest en je zult erachter komen dat iederéén kleurling is, van gemengd bloed.

Hoho, zegt Churchil Naude, een bruinman van Mitchells Plain, de uitgestrekte kleurlingenwijk achter Kaapstad. Naude is een kletsrymer, een rapper, die zich wel degelijk identificeert als bruin. Dat wil zeggen: hij komt uit een gekleurde gemeenschap met Afrikaans als moedertaal. Maar wel het bruine Afrikaans, met zijn eigen slang en klankkleur. Naude maakt zich er boos over dat het Afrikaans nog steeds gezien wordt als de taal van de witman, de onderdrukker, terwijl het grootste deel van de Afrikaanssprekenden bruin is. ‘De oorsprong van het woord is Afrika, dus hoe komt het dan dat Afrikaans een witmenstaal genoemd wordt?’ zegt hij. Hij dicht en rapt dus in het Afrikaans, waarmee hij stem geeft aan mensen uit Afrika – aan Afrikanen. Daar vallen ook witte mensen onder.

Volgt u het nog? Dit is Zuid-Afrika, een land dat wij Nederlanders ooit mee hebben vormgegeven. De taal bewijst het. Het maakt nog eens duidelijk dat Europa niet stopt bij de grenzen van Europa.

 

 

Je kunt niet reageren.