Het slechten van hagen

De Limburger, 10 januari 2019

In mijn buurt in Maastricht rukken de hekwerken op. Het doet pijn aan de ziel. Een mooie, volle meidoornhaag wordt uit de grond gerukt en een kil hekwerk komt ervoor in de plaats. Daar wordt dan een fletse klimop tegenaan geplant om een heg na te bootsen. Ik denk aan Johannesburg, waar ik jarenlang woonde: kampioen in muren en hekwerken. Een levende haag is daar een luxe, een frivoliteit die je je niet kan veroorloven om jezelf te beschermen tegen crimineel geweld. Maar hier?

Ik denk aan de heg in de proloog van The Mind of South Africa, het monumentale boek over Zuid-Afrika van journalist Allister Sparks uit 1990, het jaar dat Nelson Mandela vrijkwam. De ‘bittere amandelhaag’ waarover hij vertelt, is de uitgestrekte heg die Jan van Riebeeck bij aankomst in de Kaap liet aanleggen om de verversingspost van de VOC af te sluiten van de inheemse bevolking. Van Riebeeck had het consigne meegekregen zich niet in te laten met de plaatselijke Khoikhoi, behalve voor het verkrijgen van vee voor vers vlees. En zo trokken de eerste Europeanen in de Kaap zich terug in hun eigen enclave, afgesneden van de rest van het Afrikaanse continent.

Die haag, schrijft Sparks, was eigenlijk tweede keus. Want Van Riebeeck had de opdracht gekregen om een gracht te graven, dwars door het Kaapse schiereiland, waardoor er een heus Europees eiland zou zijn ontstaan aan de zuidpunt van Afrika. Maar de commandeur had er de mankracht niet voor en besloot dat een haag volstond. Wie de geschiedenis van Zuid-Afrika wil begrijpen, en de rol van Europa daarin, moet het beeld van de haag onthouden: daar ontkiemde de blanke psyche van Zuid-Afrika: we zonderen ons af en nemen wat we nodig hebben van de oorspronkelijke bevolking. Apartheid was de uiterste consequentie van die psyche, van die haag.

In 2019 viert Zuid-Afrika het vijfentwintigste jaar van zijn democratie, nog altijd een duizelingwekkend wonder, want het had helemaal fout kunnen gaan. Daaraan herinnert Evita Bezuidenhout de wereld in haar laatste wekelijkse videobrief van 2018. Want Evita, het alter ego van de Zuid-Afrikaanse cabaretier Pieter-Dirk Uys, is nog altijd alive and kicking sinds deze grande dame tijdens de apartheid vilein de absurditeit van de Zuid-Afrikaanse raciale situatie aan de kaak stelde.

Er is zoveel conflict en verdeeldheid, zegt Evita, kijk naar de Brexit, kijk naar Amerika onder Trump, waarom zeggen we niet gewoon tegen de wereld: leer van Zuid-Afrika! Als wij ons met elkaar konden verzoenen, dan kan iedereen het. Waar zouden we geweest zijn als Nelson Mandela de gevangenis had verlaten vol woede? Maar hij deed iets veel slimmers. Hij bracht het oude gezegde in praktijk: ‘omhels je vijand, het zal zijn reputatie verwoesten’. En zo slechtte hij de haag tussen het apartheidsregime en de zwarte bevolking.

Een mooie les, aan het begin van het nieuwe jaar, met Nederlandse en Europese verkiezingen op stapel. De heggen zijn hoog. Laten we ons tegen elkaar uitspelen zoals in Groot-Brittannië is gebeurd of zijn we in staat tot verzoening? In elk EU-land smeult een leave-vuur dat makkelijk opgestookt kan worden. Evita’s woorden doen een appel op de redelijkheid van politici, pers en columnisten – laten we ons verleiden tot woede en extreme standpunten? Kies je ervoor makkelijk te scoren, omdat een op de spits gedreven standpunt gegarandeerd aandacht oplevert? De grootste uitdaging wordt het slechten van de psychologische haag tussen burgers en Brussel: gaat de Europese politiek het gros van de mensen bereiken dat doorgaans helemaal niet stemt? Burgers voor wie Europa het eliteproject blijft van technocraten, terwijl Europa zoveel meer is? Omhels je vijand: een verantwoordelijkheid van ons allemaal.

 

 

Je kunt niet reageren.