Hemingway en de gele hesjes

De Limburger, 13 december 2018

In 1937 publiceerde Ernest Hemingway zijn roman To Have and Have not. Hij was er al aan begonnen in 1933, middenin de jaren van de Grote Depressie. Hij woonde in Key West, aan de uiterste zuidpunt van Florida, zo’n 170 kilometer van Havana. Daar schiep hij Harry Morgan, de hoofdpersoon van het boek, een rauwe held met een sportvissersboot en een talent voor vissen.

Harry heeft een vrouw en drie dochters en om het hoofd boven water te houden neemt hij verveelde rijken mee op dagtripjes – opgeblazen mannen die zijn aanwijzingen negeren, waardoor ze zijn dure uitrusting naar de gallemiezen helpen. Op een dag wordt hij besodemieterd. Een klant die hij twee weken lang elke dag mee op zee nam, gaat in Key West geld halen om hem te betalen maar komt niet meer opdagen. Harry is blut en zijn visgerei is kapot.

Hij raakt verzeild in rum- en mensensmokkel en zinkt steeds dieper weg in de criminaliteit. Hij wordt beschoten, verliest een arm, zijn boot wordt geconfisqueerd. Door een advocaat komt hij in aanraking met de high society van Key West, mensen van het goede leven die hun dagen slijten op het terras, glas in de hand. Harry probeert zijn leven op de rails te krijgen, maar hij komt niet vooruit en gaat ten onder.

Hemingways roman werd met gemengde gevoelens ontvangen. Een onevenwichtig boek, met een boodschap die er te dik bovenop lag, was de kritiek. Was de grote stilist een politiek commentator geworden? Maar Hemingway zag het anders. Hij had als jonge journalist in Amerika en Europa – tijdens de Eerste Wereldoorlog en de jaren daarna, toen hij correspondent werd in Parijs – gezien wat armoede en geringschatting doet met mensen en hij maakte zich grote zorgen over de toenemende ongelijkheid. Met veel anderen deelde hij een droom van een rechtvaardiger wereld, onder wie David Bruce, een man uit de Amerikaanse expat kring waarin Hemingway zich in Parijs bewoog.

David Bruce vervulde verleden week een bijzondere rol in de oratie van Mathieu Segers, hoogleraar eigentijdse Europese geschiedenis aan de Universiteit van Maastricht. In een vlammend, urgent betoog schetste Segers hoe Bruce in Parijs verliefd werd op de Franse actrice Yvonne Printemps. Hij vond haar het toppunt van vrouwelijkheid en zag in haar de belichaming van de ware esprit van Parijs, van Europa.

Na de Tweede Wereldoorlog werd Bruce de eerste Amerikaanse ambassadeur in Parijs en hij had één grote missie: die esprit beschermen tegen een terugkerende schaduw van armoede en economische neergang die opnieuw zou kunnen leiden tot nationalisme, woede, geweld en oorlog. Vandaar het Marshall Plan, dat Europa erbovenop moest helpen; Bruce werd er in Parijs de leidsman van.

Het bestrijden van armoede werd het hart van de Amerikaanse missie in Europa. Dat hield ook in: een gevecht tegen ongereguleerde kapitaalmarkten. Controle van de kapitaalmarkt, stelde Segers, is opnieuw zeer relevant. Ooit lag de strijd tegen ongelijkheid aan de basis van de Europese integratie, maar sociale bescherming lijkt er minder en minder toe te doen. Is dat, vroeg Segers zich af, wat de gele hesjes ons willen duidelijk maken? Immers, zo zei hij, de geschiedenis heeft laten zien dat Europa heen en weer beweegt tussen licht en donker, ancien régime en revolutie.

Hemingway liet zijn roman To Have and Have Not eindigen met deze laatste woorden van zijn stervende held: ‘No matter how, a man alone ain’t got no bloody fucking chance.’ Een statement: alleen samen met anderen kan de mens zich te weer stellen tegen het kwaad, tegen het onrecht, in zijn eentje is hij niets. Daar ligt precies de opdracht van Europa.

 

 

 

 

Je kunt niet reageren.