(Zwarte) Piet zijn wijzelf

De Limburger, 29 november 2018

Shanghai, negen jaar geleden. Op de internationale school van mijn dochter nadert de feestmaand. De school viert allerlei feesten tegelijk; ouders en kinderen verkleden zich, brengen attributen en etenswaren mee, vertellen verhalen. Chanoeka, het joodse feest van het licht, met een negenarmige kandelaar, aardappelkoekjes en dreidels, tolletjes die je kan laten draaien. Diwali, het lichtjesfeest uit India, met kinderen in kleurrijke gewaden, olielampjes van aardewerk en veel mierzoete taartjes. Sint-Lucia, het Zweedse lichtfeest, met meisjes in lange witte jurken en een lichtje op het voorhoofd, gele saffraanbroodjes en kruidendrankjes. Feesten, zo leren we, die de overwinning van het licht op de duisternis vieren, van inzicht op onwetendheid, van spiritualiteit op materialisme.

De Nederlanders vertellen over Sinterklaas, het kinderfeest met kadootjes en gedichten. Een moeder is als Zwarte Piet verkleed – zwart geschminkt, krullenpruik, rode lippen, witte kraag. Kinderen zetten hun schoen voor de haard, vertellen we, en Black Pete kruipt door de schoorsteen en stopt er gouden munten van chocola in. Vroeger kregen ze als ze stout waren met de roe en werden ze in een zak gestopt. Maar dat is allang niet meer. We lachen erbij, wat een grappig feest eigenlijk, met die vrolijke Zwarte Pieten die rondstrooien met peppernuts, gemaakt met kruiden uit onze oude koloniën.

De docenten in de klas – uit Amerika, Brazilië, Zweden – kijken bedachtzaam. Als de kinderen naar buiten zijn informeren ze omzichtig naar Black Pete. Een blanke geschminkt als zwarte, vertellen ze, dat heet bij ons black face – een zwarte belachelijk maken. Wij zijn onthutst: kijken ze zo tegen Zwarte Piet aan? Zo is het niet bedoeld, leggen we uit. Zwarte Piet veranderde door de jaren heen, vroeger was hij een knecht, maar nu is hij volledig gelijkwaardig aan Sinterklaas, wat heet, hij is inmiddels de baas – Zwarte Piet is de slimme hoofdpersoon geworden, Sinterklaas de ceremoniële bijfiguur.

‘Dus het zijn personages?’ merkte de Amerikaanse docent op. We begonnen ons ongemakkelijk te voelen. Ineens stond Zwarte Piet in een ander licht. Ontdaan van zijn vrolijke charme. Ik schaamde me een beetje om mijn onwetendheid over die zwart geschminkte toneelfiguur die door anderen werd gezien als een karikatuur van de zwarte medemens. ‘Als dat zo is, waarom verzinnen jullie dan geen witte Petes?’

Goeie vraag. Zwarte Piet is sindsdien voor mij geen issue meer. Zwarte Piet is besmet, omdat hij door anderen als een karikatuur wordt gezien. Het gaat er niet om waar de traditie vandaan komt. Het gaat er niet om wat wij ermee bedoelen. Het gaat erom dat hij door andere mensen dan wijzelf – wij die vanwege onze kinderjaren van Zwarte Piet houden – ervaren wordt als een beledigende, kwetsende figuur.

Ik kwam er laatst achter dat tijdens de intocht van Sinterklaas in Amsterdam in 1968 de Pieten zwart én wit (ongeschminkt) waren, beide in hetzelfde zeventiende-eeuwse kostuum met witte kraag en pofbroek. 1968! Een lezer van De Limburger stelde onlangs in een ingezonden brief: ‘Speel de rol van Piet in je eigen huidskleur. Een Piet als afspiegeling van de samenleving: wit, getint, zwart en zonnebankbruin.’

Geniaal idee. Zwarte Piet is een personage voor kinderen. Ooit werd hij gebruikt als pedagogisch instrument, om stoute kinderen te waarschuwen. Daarna werd hij (of zij) een vrolijke flierefluiter waar kinderen blij van werden. Nu vormen de Pieten (m/v), met de Hoofdpiet als aanvoerder, een gezellig team. Wij zijn de schrijvers van Piet, we kunnen van hem maken wat we willen, we doen er een baard bij, zetten hem een Spaanse hoge hoed op, geven hem een muziekinstrument, een paard, een fiets. Piet: dat zijn wij.

 

 

 

 

Je kunt niet reageren.