‘Het mooiste is de verwachting’

De Limburger, 15 november 2018

Leeft Odysseus nog, de Griekse held die na zijn zege in Troje twintig jaar ronddwaalde voordat hij veilig thuiskwam? Dat vroeg ik aan de mevrouw die wacht hield bij het Olympeion in Athene. Ze zat in een van de houten keten die het droge, weidse terrein met de machtige zuilen voor Zeus omringen. De zon scheen, de hemel boven de tempelresten was kraakhelder. In de verte troonde de Rots boven de stad uit. Vanuit haar keet liet de vrouw haar ogen over het terrein gaan.

Ze leek uit een zware mist te komen, een diepe vermoeidheid, die niet van vandaag was, maar zo te zien al tijden knaagde. Eenzelfde vermoeidheid die ik had gezien bij mensen die op de stadsbussen stapten. De blik, die snel speurt naar een zitplaats. Het deegbroodje met feta dat uit een tas verschijnt en lusteloos verorberd wordt. Het getekende gezicht, de goedkope schoenen.

Ze leken personages uit het boek Something Will Happen, You’ll See van de Griekse schrijver Christos Ikonomou, een van de meest besproken Griekse boeken van de laatste jaren en vertaald in zes talen. Ik begrijp wel waarom: het is de dagelijkse Griekse realiteit die onversneden wordt opgedist: je wordt de havenwijk van Piraeus ingezogen, je gaat op bezoek bij mensen met kleine banen en kleine inkomens die langzaam hun bestaan verliezen: hun werk, hun woning, hun inkomen, hun toekomst. Het literaire zinnebeeld van de Griekse crisis.

Er werd gedemonstreerd in Athene. Eerst kwamen de oudere ambtenaren in rustige stoet voorbij, ze protesteerden tegen een salarisverlaging. De volgende dag was het de beurt aan jonge anarchisten/communisten die zich boos maakten over de lange werkdagen en de lage lonen in de horeca. Meteen was er oproerpolitie op de been, met hardplastic schilden en wapenstokken. In sommige wijken komt de politie niet meer, hoorde ik. Een hogedrukpan van frustraties en woede zorgt voor geweld in het radicaal-linkse en -rechtse spectrum: anarchisten die brand stichten, Gouden Dageraad-extremisten die migranten terroriseren.

In de buitenwijken hangen jongeren werkloos rond. Ik heb het leven van verwaarloosde jongeren zonder perspectief meebeleefd, door de film Park van de Griekse regisseuse Sofia Exarchou. Zij houdt je diep en lang onder water. Plaats van handeling: het Olympisch Park, tien jaar na de Spelen, een troosteloze plek waar jongeren gewelddadige spelletjes spelen met honden en met elkaar. Het rijkere deel van Europa verschijnt in de vorm van feestende, in drank gedrenkte toeristen op het strand. Naar lucht happend keek ik de film uit.

Toch blijven veel Grieken goedgehumeurd. Altijd in voor een praatje, een verhaal. Hoe kon dat? ‘Als het slechter gaat, moet je vrolijker praten,’ zei een boekhandelaar op het Exarchion-plein bondig. Daarom vroeg ik me af: biedt de grote klassieke Europese dichter nog troost? Leven de verhalen van Homerus nog? Want boven de Rots, de Akropolis, verschijnt nog steeds de rozevingerige dageraad, zoals hij het ochtendrood steevast noemt in de Odyssee, het boek over Odysseus’ omzwervingen. Want op de boot naar de eilanden vanuit Piraeus rijgen de bergruggen zich nog steeds als een halsketting aaneen, precies zoals tweeduizend jaar geleden. Als je goed luistert, hoor je de sirenes zingen.

De mevrouw in de keet was tot leven gekomen. Ze antwoordde in aarzelend Engels. ‘Oh yes,’ zei ze. Ze kende nog steeds regels van de Odyssee uit haar hoofd. Ze glimlachte en begon te reciteren. Ik luisterde naar de klanken. Prachtig, zei ik. Welk fragment? ‘Als hij thuiskomt,’ zei ze, ‘als Odysseus thuiskomt.’ Waarom? vroeg ik. ‘Waarom?’ Ze keek me ineens fel aan. ‘Is dat niet het mooiste in het leven, de verwachting?’

 

 

 

 

 

Je kunt niet reageren.