We kunnen wél iets doen

De Limburger, 6 september 2018

‘Tut was!,’ zei de Turkse journalist Can Dündar tijdens een bijzonder festival in Düsseldorf afgelopen weekeinde: een ‘Festival für Journalismus’. Dit mediafeest bood het gewone publiek – gratis! – drie dagen lang vijftien tenten met meer dan 150 gespreksonderwerpen: van lezingen, over bijvoorbeeld de rol van YouTube influencers en internationale trollen, tot Fake News Workshops en Reporter Slams – alles met als doel de journalistiek dichterbij te brengen. In Duitsland realiseert men zich dat zonder een gezonde, actieve journalistiek de democratie straks onderuit gaat.

Can Dündar maakte dat inzicht urgent. Hij was hoofdredacteur van de onafhankelijke, seculiere Turkse krant Cumhuriyet, maar werd vanwege zijn kritische artikelen gearresteerd en gevangengezet. In 2016 ontvluchtte hij zijn land. Sindsdien woont hij in Duitsland in ballingschap. Hij bericht nu over de ontwikkelingen in Turkije via een eigen journalistiek online platform én hij maakt zich druk om de democratie en de pers, ook hier in de westerse wereld: ‘Wie had ooit kunnen denken dat de president van de VS kwaliteitsmedia als de New York Times zou aanduiden als het grootste kwaad in zijn land?’

Dündar noemt Trump, Erdoğan, Putin, Orbán en anderen ‘de heersers van de angst’. Deze heersers, zegt hij, zijn niet de oorzaak van een wereldwijde angst, maar het resultaat ervan. De nationale staat, die burgers altijd een zeker voorspelbaar leven binnen veilige grenzen beloofd had, wankelt. In plaats daarvan kwamen onzekerheden: de verhouding tot onze werkgever, tot de bank die we ons geld toevertrouwden, tot de politieke partij die we onze stem gaven, tot de krant die we lazen, is in ijltempo veranderd, is beladen met argwaan en angst: is er voor mij en mijn kinderen straks nog toekomst, financieel en cultureel?

Omdat burgers zich niet meer beschermd voelen, gaan ze de democratische rechtsorde, die niets voor hen lijkt te kunnen doen, wantrouwen. Ze vragen zich af: wil ik democratie of wil ik zekerheid? Dündar: ‘Men realiseert zich niet dat men straks beide kwijt is.’ Dit voorjaar deed de Turkse journalist in zijn boek Tut was!, ‘pleidooi voor een actieve democratie’, een oproep aan Europese burgers om zich actief te weer te stellen tegen machteloosheid, tegen het idee dat er geen alternatieven zijn voor de gevolgen van globalisering en groeiend populisme.

En inderdaad: waarom houden we degenen die het meest profiteren van de open grenzen en de wereldwijde markt (ING!) niet ook verantwoordelijk voor de ontwrichting die het heeft veroorzaakt? We kunnen ons wél verzetten, bijvoorbeeld tegen belastingontduiking van grote bedrijven – belasting die simpelweg nodig is om de politie, de rechtspraak, het onderwijs, de gezondheidszorg te betalen, al die sectoren waar voortdurend een geldtekort is. Een begin is gemaakt, onder andere door EU-commissaris Margrethe Vestager, die Apple, Google en Amazon hoge boetes oplegde voor machtsmisbruik en ontweken belastingen.

In het verlengde daarvan: we kunnen wél iets doen als de CEO van een multinational onzin uitkraamt over het afschaffen van de dividendbelasting, een maatregel die uiteindelijk alleen maar buitenlandse overheden bevoordeelt en Nederland bijna twee miljard euro kost: journalisten kunnen onderzoeken hoe het zit. Dat deed Follow the Money. Dat hield de uitspraken van Unilever-topman Paul Polman tegen het licht. Polman beweerde onder andere dat andere landen geen dividendbelasting hebben. De feiten: de meeste landen heffen zelfs een hogere dividendbelasting (België 30 procent, Duitsland 25 procent, Frankrijk 30 procent tegen Nederland 15 procent – straks nul).

Door alle aandacht voor de omstreden afschaffing van de dividendbelasting is de publieke aandacht nu gericht op de individuele belastingafspraken van bedrijven met de fiscus. Het ministerie van Financiën start een openbare consultatieronde voor herziening van die afspraken. Tut was, laat je horen: het kan tot 20 september.

 

 

 

 

 

 

 

Je kunt niet reageren.