De media zijn wij zelf

De Limburger, 28 juni 2018

‘Je kunt ons niet verantwoordelijk houden voor dingen die we creatief in ons hoofd bedenken,’ zei Denk-fractievoorzitter Farid Azarkan ter verdediging van hun nepadvertentie. Denk had die vorig jaar willen plaatsen als onderdeel van hun campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen. Azarkan zelf was toen campagneleider. De nepreclame bestond uit de leus ‘Na maart gaan we Nederland zuiveren’, met een beeld van Geert Wilders en het logo van de PVV. De advertentie werd getest op een aantal buitenlandse websites, maar niet doorgezet. Het was een proefballonnetje, een Denk-exercitie.

Wel een exercitie die in een paar landen, waaronder Duitsland, intussen een paar duizend keer bekeken was op Facebook. Bij Jinek werd de Denk-voorman daarover onder vuur genomen. Ze hadden willen laten zien, zei Azarkan, dat Wilders ‘steeds verder gaat’, maar uiteindelijk vonden ze de advertentie ‘te ver’ gaan. Ze hadden er vanaf gezien, dus wat was eigenlijk nog het probleem?

Verbijsterend, dat het bekokstoven van nepnieuws an sich blijkbaar geen probleem was. Dat het campagneteam met z’n allen informatie zat te vervalsen, was ondergeschikt aan de politieke afweging dat de advertentie inhoudelijk over het randje was.

Hoe wapenen we ons tegen nepnieuws? In café Zu Hause in Aken organiseerde het Duitse platform voor onderzoeksjournalistiek Correctiv onlangs een avond over dit onderwerp. Voor Correctiv werken twintig journalisten, onder wie drie ‘correctoren’ oftewel factcheckers. Een van die drie, Cristina Helberg, gaf een paar staaltjes nepnieuws die de meesten van ons nooit zullen bereiken, omdat we niet tot de doelgroep behoren.

Zo was er in de aanloop naar de Duitse verkiezingen vorig jaar een bericht over de leider van de SPD, Martin Schulz: ‘Onder het tapijt geveegd: Vader van SPD-kandidaat Martin Schulz liquideerde mensen in concentratiekamp Mauthausen.’ Het nepbericht van onduidelijke herkomst was volgens Helberg gericht gestuurd naar arbeiders in Noord-Rijn Westfalen, bedoeld om de SPD in een kwaad daglicht te zetten en wantrouwen in de democratie te voeden. Helberg vond het bericht op Facebook doordat ze wist binnen te komen in een ‘Zielgruppe’.

Naast zulke rauwe, gefabriceerde berichten zijn er een hoop andere manieren van beïnvloeding die niet zo makkelijk te herkennen zijn, zoals gegoochel met cijfers en vertaalde berichten van media uit het buitenland die, als je de taal niet beheerst, lastig te verifiëren zijn in de oorspronkelijke bron. Transparantie in de journalistiek is meer dan ooit nodig, benadrukte Helberg. Accurate journalistiek kost heel veel tijd. ‘Checken, checken, checken.’

Veel lastiger zijn de valse berichten, gebaseerd op geruchten. Helberg noemde een vals Facebook-bericht dat in Duitsland duizenden keren werd gedeeld: ‘Vanwege ramadan lustrumviering van school verplaatst’. Helberg probeerde de betreffende school te bereiken, maar de schoolleider was zo overspoeld door telefoontjes en berichtjes dat hij de telefoon niet meer opnam. En wat te doen met de talloze tendentieuze, gefotoshopte of uit de context gerukte filmpjes en foto’s die mensen met elkaar delen?

Dergelijke tendentieuze berichten creëren een klimaat, waar we allemaal verantwoordelijkheid voor dragen. Zijn we ons daar voldoende bewust van? Zijn we mediawijs genoeg? Snappen we dat het geld kost om iets uit te zoeken, om cijfers en feiten helder te krijgen? Als factchecker, zei Helberg tot slot in Aken, gunt ze iedereen het boek The Influencing Machine van de Amerikaanse radiomaker Brooke Gladstone.

In dit stripboek verwerpt Gladstone het idee van ‘de media’ als een soort externe kracht die ons manipuleert. Nee, de media zijn een spiegel die onze maatschappelijke en morele overtuigingen reflecteert. We krijgen de media die we verdienen. Als politici nepnieuws gaan maken, hopen we dat er journalisten zijn die dat boven tafel krijgen. En als niemand meer voor journalistiek wil betalen, zegeviert de leugen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Je kunt niet reageren.