Algemeen belang

De Limburger, 3 mei 2018

Afgelopen week rijd ik onverwacht met twee creatieve twintigers uit Rotterdam door de contreien van Genk. Het duo is op het terrein van C-Mine bezig met het installeren van een kunstwerk. C-Mine, een cultureel centrum met expositieruimtes, cinema, mijnmuseum en een

hogeschool voor beeldende kunsten, is ontstaan op het gruis van steenkoolmijn Winterslag. In 1900 was Genk een dorp van 3000 inwoners, omgeven door uitgestrekte bossen. Als er een jaar later steenkool wordt ontdekt, komen mensen van heinde en ver in de mijnen werken en de bevolking explodeert. In 1966 sluit de eerste van de drie mijnen. Men ziet de bui hangen. Genk weet Ford te lokken voor het bouwen van een fabriek. De locatie van de Ford-productie in Antwerpen is te klein geworden en Genk springt in het gat. In 1988 sluit de laatste mijn, maar gelukkig heeft men Ford nog.

In 2013 kwam Genk in het nieuws door harde acties van Ford-arbeiders. Walmende autobanden, brandjes, stopleggen van de productie. Het hoofdkantoor in de VS had aangekondigd dat het de fabriek ging sluiten. Hoewel de Genkse fabriek winst maakte, besloot men de productie naar Spanje te verplaatsen – beleggers drongen aan op winstmaximalisatie. ‘Radicalen verlammen Ford’, schreeuwde een krantenkop in januari 2013. Een van die ‘radicalen’ was Aicha El Hassani, een moderne Marokkaans-Limburgse, geboren en getogen in Genk. Ze was kwaliteitscontroleur bij een toeleveringsbedrijf dat dakbekleding maakte. Een half jaar eerder was ze voor het eerst naar Disneyland geweest. En nu dreigde werkloosheid. In december 2014 vielen bijna 6000 ontslagen.

Wat zou er met Aicha zijn gebeurd?, vraagt het creatieve duo op de achterbank zich hardop af, terwijl we het lege terrein van de Ford-fabriek oprijden, een uitgestrekte asfaltvlakte waar ooit de gloednieuwe Ford-Mondeo’s stonden te blinken. Genk is niet echt een vrolijk dorp, constateren ze. En het hippe C-Mine blijkt ineens een creatief eiland in een zee van rommelige woningbouw en roemloos groen. ‘Misschien is ze kunstenaar geworden,’ oppert een van de twee opgewekt. C-Mine heeft, aldus de eigen website, gezorgd voor 330 jobs in 42 creatieve bedrijven en organisaties. Ja, wie weet heeft Aicha geluk gehad en doet ze nu de technische controle van het interactieve mijnmuseum op het terrein. Het duo gaat na het uitstapje buiten hun bubbel verder met hun werk aan de lichtinstallatie. Het gaat om ‘Dune’, een werk van Daan Roosegaarde: een slingerpad van honderden LED-lampen die reageren op de bewegingen van bezoekers.

De kortstondige kennismaking met de verlaten Ford-fabriek maakt pijnlijk duidelijk dat hoogopgeleide, creatieve jongeren meer gemeen hebben met hun peers in andere, verre landen dan met jongeren uit een andere sociale omgeving in hun eigen land of regio. Vandaag wordt er een kunstinstallatie opgebouwd in Genk, morgen in Tokyo, Sydney of Helsinki. Hun taal is dezelfde: innovatie, experiment, diversiteit, duurzaamheid. Wereldburgers vinden elkaar in een verantwoordelijkheid voor de wereld: de plastic soep, de vluchtelingenkwestie. De werkzoekenden in Genk hebben op hun beurt meer gemeen met lotgenoten in Frankrijk, Duitsland en de VS. Zij zijn vooral bezig met het veiligstellen van hun toekomst: een baan, een huis, gezondheidszorg.

Van politici mag je verwachten dat ze wél bezig zijn met het belang van iedereen, het algemeen belang, het landsbelang. Maar de veelbesproken memo’s hebben duidelijk gemaakt dat de VVD met concerns als Unilever en Shell aan tafel zit. Daardoor wordt het algemeen belang geweld aan gedaan (Rutte weet dit, daarom herinnert hij zich geen memo’s). De vrije markt is verziekt door de druk van grootbeleggers en door afspraken van grote concerns met regeringen. Als daar niets in verandert, zullen de Aicha’s van deze wereld op een dag inderdaad radicalen zijn worden.

 

 

 

 

Je kunt niet reageren.