Adieu Calimero

De Limburger, 28 december 2017

Kunnen we het in het nieuwe jaar niet meer over de Limburgse identiteit hebben? Met koningin Máxima geloof ik niet dat dé Nederlander bestaat; dé Limburger bestaat ook niet. Dé Limburger is goed voor branding, voor promotie van de provincie. Een mens is geen merk. Een identiteit perkt in en maakt een maatschappelijk verschijnsel van je. Daar komen ongelukken van, waarschuwde de Libanees-Franse schrijver Amin Maalouf alweer twintig jaar geleden in zijn essay ‘Moorddadige identiteiten’. Als je mensen dwingt om te kiezen, stelde Maalouf – zelf Arabier, Fransman en christen – zullen ze in conflict komen met zichzelf en dat zal leiden tot frustratie, intolerantie en woede.

Laat het ook afgelopen zijn met het woord Calimero of Calimero-complex. Het is gedateerde beeldvorming, een zelfopgelegd clichébeeld. Als je iets maar vaak genoeg herhaalt, lijkt het vanzelf waarheid te worden, ja een feit. Maar het is mensenwerk, een constructie die je, in coaching jargon, proactief kan veranderen. Ik doe een voorzet. Ten eerste: het woord Calimero duidt op een minderwaardigheidscomplex, terwijl er bij de zuiderling eerder sprake is van een zeker superioriteitsgevoel ten aanzien van de onbeschaamde, te luid pratende Hollander. Het gaat om een gevoel van afkeer, of soms van plaatsvervangende schaamte – eigenlijk precies zoals ik dat in China gezien heb: westerlingen die hun stem verheffen, botweg een mening verkondigen, boos worden – daar worden Chinezen heel ongemakkelijk van. Ze voelen plaatsvervangende schaamte en hebben medelijden met de ander die gezichtsverlies heeft geleden. Ze trekken zich terug en glimlachen. En de westerling interpreteert dit als zwakte.

Ten tweede doet het zuiden van Nederland (en Vlaanderen) qua attitude internationaal mee: de omweg, de inkleding, de suggestie voert internationaal de boventoon in de omgang. Op basis van mijn jaren in de internationale gemeenschap van Shanghai kan ik zeggen dat de Hollandse attitude exceptioneel is. Alleen Amerikanen en Israëliërs zijn net zo direct en assertief, maar zij zijn daarin welgemanierder. Onder het motto ‘ik zeg gewoon wat ik denk’ verwarren Nederlanders openheid en assertiviteit met onbeschaamdheid en botheid. Daarom doet iemand als Frans Timmermans het zo goed in het buitenland. Hij is scherp op de inhoud, maar in de vorm altijd beleefd. Het vormverschil doet ertoe. Zoals Peter Vandermeersch, Vlaming en hoofdredacteur van NRC, het uitdrukt: Vlaanderen is erotiek, Nederland is porno.

Tegelijk moeten we bedenken: de Hollandse directheid is net zo goed een constructie, een cliché. Bovendien is een zekere directheid wel verfrissend, en werkt de zuidelijke houding vaak nogal remmend: je spreekt je uit, staat ergens voor en meteen voelt men zich in een hoek gedrukt, aangevallen of erger. Peter Vandermeersch heeft, ondanks zijn voorliefde voor de Vlaamse verhulling, de Nederlandse nationaliteit aangenomen.

Nu nog even over de Limburgse gastvrijheid. Want ook dat is zelfgecreëerde beeldvorming. Theatermaker Lana Nasser zei daar vorige week in haar column iets interessants over: gastvrijheid en openheid zijn niet synoniem. ‘Het aanbieden van eten en een slaapplek betekent niet dat iedere vreemdeling wordt omhelsd,’ schrijft ze. ‘Limburg is niet meer dat homogene dorp. Om een open en lichte gemeenschap te creëren, moet iedereen meedoen, het gastvolk en de gast.’

Als laatste: De Correspondent onderzocht onlangs de vermeende kloof tussen de Randstad en de regio’s en constateerde dat die vooral bestaat uit…een kloof in media-aandacht. Een formidabele open deur, maar toch goed om even te memoreren. Er zitten gewoon veel minder journalisten in de provincies. Maastricht bungelt onderaan wat betreft het aantal journalisten ten opzichte van andere steden. Veel minder onderwerpen en verhalen uit Limburg in de media dus. Tijd dus om meer van ons te laten horen. Niet langer chez nous, maar en marche!

 

 

 

Je kunt niet reageren.