De lessen van #MeToo

De Limburger, 16 november 2017

 

Wat zijn de lessen van #metoo? Seksueel machtsmisbruik is op de kaart gezet en mannen zijn gewaarschuwd: je komt niet meer weg met seksuele intimidatie, aanranding of erger. Maar ook niet meer met seksistische opmerkingen, grappig bedoeld of niet. Wat doen bedrijven en instellingen ermee? Zij moeten het onderwerp agenderen en ervoor zorgen dat ze een helder protocol hebben en naleven inzake seksuele intimidatie en agressie.

Hoe cruciaal dat is leert een praktijkgeval waaraan ik een aantal jaar geleden werkte als journalist. Een politieagent was door een vrouwelijke collega beschuldigd van aanranding na een hardhandige fouillering tijdens een training. Het incident geeft inzicht in de problematiek van externe krachten, van onbegrip en misverstanden die de zaak vertroebelen op het moment dat er geen duidelijk protocol is in geval van een beschuldiging.

Op het moment van het incident zit de groep agenten die de training volgt al bijna twee weken intern op de opleiding. Ze oefenen samen, vechten samen, eten en drinken samen en halen uit verveling – de cursus is niet erg uitdagend – een hoop ongein uit. Daar zitten ook ongepaste, seksistische geintjes bij. De agente meldt later dat ze zich al geruime tijd ergerde aan seksueel getinte grappen en grollen van haar collega.

Het incident vindt plaats tijdens een oefening waarbij een gevaarlijke verdachte uit een auto gepraat moet worden. De agente speelt een recalcitrante, onwillige verdachte met (nep)vuurwapen in de broekband. De collega boeit haar en fouilleert snel en hardhandig. Hij controleert de broekband, de borstkas en fouilleert de benen. Zij vloekt.

Een docent van de politieacademie staat op twee meter afstand om de oefening te beoordelen. Hij vraagt of er iets aan de hand is. De agente wuift het weg. Bij de volgende oefening zitten de hardhandige agent en de agente bij elkaar in de auto. De agent zegt sorry, zij geeft aan dat het wel goed is. Na de oefening vraagt de toezichthoudende docent of ze het besproken hebben. Beiden bevestigen dit.

De zaak lijkt afgedaan, maar twee dagen later vertelt de agente tegen collega’s dat de agent haar vol bij kruis en borsten heeft gepakt. Die collega’s bellen de toezichthoudende docent; er wordt nog een andere docent van de academie bijgehaald. Het resultaat is dat de hardhandige agent nog diezelfde avond van zijn bed wordt gelicht en van de politieacademie wordt gestuurd.

In de vier weken erop gebeurt er niets. De politieacademie noch het eigen korps doen een poging om het relaas van de betrokkenen te horen. Vertrouwenspersonen worden niet ingeschakeld. Er komt een geruchtenstroom op gang: de agent wordt op de academie al als aanrander gezien.

Na een maand doet de agente aangifte van aanranding. Een docent van de academie zoekt haar daags voordat ze besluit die aangifte te doen thuis op, zo blijkt uit het politiedossier. Hij vertelt dat hij de beschuldigde agent al lang kent en dat het hem niet verbaast dat hij ‘zoiets’ heeft gedaan.

Die gang van zaken vertroebelt de zaak. De agent staat op de academie bekend als een ‘lastpak’, iemand die kritisch is over de opleiding en die kritiek ook goedgebekt en luid ventileert. Hij vecht zijn aangezegde ontslag aan met hulp van een advocaat. Het leidt ertoe dat hij van de ergste blaam wordt gezuiverd: met een proefperiode van twee jaar mag hij bij de politie blijven. Fysiek en geestelijk krijgt hij een klap: depressief, hartklachten.

Beide agenten hadden meteen een vertrouwenspersoon toegewezen moeten krijgen. Alleen zo hadden zowel beschuldiger als beschuldigde beschermd kunnen worden tegen willekeur. In feite heeft de politieacademie deze man voor de leeuwen geworpen.

 

 

 

Je kunt niet reageren.